Adviezen
Factsheets
Pers
Agenda
Wie is Wie
Links


Adviezen

       
Reactie van het Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen Racisme en Discriminatie op het Nationaal Actieplan tegen Racisme / Nederland

In zijn reactie op het Nationaal Actieplan tegen Racisme / Nederland (NAP) volgt het NPRD de opbouw zoals die wordt gehanteerd in het NAP.

 

1. UITGANGSPUNTEN

1.1 Kader van het Nederlandse antiracismebeleid

Het NPRD heeft in zijn vorig advies met betrekking tot het NAP aangegeven, dat discriminatie niet alleen meer een zaak is van de witte meerderheid versus de zwarte minderheid, maar dat in sommige wijken de verhoudingen andersom liggen of dat discriminatie optreedt binnen nieuwe tegenstellingen. Blijkens het NAP heeft de rijksoverheid oog voor deze nieuwe ontwikkelingen. Wel moet duidelijk zijn, dat in het overgrote deel van de gevallen van discriminatie de slachtoffers / benadeelden leden van de raciale en etnische (minderheids)groepen zijn. Zeker structurele vormen van discriminatie en racisme treffen uitsluitend hen. Daarnaast vraagt het NPRD uitdrukkelijk aandacht voor stigmatisering op religieuze gronden (anti-islamisme).
Ook antisemitisme verdient aparte aandacht vanwege het eeuwenoude karakter en de religieuze component daarin. Telkenmale worden antisemitische vooroordelen aangepast aan de heersende politieke en maatschappelijke omstandigheden. 

De toonzetting in het maatschappelijk debat verontrust het NPRD. Onnodige generalisaties en stigmatisering zijn manifest aanwezig in het debat. De voorbeelden die in het NAP gegeven worden vergroten deze verontrusting, zoals de imams, AEL en Marokkaanse jongeren.
De nadruk op wetten, regels en omgangsvormen is alleen functioneel, als daarbinnen ook uitdrukkelijk gewezen wordt op het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie. Vanuit de samenleving wordt vaak gedacht dat integratie een eenzijdig proces is. Dit is onjuist en moet uitdrukkelijk voorkomen worden. Het is goed dat het NAP een term als 'allochtoon' ,mijdt omdat deze stigmatiserend kan werken.

1.2 Opzet van het Nationaal Actieplan tegen Racisme

Het NPRD vraagt zich af, of naast het Platform, de NGO's en de verschillende departementen ook anderen, zoals werkgevers- en werknemersorganisaties, een inbreng hebben gehad, aangezien dit uit de tekst niet is op te maken, terwijl wel sprake was van meerdere participanten bij het aanbieden van het format.

Het NAP behoeft op onderdelen een nadere concretisering. Het NPRD mist bij diverse actiepunten concrete doelen, meetinstrumenten en streefdata. Tevens constateert het NPRD, dat tal van initiatieven niet zijn opgenomen in het NAP. Het door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie gehonoreerde verzoek tot subsidiëring van het project van vier expertisecentra (zie 5.2 NAP) waarin alle organisaties en projecten in kaart worden gebracht, is een goede stap tot het inzichtelijk maken van het hele werkveld.

1.3 Een gezamenlijke aanpak

Het NPRD stelt voor dat ten aanzien van de voortgang van het NAP jaarlijks publiekelijk wordt gerapporteerd. Niet alleen om kennis te kunnen nemen van de stand van zaken, maar tevens om het maatschappelijk draagvlak voor het NAP te vergroten. Een jaarlijkse evaluatie, met inbegrip van een effect- en efficiencymeting, hoort ook uitdrukkelijk het ambtelijk niveau te overstijgen. Niet alleen het maatschappelijk middenveld moet hierbij betrokken worden, maar nog belangrijker acht het NPRD een politieke betrokkenheid. Het NPRD beveelt aan om het NAP jaarlijks op de agenda van de vaste Kamercommissies te plaatsen.

