mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Radicalisme en extremisme

Dossier: Radicalisme en extremisme

Er zijn extreme of radicale ideeën en extreme of radicale daden. Hieronder wordt de stand van zaken belicht in Nederland met betrekking tot radicale of extreme ideeën en daden die zijn gericht tegen bepaalde sociale categorieën: migranten, moslims, joden en homoseksuelen. Bij extreme ideeën moet worden gedacht aan ideeën waarin tegenover bepaalde categorieën mensen radicale standpunten worden ingenomen. Bij extreme daden moet worden gedacht aan vormen van geweld als bekladdingen, bedreigingen, bommeldingen, confrontaties, vernieling, brandstichting, mishandeling, bomaanslag en doodslag. Het verband tussen extreem geweld en extreem gedachtegoed is niet altijd even duidelijk. Wel kan worden gesteld dat het meeste geweld plaatsvindt zonder dat daar een extremistisch gedachtegoed aan ten grondslag lag.
Hieronder wordt in beperkte mate ingegaan op houding of attitudes onder de Nederlandse bevolking tegenover bepaalde groepen.

1.Rechts-extreme groepen in Nederland

Van oudsher is de extreem-rechtse scene in Nederland kleinschalig erg versnipperd. Er zijn dan ook diverse extreem-rechtse partijen en organisaties actief in Nederland. Deze profileren zich met acties en retoriek die zijn gericht tegen migranten en ook tegen de islam. De electorale aanhang van de extreem-rechtse partijen is echter gering. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006 wist alleen Nieuw Rechts een gemeenteraadszetel in Ridderkerk te bemachtigen. De Nieuwe Nationale Partij won twee zetels in de raad van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord. Beide partijen zijn inmiddels opgeheven.

De enige ‘klassiek’ extreem-rechtse partij die nog echt actief is, is de Nederlandse Volksunie (Van Donselaar en Wagenaar, 2008). Daarnaast zijn er nog andere organisaties actief die geen politieke partij zijn: Voorpost, de Nationalistische Volksbeweging en allerlei neonazi-groeperingen (waaronder Blood & Honour en Nationaal-Socialistische Aktie). De actieve kern van een organisaties als Voorpost bestaat uit 40 personen. Het totale aantal leden van Voorpost bedraagt zo’n 200. Het aantal personen die actief zijn binnen de diverse neonazistische groeperingen wordt geschat op 400. (Van Donselaar en Wagenaar,2008b)

Extreem-rechtse organisaties organiseren regelmatig demonstraties. In het verleden werden extreem-rechtse organisaties met zogenaamde preventieverboden van burgemeesters geconfronteerd. De Nederlandse Volksunie (NVU) heeft via de rechter met succes meer demonstratievrijheid afgedwongen. Deze ontwikkeling startte in maart 2001 toen de NVU door een gang naar de rechter erin slaagde om demonstratieverbodverbod van de burgemeester van Kerkrade ongedaan te maken. Sindsdien gaan de meeste demonstraties van rechts-extremisten door. In 2007 vonden er twaalf demonstraties van extreem-rechts plaats en in het jaar 2008 (tot en met september) 18 (Van Donselaar en Wagenaar, 2008b). In 2001 waren er dat maar twee.

De laatste jaren is er veel aandacht voor rechts-extreme jongeren met name voor de zogenaamde ‘Lonsdale-jongeren’. Lonsdale is een Brits kledingmerk dat door allerlei mensen gedragen wordt. Het merk zelf heeft niks met racisme of rechts-extremisme te maken. Lonsdale wordt echter ook gedragen door jongeren met extreem-rechtse ideeën. De aantrekkingskracht van het merk ligt voor deze groep in de letters ‘nsda’ in het midden van de naam. Ze gebruiken dit als verwijzing naar de NSDAP, de partij van Adolf Hitler. Extreem-rechtse Lonsdale-jongeren worden ook wel extreemrechtse gabbers (Van Donselaar, 2005) genoemd of hardcorejongeren (_Van Wijk, Bervoets en Boers, 2007). Onderzoeker Van Donselaar heeft voor de periode van 2001 tot augustus 2005 125 extreemrechtse gabbergroepen geteld en ruim 200 incidenten waar deze groepen bij betrokken waren. Van deze incidenten waren er ongeveer 140 gewelddadig (Van Donselaar, 2005). Daarbij gaat het vooral om mishandelingen (41) en confrontaties (50) tussen autochtonen en allochtonen. Bij de confrontaties gaat het om spanningen tussen autochtone en allochtone jongeren waarbij er geen duidelijke grens is tussen dader- en slachtofferschap. Een rapport van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst stelt dat de dreiging die uitgaat van zogenaamde Lonsdale-jongeren groot is, maar dat het hier doorgaans gaat om jongeren die zich zonder politieke ideologie in losse verbanden manifesteren (AIVD, 2005). Veel van de zogenaamde Lonsdale-jongeren hebben een negatieve houding tegenover buitenlanders en moslims maar zien zichzelf niet als extreem-rechts (Van Wijk, Bervoets en Boers, 2007). Een klein deel van de extreem-rechtse gabbers of hardcore-jongeren heeft zich ontwikkeld tot neonazi’s die een nationaal-socialistische ideeënwereld aanhangen, waarin het gebruik van geweld wordt gerechtvaardigd (Van Donselaar, 2005; Van Wijk, Bervoets en Boers, 2007).

