Adviezen
Factsheets
Pers
Agenda
Wie is Wie

Links


Pers

       
Speech van dhr. Selami Yüksel, woordvoerder namens het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) in oprichting, ter gelegenheid van de Kristallnacht-herdenking bij het monument voor het joods verzet te Amsterdam op 9 november 2003

Geachte dames en heren,

Als woordvoerder namens de gezamenlijke moskeekoepels, acht ik het een groot voorrecht om voor het eerst namens de diverse moslimgemeenschappen in ons land het woord te voeren bij deze 65ste herdenking van de Kristallnacht.

We zijn hier bij het monument voor het joods verzet bij elkaar gekomen om samen stil te staan bij die nacht van de 9e november, toen in heel Duitsland meer dan 7.500 synagogen, winkels, huizen in brand werden gestoken en geplunderd. Vele tientallen joden werd vermoord, en velen werden gemarteld en verkracht. Naar aanleiding van deze pogrom besloten veel joden Duitsland te verlaten. Sommigen vluchtten naar Nederland. In dit land leven wij nu als burgers met ieder onze eigen religieuze, levensbeschouwelijke en culturele achtergronden samen: joden, christenen, moslims, Hindoes, boeddhisten en niet-gelovigen.

Wij staan hier samen, schouder aan schouder. Wij staan hier samen pal voor het afwijzen van fysiek geweld tegen welke bevolkingsgroep dan ook. Wij staan hier omdat wij vinden dat iedereen in vrijheid en vrede zijn geloof moet kunnen belijden, omdat niemand uitgesloten mag worden, omdat jongetjes met een keppeltje en meisjes met een hoofddoek ongehinderd over straat moeten kunnen gaan en volop moeten kunnen meedoen aan het maatschappelijke verkeer.

De Kristallnacht wordt achteraf beschouwd als een voorbode van de verschrikkingen van de holocaust. De huidige tekenen in de maatschappij lijken erop te duiden dat de tegenstellingen tussen de verschillende bevolkingsgroepen en geloofsgemeenschappen in toenemende mate worden verscherpt. Hierdoor zou de kloof tussen de geloofsgemeenschappen, in het bijzonder tussen de moslimse en joodse gemeenschap, steeds groter en zelfs onoverbrugbaar kunnen worden.

Daarom is het is zaak om deze tekenen des tijds te lezen en in actie te komen. Ik doe dan ook een dringend oproep op u allen, om de contacten die er reeds bestaan op het niveau van de leiders van onze geloofsgemeenschappen te intensiveren. En vooral roep ik u als joodse en islamitische burgers op om meer dan voorheen toenadering te zoeken, de dialoog met elkaar aan te gaan, samen op te trekken bij gelegenheden zoals deze en elkaar niet los te laten. Laten we meer dan eens per jaar elkaars gebedshuizen bezoeken. Laten we onze eigen achterban en in het bijzonder de jongeren laten zien dat we als leden van verschillende geloofsgemeenschappen vreedzaam en solidair met elkaar kunnen samenleven.

Ook is het is onze taak als voorlieden van de geloofsgemeenschappen om een signaal af te geven aan de probleemveroorzakers, opdat zij begrijpen dat hun gedrag ook binnen de eigen gemeenschap onacceptabel is. Daarnaast is het onze verantwoordelijkheid om opnieuw grip op onze jongeren te krijgen, die we maatschappelijk gezien verloren hebben. Het is mijns inziens onacceptabel om de conflicten elders in de wereld uit te vechten in Nederland. Dit zet alleen de onderlinge relaties op scherp.

Leven met angst zou verre van ons moeten zijn. Als moslims voelen wij ook hoe het is om in angst te moeten leven. Na de gebeurtenissen in de VS op 11 september 2001, werden moslims wereldwijd in de beklaagdenbank geplaatst. In verschillende Europese landen, ook in Nederland, zijn er aanslagen op moskeeën gepleegd en werden moslimvrouwen met hoofddoekjes lastiggevallen en uitgescholden, werden zij niet geholpen in winkels. Moslims hoorden er niet meer als vanzelfsprekend bij. Door collega's en buren werd van ons verlangd dat wij eerst kleur bekenden, aangaven aan wiens kant we stonden.

Waar ik vandaag voor sta moge duidelijk zijn. Antisemitisme zegt niets over joden. Net zoals bij racisme en moslimhaat zegt het iets over de verwrongen gedachtewereld van de antisemiet. Het is de opdracht van onze religies om te strijden voor een vreedzame samenleving, in de geschiedenis zijn er voorbeelden te over dat dat mogelijk is. Deze maatschappij is van ons allen, wij zijn de maatschappij, het is ons huis. In ons huis wil ik met alle huisgenoten, mannen, vrouwen, jongens en meisjes met verschillende eigenheden met respect voor elkaar in vrede kunnen leven.