|
PERSBERICHT
Amsterdam, 15 december 2004
Extreem-rechts is in Nederland van
groeiende betekenis. Dat is de belangrijkste uitkomst van de vandaag verschenen
zesde rapportage van de Monitor racisme en extreem-rechts, een
onderzoeksproject dat wordt uitgevoerd door de Universiteit Leiden en de Anne
Frank Stichting.
Extreem-rechtse jeugdculturen worden een
groter probleem, er zijn nieuwe extreem-rechtse partijen ontstaan en het aantal
activisten is toegenomen. Internet vormt een podium waar extreem-rechtse
uitingen maar weinig belemmering ondervinden. Ook bij uitingen van
antisemitisme, bij geweldpleging en bij discriminatiezaken is de betrokkenheid
van extreem-rechts groter geworden.
In 2003 werden minder discriminatiezaken
voor de rechter gebracht. Het aantal vrijspraken nam toe. De rol van de politie
bij opsporing en vervolging van discriminatiezaken blijft zorgelijk.
De moord op Theo van Gogh op 2 november
2004 werd gevolgd door een golf van racistisch en extreem-rechts geweld. De
onderzoekers telden 174 gewelddadige incidenten in de maand november. Voor
Nederland is dat ongekend. In ruim 60% van de gevallen waren moslims
slachtoffer, in bijna 20% autochtone Nederlanders. Moskeeën werden 47 maal
aangevallen, kerken 13 keer.
De zesde rapportage van de Monitor
racisme en extreem-rechts - geschreven door Jaap
van Donselaar en Peter R. Rodrigues - bevat de volgende deelonderzoeken:
racistisch en extreem-rechts geweld in 2003, extreem-rechts 2002-2004, opsporing
en vervolging van discriminatiezaken in 2003, achterstelling van Roma en Sinti,
patronen van antisemitisme. Over ontwikkelingen na de moord op Van Gogh wordt
verslag gedaan in een annex.
Voor meer informatie kunt u terecht bij Annemarie Bekker, afdeling Communicatie,
Anne Frank Stichting. Telefoon: 020 - 5567100 of 06 - 52644617, e-mail a.bekker@annefrank.nl.
|