2 Geweld

Van oudsher hielden politie en openbaar ministerie incidenten met een discriminatoire incidenten niet systematisch bij. Alleen zaken die uitsluitend te maken hadden met één van de strafrechtelijke discriminatieverboden waren terug te vinden in de registratiesystemen als zijnde een discriminatoir incident. Een brandstichting met een discriminatoire achtergrond was niet te achterhalen als discriminatoir incident. In 2008 heeft de Nederlandse politie een begin gemaakt met het systematisch registreren van incidenten met een discriminatoir aspect. In het najaar van 2008 kwam daar het eerste rapport over uit (LECD, 2008). Over 2008 werden in totaal 2.240 discriminatoire incidenten door de politie geregistreerd (De Wit en Tas, 2009).

2.1 Racistisch geweld

Met het fenomeen van geweld tegen etnische of religieuze groepen heeft zich in Nederland vooral Jaap van Donselaar beziggehouden. Vanaf 1997 publiceert hij, vaak samen met andere auteurs, zijn ‘Monitor racisme en extreem-rechts’, die in 2005 is omgedoopt tot de ‘Monitor racisme en extremisme’. Onder racistisch geweld wordt verstaan in deze monitor: geweld waarbij de slachtoffers of doelwitten zijn uitgekozen vanwege hun etnische, raciale, etnisch-religieuze, culturele of nationale herkomst. In de monitor maakt Van Donselaar gebruik van gegevens die afkomstig zijn van justitie, antidiscriminatiebureaus en andere maatschappelijke organisaties. In zijn monitor constateert Van Donselaar dat er eind jaren negentig sprake was van een sterke toename van racistisch en extreem-rechts geweld. Vanaf 2001 zet een daling in. In 2008 heeft Van Donselaar in totaal 216 gewelddadige incidenten met een racistisch of rechts-extremistisch karakter geregistreerd (Van Donselaar en Wagenaar, 2009). In 2007 waren er dat nog 223 en in 2006 259. Van de 216 gevallen van geweld in 2008 ging het bij 171 gevallen om racistisch geweld. In 2008 was bij 54 geweldsincidenten sprake van extreem-rechtse betrokkenheid. In 2007 was dat aantal 53. Dat is vrij hoog. In 2002 was nog maar in 12 gevallen sprake van extreem-rechtse betrokkenheid. Met name het aantal gevallen van extreem-rechts geweld dat niet racistisch is, is gestegen: van 15 geregistreerde gevallen in 2006 naar 45 gevallen in 2008. In 2008 werd dertien procent van de gevallen van racistisch of extreem-rechts opgehelderd door de politie (Van Donselaar en Wagenaar, 2008a). Dit cijfer is al jaren vrij constant. In 2005 werd elf procent van de gevallen opgehelderd. Deze cijfers passen in een langer bestaand patroon.
De Anti Discriminatie Bureaus registreerden in 2008 in totaal 1.944 klachten over discriminatie op grond van ras (Boog, Coenders en Dinsbach, 2009). Daarvan ging het in 975 gevallen om vijandige bejegening, in 209 gevallen om geweld, en in 91 gevallen om bedreiging.

In 2008 registreerde de politie 898 discriminatoire incidenten met als discriminatiegrond ras/nationaliteit (De Wit en Tas, 2009) . Daarbij ging het in 81 procent van de gevallen om belediging. Bij 25 procent van de gevallen (aantal 221) ging het om bedreiging, bij 14 procent van de gevallen (aantal 128) om mishandeling en bij 5 procent (aantal 42) om openlijke geweldpleging.

Het is waarschijnlijk dat er meer gevallen van racistisch geweld zijn, dan wordt gerapporteerd. Een sterke aanwijzing daarvoor zijn de resultaten van een onderzoek naar discriminatie-ervaringen dat ten behoeve van de Monitor Rassendiscriminatie 2005 is verricht (Van den Berg en Evers, 2006). Hieruit kwam onder meer naar voren dat 7 procent van de ondervraagde Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen in 2004 en 2005 te maken heeft gehad met vernielingen, bekladdingen of lichamelijk geweld. Als dit cijfer wordt doorgetrokken naar de totale omvang van deze vier groepen dan zouden bijna 20.000 personen uit deze groepen met geweld tegen personen te maken hebben gehad.

