Adviezen
Factsheets
Pers
Agenda
Wie is Wie

Links


Pers

       
Toespraak minister voor V & I t.g.v. afsluiting workshop professionalisering Anti Discriminatie Bureaus (Den Haag, 1 december 2003)

Dames en heren,

Misschien is het u ontgaan maar we vierden op 2 maart dit jaar de twintigste verjaardag van artikel 1 van de Grondwet. "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, of op welke grond dan ook, is niet toegestaan." 
De boodschap van art. 1 is duidelijk: discriminatie, dus ook rassendiscriminatie, is verboden. 
Dat verbod is niet alleen bedoeld voor bepaalde personen, dit artikel van de Grondwet richt zich tot iedereen. Bestrijding van rassendiscriminatie is een verantwoordelijkheid van elk individuele burger - in welke hoedanigheid dan ook -, van particuliere instellingen of organisaties en van de overheid, op alle niveau's. Het is een plicht voor iedereen.

Nederland hoeft zich voor haar inspanningen om rassendiscriminatie te bestrijden niet te schamen. In de afgelopen decennia heeft zich hier een unieke infrastructuur ontwikkeld. De financiering daarvan kwam goeddeels voor rekening van die overheid. Dat is geen probleem in een periode van economische voorspoed. Maar in een periode waarin het minder gaat, moeten we overal een stapje terug doen. We staan nu voor de opdracht om met minder geld meer te doen of op zijn minst hetzelfde te doen. Dat vraagt creativiteit en inzet van iedereen, dus van het Rijk, provincies, gemeenten, de anti-discriminatiebureaus zelf, het Openbaar Ministerie, de politie, maar ook de non-gouvernementele instellingen, onderzoeksinstituten, bedrijven en organisaties etc.
Het gaat er om op een efficiëntere manier van elkaars expertise en netwerken gebruik te maken.

Nu hoor ik sommigen van u al denken: hoe had u zich dat voorgesteld, mevrouw de minister?
Dat zal ik u zeggen.
Volgens mij komt het aan op eenduidigheid, vereenvoudiging en kwaliteitsverbetering.
Die kunnen we alleen bereiken door een integrale aanpak van discriminatie. Dat wil zeggen een aanpak van discriminatie, niet alleen op grond van ras maar op alle gronden die artikel 1 noemt. Dat vraagt om een beleid dat in een concrete situatie diversiteit en gelijke behandeling bevordert, c.q. discriminatie tegengaat. Hetzelfde geldt overigens ook - mutatis mutandis - voor de anti-discriminatiewetgeving. Die is nu versnipperd over verschillende aandachtsgebieden en zou ook geïntegreerd kunnen worden.

Ik geef u een paar voorbeelden hoe we die integrale aanpak van de grond kunnen tillen: 

  1. door samenwerking van het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) en de Landelijke Vereniging van Antidiscriminatiebureaus en Meldpunten (LV ADB). Ik hecht zeer aan deze samenwerking omdat ik meen dat het samenkomen van de grote hoeveelheid kennis en ervaring bij beide organisaties leidt tot succesvolle activiteiten, die landelijk een sterke uitstraling kunnen krijgen.
  2. door de antidiscriminatiebureaus (ADB's) verder te professionaliseren.
  3. door de activiteiten tussen het Meldpunt Discriminatie Internet, het Landelijk Expertise Centrum Discriminatiezaken (van het OM) en het Landelijk Bureau Discriminatie (van de politie) beter op elkaar af te stemmen.
  4. door een eenduidige registratiesysteem van klachten over racisme en discriminatie.
  5. door samenwerking en bundeling van landelijke bureaus met verschillende discriminatiegronden, zoals het Expertisecentrum Leeftijd en Maatschappij (LBL), Equality en het LBR. 

Dit laatste is in feite het model van de lokale ADB's. Zij behandelen immers binnen één organisatie praktisch alle discriminatiegronden terwijl de landelijke expertisecentra zich specialiseren in één discriminatiegrond.

Ik zei zojuist dat de creativiteit en inzet van iedereen gevraagd wordt. Daarbij zie ik een voortrekkersrol weggelegd voor de lokale overheid, in samenwerking met plaatselijke partners, zoals de ADB's. Ik denk daarbij aan een drietal sectoren: leefomgeving (1), educatie (2), en arbeidsmarkt (3).