 

2. LEEFOMGEVING

2.1 Algemene uitgangspunten

Het NPRD stelt vast dat de Aanwijzing Discriminatie van het College van Procureurs Generaal onvoldoende wordt nageleefd. Te vaak worden in strijd met de Aanwijzing processen verbaal door de politie niet opgemaakt of op eigen gezag geseponeerd en niet altijd is van een actieve vervolging sprake.

Het tegengaan van segregatie in buurten is een project van lange adem. Een gevarieerd woningaanbod kan een bijdrage leveren, maar alleen op de lange termijn. Een verhoogde in- en doorstroming op de arbeidsmarkt biedt mensen meer perspectieven op de woningmarkt, maar zal nauwelijks effect hebben op de segregatie in achterstandswijken. Het NPRD hecht dan ook veel waarde aan het investeren in leefbaarheid en veiligheid in achterstandswijken.

2.2 Stimuleren van een gezamenlijke aanpak om een veilige en prettige leefomgeving te creëren

In haar vorige reactie heeft het NPRD reeds uitdrukkelijk gesteld, dat zij van mening is, dat van een zich terugtrekkende overheid waar het om racisme en discriminatie gaat geen sprake mag zijn. Het NPRD wil deze stelling nogmaals met klem benadrukken, daar het platform constateert, dat dit bij een aantal ministeries duidelijk het geval is. Zo heeft het Ministerie van OC&W zich bijvoorbeeld uit het NPRD teruggetrokken.

Lagere overheden hebben ook in deze uitdrukkelijk een verantwoordelijkheid en het is dan ook goed, dat de Minister voor V&I hen daar in de bestuurlijke overleggen op wijst. Maar het NPRD stelt vast, dat een aantal overheden zich aan die verantwoordelijkheid onttrekt. Minimaal dient in kaart gebracht te worden in welke mate lagere overheden navolging geven aan hetgeen de Minister van hen verwacht.

 

3. BEWUSTWORDING

3.1. Algemene uitgangspunten

Het initiatief van het kabinet tot het opstellen van een nota over grondrechten in een pluriforme samenleving juicht het NPRD toe. Een dergelijke nota kan een wezenlijke bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat en de maatschappelijke dialoog.

Terecht appelleert de overheid aan de eigen verantwoordelijkheid van instellingen en burgers, maar daar waar deze hun verantwoordelijkheid niet nakomen behoort de rijksoverheid in te grijpen.

3.2 Wegnemen van vooroordelen, en uitingen van racisme en discriminatie

Het NAP ontbeert krachtdadig overheidsbeleid gericht op intercultureel onderwijs (ICO). Nog steeds besteden veel scholen niet of nauwelijks aandacht aan ICO, terwijl dit wel een verplicht onderdeel van het curriculum is. Ook de inhoud van het ICO laat bij veel scholen sterk te wensen over. Meer overheidscontrole, middels de Onderwijsinspectie, is noodzakelijk en indien nodig moet het instellen van sancties overwogen worden. Van groot belang is, dat binnen het ICO ook uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan belangrijke thema's als slavernijverleden en afrofobia, islamofobia, antisemitisme en de Holocaust en migratie en asiel zoeken. Een ander belangrijk thema is burgerschap in de multiculturele samenleving.

Een actieve rol van het onderwijs impliceert ook een actieve rol van de ouders. Ouders uit etnisch culturele groepen behoren beter en meer betrokken te worden bij het proces.

Het verbaast het NPRD dat er in het NAP geen aandacht wordt besteed aan de verdergaande segregatie in het onderwijs. Het NPRD is van mening, dat de rijksoverheid op korte termijn met concreet beleid en plannen moet komen om segregatie tegen te gaan.

In het NAP mist het NPRD de rol van de media. Media vervullen volgens het platform een belangrijke rol waar het gaat om bewustwording en beeldvorming.