2.2.Geweld tegen homoseksuelen

In 2008 is de politie begonnen met het systematisch registreren van incidenten met een discriminatoir aspect (De Wit en Tas, 2009). Over 2008 werden in totaal 2.240 discriminatoire incidenten in de politiesystemen geregistreerd. Daarbij ging het in 380 gevallen om incidenten gericht tegen homoseksuelen. Als strenger werd gekeken naar de incidenten (om zo incidenten uit te sluiten waarbij homoseksualiteit meer een bijkomstigheid was) ging het om 262 homofobe incidenten. Van de 380 gevallen ging het bij 18 procent daarvan in zekerheid om gevallen waarvan de slachtoffers homoseksueel waren. Het betrof verbaal of schriftelijk geweld (63%), mishandeling (19 %), bedreiging (33 %). Uit cijfers over eerste helft 2008 kwam naar voren dat de slachtoffers zijn voor het overgrote deel (89 %) mannen zin, de daders zijn meestal jongeren.

Uit een literatuuronderzoek (Schuyf, 2009) komt naar voren dat ruim 70 procent van de mensen met homoseksuele gerichtheid wel eens te maken heeft gehad met discriminatie of geweld als gevolg van hun homoseksualiteit. In 70 procent van de incidenten gaat het om verbaal geweld, 20 procent betreft intimidatie, vandalisme of dreiging met mishandeling, in 10 procent is er sprake van (zwaarder) fysiek geweld. Homonegatief geweld komt vooral voor in de openbare ruimte en wordt vaak in groepsverband gepleegd. Slachtoffers zijn overwegend jonge mannen. In 30 tot 50 procent van de gevallen blijken dader en slachtoffer bekenden van elkaar. Slachtoffers doen vaak geen aangifte.

De Anti Discriminatie Bureaus registreerden in 2008 in totaal 236 klachten over discriminatie op grond van seksuele gerichtheid (Boog, Coenders en Dinsbach, 2009). Dat is bijna vijf procent van het totaal aantal klachten. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2007 toen 256 klachten werden geregistreerd. Maar het aantal klachten in 2008 ligt hoger dan in 2006 toen 176 klachten werden gemeld. Bij klachten over onderscheid op grond van seksuele gerichtheid gaat het veelal om incidenten in de openbare ruimte (50 klachten) en in de woonomgeving (68 klachten). Daarbij gaat het om de volgende vormen van incidenten: vijandige bejegening (66 %), geweld (13%) en bedreiging (10%).

2.3. Antisemitisme

De Nederlandse samenleving is altijd bijzonder alert geweest op antisemitisme en geweld tegen joodse doelen. Er zijn diverse organisaties die antisemitische incidenten registreren. Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) houdt sinds de jaren 80 een overzicht van antisemitische incidenten in Nederland bij. Het gaat daarbij om incidenten die bij het CIDI gemeld worden of door andere organisaties worden doorgegeven. Het CIDI hanteert daarbij de volgende definitie van antisemitisme: het anders behandelen van joden dan andere mensen, in het bijzonder het je vijandig opstellen ten opzichte van joden op grond van vooroordelen over joden. In 2007 registreerde het CIDI 104 meldingen van antisemitisme (Friedmann, 2009) en in 2008 108 incidenten. Relatief rustige jaren in vergelijking met 2006 toen 261 antisemitische incidenten werden gemeld. 2006 was het jaar van de Israëlische invasie van Zuid-Libanon. Echter tijdens de invasie van Israel in de Gazastrook (27 december 2008 tot 23 januari 2009) werd in minder dan één maand 98 antisemitische incidenten geteld. Het aantal meldingen van ernstige incidenten (fysiek geweld en concrete bedreiging daarmee) lag in deze periode hoger dan in 2007 en 2008 (3 in 2007, 5 in 2008, 9 tijdens de oorlog in Gaza). Het aantal antisemitische incidenten schommelt mee met spanningen rond Israel. Dit is een internationaal fenomeen.

De ‘Monitor racisme en extremisme’ signaleert voor het jaar 2008 14 gevallen van antisemitisch geweld. In bijna de helft van de gevallen gaat het om bekladdingen. In 2007 werden er nog 21 antisemitische incidenten gesignaleerd door de monitor (Van Donselaar en Wagenaar, 2009). Het aantal klachten over antisemitisme dat binnenkwam bij de Antidiscriminatiebureaus lag in 2008 hoger dan in 2007. (Boog, Coenders en Dinsbach, 2009). In 2008 werden 123 klachten over antisemitisme geregistreerd (2,3 % van totaal aantal klachten) tegenover 72 in 2007. In 2002 werden er nog 184 klachten geregistreerd oftewel 5 procent van het totaal aantal klachten. Meeste klachten betroffen vijandige bejegening.