  1. Om met de leefomgeving te beginnen: het zal u niet zijn ontgaan dat het maatschappelijk debat de laatste jaren op hardere toon gevoerd wordt. Incidenten, vooral met jongeren, zijn steeds vaker maatstaf voor de beoordeling van hele bevolkingsgroepen. In het alledaagse menselijk verkeer komen deze spanningen sterk naar boven. Waar mensen wonen met elkaar, elkaar op straat ontmoeten, samenkomen op school, elkaar zien in uitgaansgelegenheden, en elkaar bij de sport treffen, daar zou het lokale bestuur alert moeten zijn op discriminerend en achterstellend gedrag. Voor wat betreft de leefomgeving noem ik u een good practice van het ADB Rotterdam: het Panel Deurbeleid, een samenwerkingsverband tussen gemeente, politie, ADB en horeca dat discriminatie aan de deur van discotheken aanpakt.
  2. Wat die educatie betreft, ik hoef u er niet van te overtuigen hoe belangrijk het is om in het onderwijs vanaf het begin kinderen ervan te doordringen, dat discriminatie schadelijk is en onacceptabel. Ik noem hier als voorbeeld de vijandige houding van jeugdige allochtone Amsterdammers tegenover joden en homoseksuelen. Wat doen scholen en instellingen op dat punt? Hoe wordt discriminatie daar aangepakt? Is er samenwerking met gemeenten, politie, welzijn en andere lokale actoren? Iedere school is tegenwoordig wettelijk verplicht een klachtencommissie te hebben, die ook klachten over rassendiscriminatie in relatie met de school hoort af te handelen.
    Sport is voor de jeugd niet alleen een belangrijke vrijetijds-besteding, het is ook een gelegenheid waarbij ze elkaar ontmoeten. 
    Hoe gaan lokale sportverenigingen rassendiscriminatie tegen? Hoe proberen ze daar de jeugd op een positieve manier met elkaar te laten omgaan? Voor scholen en sportverenigingen liggen hier belangrijke verantwoordelijkheden en tegelijk mogelijkheden. Juist de lokale overheden kunnen hier een substantiële rol spelen in de afstemming en coördinatie.
  3. Dan de arbeidsmarkt. Hoewel het gelijkebehandelingsbeginsel overal in wet- en regelgeving is verankerd, laat de praktijk zien dat er nog steeds op de werkvloer gediscrimineerd wordt. Een paar weken geleden kwam het CBS met cijfers die aangaven dat hoger opgeleide allochtonen beduidend vaker werkloos zijn dan vergelijkbare autochtonen. Volgens een hoogleraar arbeidsmarktverhoudingen is dit hoogstwaarschijnlijk een kwestie van discriminatie. 
    Dat kan en dat moet anders, ook al omdat participatie van etnische minderheden op de arbeidsmarkt een van de belangrijkste instrumenten is voor integratie. Er is momenteel een modelcode integriteit voor de sector Rijk in de maak die als norm onder andere 'het respectvol met elkaar en met anderen om te gaan' gaat vastleggen. Die modelcode moet als voorbeeld gaan dienen voor de gedragscodes van andere overheden. Bij niet-naleving, krijgen de ADB's daar straks als eerste mee te maken en zij zullen dan bij de behandeling van klachten tevens een nuttige 'zeeffunctie' kunnen vervullen voor de Commissie Gelijke Behandeling.

Lokale/politieke aanpak

Op deze workshop discussiëren we over de belangrijke rol die de lokale overheid vervult in het nemen van haar verantwoordelijkheid bij discriminatiebestrijding, in het geven van het goede voorbeeld en het bewaren van de sociale samenhang. Daarin heeft ook de plaatselijke politiek een verantwoordelijkheid. 
Hoe wordt bijvoorbeeld opgetreden bij discriminatie in horecagelegenheden? Zijn er bij voorbeeld overal al sluitende afspraken over de samenwerking tussen politie, OM en ADB's? Wat wordt er plaatselijk gedaan om deze uitingen van discriminatie te voorkomen of, als ze toch plaatsvinden, te vervolgen. Staat in de lokale partijprogramma's iets over de bestrijding van rassendiscriminatie op lokaal niveau? Is samenwerking op lokaal niveau opgenomen in de programma's van gemeentebesturen? 
Mogelijk kunnen we vandaag tot aanbevelingen/conclusies komen over hoe een gemeentebestuur discriminatiebestrijding in zijn collegeprogramma kan opnemen.

Mogelijke steun rijksoverheid bij de aanpak op lokaal niveau

Dames en heren,
De boodschap die ik u voorhoud is simpel. U zult meer, effectiever en gestructureerder moeten samenwerken om het rendement van de aanpak van discriminatie te verhogen. Daarvoor is de professionalisering bedoeld, daarvoor dient ook deze workshop.
Ik zei moeten samenwerken. Volgend jaar loopt immers de Stimuleringsregeling ten einde en er is geen zicht op voortzetting daarvan. Het geld voor de aanpak zal gevonden moeten worden in de financiële paragrafen van de gemeente- en provinciebegroting.
Daarmee is de rijksoverheid niet uit beeld. Het is aan haar om te zorgen voor een goede landelijke antidiscriminatie infrastructuur. Concreet betekent dat financiële steun voor de samenwerking tussen de landelijke expertisecentra, waarmee de overheid die samenwerking kan sturen. 
Het Nationaal Actieplan tegen Racisme vormt daarbij het kader voor het rijksbrede anti-discriminatiebeleid op langere termijn.
De centrale overheid dient erop toe te zien dat discriminatiebestrijding een aandachtspunt blijft. Het is en blijft haar taak de lokale overheid te stimuleren tot een effectieve aanpak van discriminatiebestrijding en de samenwerking tussen verschillende instanties op dit terrein te versterken. 
Discriminatiebestrijding is nodig om uitsluiting tegen te gaan en tegelijk nodig om bevolkingsgroepen volwaardig deel te laten nemen aan de samenleving. Het Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen Racisme en Discriminatie (NPRD) kan behulpzaam zijn in de strijd tegen discriminatie en een aanjaagfunctie hebben naar lokale overheden toe. 
Misschien komen gemeenten en provincies ooit zo ver dat de ADB's een landelijk dekkend netwerk vormen, gekoppeld aan politieregio's.

Tot slot,
Het belang van dit onderwerp eist dat ieder zijn verantwoordelijkheid neemt. Ook de burger. Daar draait het immers uiteindelijk om. Burgers dienen elkaar te respecteren in de dagelijkse omgang. Pas als zij zich verantwoordelijk voelen en die verantwoordelijkheid waar nodig omzetten in concrete actie, kunnen we elke vorm van discriminatie succesvol bestrijden.