 

4. GELIJKE BEHANDELING OP DE ARBEIDSMARKT

4.1 Algemene uitgangspunten arbeidsmarktbeleid

Nu de Wet Samen geen wettelijk vervolg krijgt is een belangrijk instrument voor het monitoren van de arbeidsmarkt komen te vervallen. Het NPRD is van mening, dat gelet op de in het NAP aangehaalde problemen en de huidige economische situatie en ontwikkelingen, monitoren noodzakelijk is. Het gaat hierbij niet alleen om ontwikkelingen op de arbeidsmarkt als geheel maar ook binnen bepaalde sectoren. Periodieke rapportages moeten ontwikkelingen en problemen in kaart brengen. Het NPRD pleit voor een door de overheid geïnitieerd periodiek onderzoek, dat voldoende representatief is.

4.2 Aanvullend beleid ter bevordering van gelijke behandeling van etnische minderheden bij de arbeid

Het ontwikkelen en stimuleren van maatregelen gericht op waarborging van gelijke behandeling en gelijke kansen bij de instroom, behoud en doorstroom van werknemers, wordt helaas in de samenvatting al beperkt tot een verkenning (1e punt). Dergelijke punten behoeven volgens het NPRD een duidelijk tijdsplan. Nu zijn zij te vrijblijvend.

De overheid dient het goede voorbeeld te geven. Het invoeren van codes vindt het NPRD een goed signaal naar de samenleving. Codes moeten zich niet uitsluitend richten op de omgang met elkaar, maar daarbinnen moet ook aandacht zijn voor onder andere transparante wervings- en selectieprocedures. Gewaakt moet worden voor papieren tijgers. Genoemde initiatieven zoals genomen door het Ministerie van Defensie behoren uitdrukkelijk navolging te krijgen op andere ministeries.

Het NPRD vindt dat de overheid voor haar eigen personeelsbeleid nog steeds streefcijfers moet hanteren en de beleidsverplichtingen van de Wet Samen moet nakomen, nu deze laatste is afgelopen. De overheid dient als grote werkgever haar maatschappelijke plicht uitdrukkelijk na te komen en het goede voorbeeld te geven.

 

5. INFRASTRUCTUUR

5.1 Algemene uitgangspunten

Een betere afstemming en samenwerking tussen antiracisme- en antidiscriminatie-organisaties is ook volgens het NPRD wenselijk. Het NPRD onderschrijft de beleidsuitgangspunten van het kabinet in deze. Alhoewel het NPRD geen gradaties wil aanbrengen in het leed dat individuele slachtoffers van discriminatie ondervinden, wil het er op wijzen dat oorzaken en uitingsvormen significant verschillen en dat ook de maatschappelijke consequenties voor de samenleving als geheel verschillend zijn. Voor die verscheidenheid moet uitdrukkelijk aandacht zijn en blijven. Het uitsluiten op de arbeidsmarkt op grond van etniciteit is van een geheel andere orde dan op grond van leeftijd. Misschien niet in de beleving van de persoon in kwestie, maar wel voor de samenleving. Het belang dat de overheid toekent aan specifieke specialismen betekent dat naast een inhoudelijk ook een organisatorisch raamwerk dient te komen, waarbinnen de afstemming en samenwerking vorm moet krijgen.

5.2 Stroomlijning van antidiscriminatiegronden

Zoals hiervoor aangegeven steunt het NPRD de initiatieven tot een betere samenwerking in het veld. Dat geldt uitdrukkelijk ook voor de samenwerking en informatie-uitwisseling binnen de overheid zelf.

De inzet gericht op de aanpak van discriminatie op internet ondersteunt het NPRD van harte. Het internet behoort tot het publieke domein en gelet op het hoge aantal meldingen en klachten is extra aandacht en afstemming noodzakelijk.

5.3 Stroomlijning registratie van klachten en monitoring van beleid

Het NPRD ondersteunt van harte de initiatieven die moeten leiden tot een betere registratie en monitoring.