2.4 Islamofobie

De aanslagen in Amerika van 11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh
op 2 november 2004 door een moslimradicaal hebben de verhoudingen tussen moslims en niet-moslims op scherp gezet. In Nederlandse samenleving komen sindsdien veel vijandige gevoelens gericht tegen de islam en moslims naar boven. Het gehele scala van vijandige opvattingen en de daaruit voortvloeiende praktijken wordt wel aangeduid met het woord islamofobie (Bovenkerk, 2006). In de pers verschenen scherpe artikelen over moslims en de islam. Politici gingen zich in toenemende mate profileren met uitlatingen tegen moslims, met Geert Wilders als voorlopig dieptepunt. Er worden regelmatig opiniepeilingen gehouden over hoe Nederlanders denken over moslims. Zo gaf in juni 2004 36 procent van de ondervraagden in een opinieonderzoek te kennen een negatief gevoel te hebben over moslims (Kanne, 2004). In een internationaal vergelijkend onderzoek kwam naar voren dat meer dan welk ander Westers land er in Nederland een negatief beeld over moslims (Pew Research Center 2005). Van zeven Europese landen met moslimminderheden, is Nederland het enige land waar een meerderheid van de burgers, 51 procent, negatief over moslims oordeelt. In 2007 kwam een onderzoek uit gehouden onder bijna 600 jongeren op 11 scholen voor het voortgezet onderwijs in heel Nederland waaruit bleek dat bijna 54 procent van de Nederlandse jongeren negatief staat ten opzichte van moslims (Capelos, Dekker en van der Noll, 2007). Er is kritiek op zulke opinieonderzoeken omdat er een te ongenuanceerd beeld van de mening van Nederlanders over moslims uit ontstaat. Vragen in opiniepeilingen laten vaak te weinig ruimte op voor nuances waardoor respondenten zich gedwongen voelen extreme keus te maken (Carabain, 2007).

Negatieve gevoelens kunnen leiden tot gewelddadige incidenten. Met name na de moord op Theo van Gogh waren er een aantal incidenten tegen islamitische doelen zoals de aanslag op de islamitische basisschool Bedir te Uden. De Antidiscriminatiebureaus registreerden in de maanden na de moord op Theo van Gogh een relatief groot aantal klachten (Coenders et al, 2006). Voor het jaar 2008 constateert de ‘Monitor racisme en extremisme’ dat van de 171 gevallen van racistisch geweld het in 89 gevallen om anti-islamitisch geweld ging (Van Donselaar en Wagenaar, 2009). In 2007 ging het om 82 gevallen en in 2006 om 62 gevallen. Terwijl het aantal racistische incidenten in zijn geheel daalde, steeg het aantal anti-islamitische incidenten

3. Radicalisme onder moslims

Sinds de aanslag op Theo van Gogh door een radicale moslim is er veel maatschappelijke aandacht voor radicalisering onder moslims en dan met name moslimjongeren in Nederland. Deze radicalisering houdt in dat moslims zich in toenemende mate afkeren van de Nederlandse samenleving en zelf in staat zijn om geweld te gebruiken om deze afkeer tot uiting te brengen. Dit proces van radicalisering onder groepen moslimjongeren zet de maatschappelijke verhoudingen onder druk. Het zorgt voor onlustgevoelens jegens moslims onder de autochtone bevolking. Deze onlustgevoelens zorgen er weer voor dat Nederlandse moslims zich minder thuis gaan voelen in de Nederlandse samenleving. De omvang van het radicaliseringproces is niet duidelijk: vooral omdat er verschillende groepen zijn die aangeduid kunnen worden als radicaal. Om radicale moslims aan te duiden wordt vaak het begrip salafi’s gebruikt (Buijs, Demant en Hamdy, 2006). Salafi’s zijn moslims die claimen te leven volgens de regels van de islam zoals die in de begintijd van de islam bestonden. Salafi’s zetten zich af van de samenleving en propageren een levensstijl die moeilijk te verenigen is met de Nederlandse samenleving. In hun opvattingen zijn vele salafi’s apolitiek en accepteren de politieke orde zoals die in Nederland bestaat. Er is echter een groep van salafi´s die dat doen niet en die bereid zijn om geweld te gebruiken. Deze groep wordt ook wel jihadische salafi’s genoemd. Volgens de AIVD kunnen netwerken van radicale, jonge moslims snel veranderen in terreurcellen (AIVD 2007). De oorzaken van dit radicaliseringsproces liggen op diverse niveaus: internationaal, nationaal, individueel en op het niveau van de groep (Buijs, