Rotterdam, 7 nov. Sollicitatiebrieven met een Marokkaanse
naam maken 22 procent minder kans om door de selectie te komen, dan brieven met
een Nederlandse naam.
Dit blijkt uit nog niet gepubliceerd onderzoek. Minister Wijn beweerde vorige
week nog dat allochtonen bij sollicitaties niet of nauwelijks worden
gediscrimineerd.
Wijn (Economische Zaken, CDA) baseerde zich op ander onderzoek, dat volgens
de uitvoerders van dat onderzoek niet bijzonder geschikt is om discriminatie te
meten. „Als je wilt weten of er gediscrimineerd wordt, kijk dan niet naar ons
onderzoek”, zegt onderzoekster Marloes de Graaf vandaag in het
VPRO-radioprogramma Noorderlicht.
Arbeidspsychologe Eva Derous van de Erasmus Universiteit Rotterdam stuurde
voor haar nog niet gepubliceerde onderzoek sollicitatiebrieven voor bestaande
vacatures, met de ene keer een Nederlandse en de andere keer een allochtone
naam. En zo bleken brieven met een Marokkaanse naam aanzienlijk minder kans te
maken, dan brieven met een Nederlandse naam.
De Graaf, projectleider bij de Stichting Economisch Onderzoek (SEO), zegt
over het onderzoek van Derous: „Ze hebben een betrouwbaarder meetmethode
gebruikt dan wij. Dat betekent dat hun resultaten ook betrouwbaarder zijn.”
SEO onderzocht in opdracht van het ministerie van Economische Zaken hoe mensen
aan de onderkant van de arbeidsmarkt werk vinden, en hoe ze daarbij geholpen
kunnen worden. „Er is ons juist expliciet gevraagd niet te veel op etniciteit
te focussen”, zegt De Graaf. Als de SEO alleen discriminatie had moeten
onderzoeken, was het onderzoek anders uitgevoerd, namelijk net als Derous het
heeft gedaan. De SEO vond nu slechts 3 procent verschil en hier baseerde Wijn
zich op.