Adviezen
Factsheets
Pers
Agenda
Wie is Wie
Links


Adviezen

       
Jaarlijkse bevindingen van het  Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen Racisme en Discriminatie aan de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

Rotterdam, 17 maart 2004

Aan: 
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie 
Mw. drs. M.C.F. Verdonk

 

Betreft: bevindingen van het NPRD

 

Geachte mevrouw Verdonk,

In het Ministerieel Besluit tot instelling van het Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen Racisme en Discriminatie is in Artikel 5 lid 2 vastgelegd dat het platform jaarlijks voor 1 april inhoudelijk verslag van haar bevindingen uitbrengt aan u, hetgeen het platform bij deze doet.

Ten aanzien van het Nationaal Actieprogramma tegen Racisme / Nederland, NAP, heeft het NPRD separaat gereageerd. Het commentaar van het NPRD op de bevindingen van de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid (Cie. Blok) is bijgevoegd.

Het NPRD maakt zich ernstige zorgen over hoe het maatschappelijk debat zich ontwikkelt. Er heeft een verharding van het klimaat plaatsgevonden. Zorgvuldigheid is in het debat ver te zoeken. Onder de verzamelnaam 'allochtonen' worden verschillende etnische groepen over een kam geschoren en afgezet tegen de 'autochtonen'. Dat het vaak handelt om Nederlandse staatsburgers die in Nederland zijn geboren en opgegroeid lijkt van geen enkel belang. Op grond van uiterlijke kenmerken worden mensen behandeld als 'niet eigen / niet Nederlands'. De (politieke) boodschap is te eenzijdig en problematiserend naar etnische groepen toe. Dit brengt het gevaar met zich mee, dat onder etnische groepen het idee groeit, dat de Nederlandse cultuur uitsluitend voor witte Nederlanders is en dat men beter kan vasthouden aan de eigen culturele waarden en normen.

De eenzijdige belichting van zaken versterkt die verharding alleen maar. Zo wordt antisemitisme in de media met name neergezet als een 'Marokkaans' probleem. Natuurlijk moet er uitdrukkelijk aandacht zijn voor antisemitisme onder met name Marokkaanse jongeren. Maar antisemitisme is een breder maatschappelijk probleem en moet ook als zodanig aandacht krijgen. Antisemitisme kent een lange en unieke historie en het hoort dan ook een specifiek aandachtspunt te zijn in het beleid.
Deze eenzijdigheid leidt ten onrechte ook de aandacht af van het racistisch geweld en de discriminatie waarmee etnische groepen zich geconfronteerd zien binnen onze samenleving.
Wij vragen uitdrukkelijk uw aandacht voor de positie van de Roma en Sinti, die nog steeds geconfronteerd worden met een stigmatiserende negatieve beeldvorming.

Het NPRD is het met u eens, dat discriminatie en racisme een structureel maatschappelijk probleem vormen. Bij de 'normen en waarden' discussie dient ook het aspect van normoverschrijdend gedrag te worden betrokken (cf. WRR-rapport). Dit vraagt om aparte aandacht voor discriminatie als het aspect dat deel kan uitmaken van normoverschrijdend gedrag. Dit hangt samen met vaak onbewuste mechanismen in het gedrag van mensen, die leiden tot uitsluiting van bepaalde groepen en samenhangen met o.a. onjuiste beeldvorming, generalisatie en xenofobie. Structurele aandacht hiervoor binnen het onderwijs, de sport, arbeidsorganisaties, maar bijvoorbeeld ook binnen de openbare ruimte is noodzakelijk.

Het NPRD spreekt haar zorg uit over toenemende gebruik van het internet als een vrijplaats voor het ventileren van racistische, discriminerende en beledigende standpunten ten aanzien van verschillende groepen.

De recente heropleving van de discussie over een mogelijk hoofddoekverbod doet de onderlinge verhoudingen geen goed. Binnen de huidige wetgeving, die het NPRD onderschrijft, is een dergelijk verbod niet mogelijk, behoudens de uitzonderingen zoals vastgelegd in de AWGB. Toch ondervinden vrouwen met een hoofddoek nu reeds problemen bij de toegang tot de arbeidsmarkt. Anti-islamisme speelt in de discussie een belangrijke rol. De overheid kan er niet genoeg op wijzen, dat moslims recht hebben op een gelijke behandeling en dat discriminatie in de vorm van onder andere hoofddoekverboden niet kan.

Het NPRD is van mening, dat discriminatie en racisme structurele aandacht verdienen. Burgers moeten uitdrukkelijk geïnformeerd worden over het gelijkheids- en het non-discriminatie-principe die wij in Nederland kennen. Bestaande wetgeving en de daaraan verbonden waarden en normen moeten breed met en in de samenleving gecommuniceerd worden.
Noodzakelijk is ook, dat een goede infrastructuur ten behoeve van het tegengaan van discriminatie en racisme en ter bevordering van de gelijkheid wordt gehandhaafd. De rijksoverheid subsidieert daartoe een aantal landelijke instellingen. Zij verwacht ook van de lagere overheden dat die hun verantwoordelijkheid nemen. Helaas constateert het NPRD dat niet alle overheden dat doen en dat een aantal gemeenten zelfs bestaande voorzieningen, zoals antidiscriminatiebureaus, niet langer meer wil financieren. Het NPRD dringt er op aan, dat de minister en het kabinet in hun overleg en contacten met de lagere overheden het belang van het nakomen van hun verantwoordelijkheden blijven benadrukken.

Met vriendelijke groet,

dr. E. Borst - Eilers
Voorzitter