|
Door Els Borst-Eilers en Gé Grubben
De discussie over etnische minderheden in Nederland loopt uit de hand. Er heeft een verharding van het klimaat plaatsgevonden. Zorgvuldigheid is in het debat ver te zoeken.
Onder de verzamelnaam 'allochtonen' worden verschillende etnische groepen over een kam geschoren en afgezet tegen de 'autochtonen'. Dat het vaak handelt om Nederlandse staatsburgers die in Nederland zijn geboren en opgegroeid lijkt van geen enkel belang. Op grond van uiterlijke kenmerken worden mensen behandeld als 'niet eigen/niet Nederlands'.
De (politieke) boodschap is te eenzijdig en problematiserend naar etnische groepen toe. Dit brengt het gevaar met zich mee, dat onder etnische groepen het idee groeit, dat de Nederlandse cultuur uitsluitend voor witte Nederlanders is en dat men beter kan vasthouden aan de eigen culturele waarden en normen. Dit terugtrekken in eigen kring is nu net wat we met z'n allen niet willen.
De media spelen ook een belangrijke rol. Nuanceringen krijgen nauwelijks aandacht. Ferme uitspraken en uitersten daarentegen worden breed uitgemeten. De eenzijdige belichting van zaken leidt tot een wij-zij cultuur.
De uitkomsten van de Commissie Blok, die in opdracht van de Tweede Kamer het door Nederland gevoerde integratiebeleid onderzocht, werden door verschillende politici direct naar de prullenbak verwezen. De uitkomst, dat veel leden van etnische minderheidsgroepen hun plaats in de samenleving toch gevonden hadden ondanks het falen van de rijksoverheid en de politiek, beviel hen niet. De conclusies pasten niet bij de ferme taal. Net zo min als de conclusie dat discriminatie een groot maatschappelijk probleem is dat structurele aandacht behoeft. Racisme en discriminatie worden nog te vaak onderschat. Aantoonbaar speelt discriminatie op verschillende maatschappelijke terreinen een grote rol en beperkt leden van etnische groepen in hun maatschappelijke participatie.
We moeten beseffen dat integratie alleen mogelijk is indien de Nederlandse samenleving dat actief bevordert. Integratie is een tweezijdig proces. Er is nu sprake van een eenzijdig accent op verplichtingen en maakbaar gedrag van etnische groepen ten koste van de nodige aandacht voor identiteitsverandering van de samenleving als geheel nu (im)migratie een permanent verschijnsel is geworden.
Het is goed dat er aandacht is voor de problemen die er zijn. Maar op dit moment zijn we te ver doorgeschoten. Mensen met een islamitische achtergrond worden op een hoop gegooid. Voor hen lijken religieuze vrijheid en tolerantie niet te gelden. Achterblijvende arbeidsparticipatie wordt aan de groepen zelf toegerekend, waarbij er geen oog meer is voor de aantoonbare discriminatie op de arbeidsmarkt. Zwarte scholen zijn synoniem geworden voor slechte scholen, terwijl het tegendeel bewezen is.
Het lijkt erop dat alle remmen los zijn. Neemt men in de dagelijkse omgang met elkaar al bijna geen blad meer voor de mond, op het anonieme internet zijn alle grenzen losgelaten. Verschillende mensen gebruiken die anonimiteit om hele groepen te beledigen, te discrimineren en zelfs te bedreigen.
De hiervoor door ons geschetste ontwikkeling is des te opmerkelijker, omdat aan de andere kant steeds weer verwezen wordt naar de waarden-en-normen-discussie. Terecht wordt gesteld, dat het op een aantal punten triest gesteld is met de naleving van de regels in dit land. Fatsoen is soms ver te zoeken. Binnen alle groepen zijn er mensen die zich hier schuldig aan maken.
Het tij moet gekeerd worden. Alhoewel de rijksoverheid hier een belangrijke taak in heeft, is het niet alleen haar verantwoordelijkheid. Alle lagere overheden, maatschappelijke instellingen en organisaties, maar ook individuele burgers, moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen. Binnen het onderwijs, op de werkvloer, in de sportvereniging en de buurten moet structureel aandacht geschonken worden aan hoe we met elkaar omgaan. Daarbij moet erkend worden, dat discriminatie en racisme een rol spelen. Een belangrijke bouwsteen van de Nederlandse samenleving is het gelijkheidsbeginsel en een kenmerk van onze rechtstaat is, dat burgers beschermd worden tegen discriminatie. Dit geldt voor alle burgers, ongeacht wie ze zijn of waar zij vandaan komen.
Het is een typische Hollandse gewoonte om over het weer te klagen, maar in dit geval vinden wij het niet meer dan terecht.
Els Borst-Eilers is voorzitter van het 'Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen Racisme en Discriminatie' (NPRD). Gé Grubben is secretaris van het
NPRD.
Rotterdam, 30 maart 2004
Dit artikel verscheen eerder op de opiniepagina's van de GPD-bladen, waaronder het Rotterdams Dagblad en het Utrechts Nieuwsblad.
|