Adviezen
Factsheets
Pers
Agenda
Wie is Wie
Links


 

       
Ministerieel Besluit tot instelling van het Nationaal Platform voor overleg en samenwerking  tegen Racisme en Discriminatie

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid;
b. het platform: het Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen racisme en discriminatie, genoemd in artikel 2.

Artikel 2

Er is een Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen racisme en discriminatie. 

Artikel 3

Tot lid van het platform worden benoemd:
- voorzitter; mevrouw E. Borst-Eilers
- mevrouw C. Azarual, voorgedragen door de Nationale Jeugdraad;
- mevrouw T. Barkhuis, voorgedragen door de Federatie van Nederlandse Verenigingen tot Integratie van Homoseksualiteit COC Nederland;
- mevrouw B. Biekman, voorgedragen door het Landelijk Platform Slavernijverleden;
- de heer A.. Cain, voorgedragen door de LOM Samenwerkingsverbanden;
- mevrouw A. Mattijssen, voorgedragen door het ministerie van Justitie;
- de heer D. Ebbeling, voorgedragen door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- de heer R. Eissens, voorgedragen door het Meldpunt Discriminatie Internet;
- de heer H. Esajas, voorgedragen door de Raad van Kerken;
- mevrouw Ph. Essed, voorgedragen door Tiye-international, Vrouwenalliantie en de Nederlandse Vrouwen Raad;
- de heer H. Fermina, voorgedragen door het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie;
- de heer C. Fuykschot, voorgedragen door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
- de heer D. Garcia Soto, voorgedragen door de Vakcentrale CNV en de Vakcentrale FNV;
- mevrouw H. Hirschfeld, voorgedragen door het Centrum Informatie en Documentatie over Israël;
- mevrouw I. Ketelaar, voorgedragen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
- de heer R. Khemradj, voorgedragen door de Nederlandse Vereniging voor Journalisten;
- mevrouw A. Kortenbach, voorgedragen door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- de heer A. Boer, voorgedragen door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- mevrouw J. Vreekamp, voorgedragen door het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie;
- mevrouw L. Mulder, voorgedragen door de Commissie Gelijke Behandeling;
- de heer S. Nieuwsma, voorgedragen door VNO-NCW;
- de heer M. Sini, voorgedragen door Islam en Burgerschap;
- de heer E. Wong Lin Hung, voorgedragen door het Interprovinciaal Overleg;
- mw. J. Silversmith, voorgedragen door de Landelijke Vereniging adb's en meldpunten;

Artikel 4

Het secretariaat van het platform berust bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Landelijk Bureau ter Bestrijding van Rassendiscriminatie gezamenlijk.

Artikel 5

1. De leden van het platform komen tenminste tweemaal per jaar bijeen om ontwikkelingen op het gebied van racisme en discriminatie te bespreken en initiatieven ter bestrijding van racisme en discriminatie op elkaar af te stemmen.
2. Het platform brengt jaarlijks, telkens uiterlijk 1 april, aan de minister inhoudelijk verslag uit over de bevindingen van het platform.

Artikel 6

1. De leden van het platform bespreken de inhoud van het op te stellen Nationaal Actieprogramma, bedoeld in de slotdocumenten van de Wereldconferentie tegen racisme, gehouden te Durban.
2. Op verzoek van de minister informeert het platform de minister omtrent de bevindingen van het platform over het Nationaal Actieprogramma, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7

Het platform kan, met inachtneming van de bepalingen van dit besluit, haar werkwijze regelen.

Artikel 8

1. Op grond van het Vacatiegeldenbesluit 1988 ontvangen de leden van het platform een vacatiegeld van € 115,00 (bruto) per bijgewoonde vergadering.
2. De leden van het platform hebben overeenkomstig het Reisbesluit binnenland recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten. 

Artikel 9

De archiefbescheiden van het platform worden na het staken van de activiteiten van het platform of, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, opgeborgen in het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 9 april 2002.

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit instelling NPRD.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID,

R.H.L.M. van Boxtel

 


TOELICHTING

Tijdens de tweede Burgerzaalconferentie op 18 april 2002 in Rotterdam over lokale samenwerking tegen racisme en discriminatie heeft de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid toegezegd het initiatief te zullen nemen tot de oprichting van een Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen racisme en discriminatie (NPRD). Uitgangspunt voor het werkterrein is discriminatie vanwege etniciteit. Door het onderhavige besluit wordt het NPRD formeel ingesteld.

Het NPRD is geen adviesorgaan, maar een periodiek ontmoetingspunt voor uitwisseling van gedachten en afstemming van initiatieven. Het NPRD moet in dat kader een rol gaan vervullen in de infrastructuur ter bestrijding van rassendiscriminatie. De benoemde leden zijn deskundigen die zonder last of ruggespraak in het NPRD deelnemen. In principe zal elk jaar een nieuwe voorzitter worden benoemd, die bij voorkeur een relatie heeft met internationale organisaties op het terrein van racisme- en discriminatiebestrijding.

Het NPRD dient ook een bijdrage te leveren aan de discussie over de invulling van het Nederlandse Actieprogramma ter bestrijding van racisme en discriminatie. Dit Nationaal Actieprogramma is een uitvloeisel van de Politieke Verklaring en het bijbehorende Actieprogramma van de World Conference Against Racism (WCAR), te Durban, die gehouden is van 31 augustus tot 8 september 2001.
In de vastgestelde slotdocumenten van de WCAR zijn staten opgeroepen nationale actieprogramma's uit te werken in overleg met ngo's en andere instellingen die racisme en discriminatie bestrijden. Staten zijn tevens opgeroepen om aan de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties dergelijke actieprogramma's en andere relevante informatie voor te leggen met als doel de Politieke Verklaring en het bijbehorende Actieprogramma van de WCAR uit te voeren.

Het NPRD bepaalt zelf hoe vaak het bijeenkomt. Het secretariaat, dat berust bij het LBR en het ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk bereidt die bijeenkomsten voor. In het besluit is een rapportage verplichting van het NPRD aan de minister opgenomen.

Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het Vacatiegeldenbesluit 1988 zijn van de toekenning van vacatiegeld uitgesloten functionarissen in dienst van het Rijk, van een ander publiekrechtelijk lichaam dan het Rijk of van een door het Rijk in het leven geroepen instelling, dan wel van een instelling welker personeelskosten door het Rijk worden vergoed, indien hun benoeming haar oorzaak vindt in de functie die zij vervullen.

 

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID,

R.H.L.M. van Boxtel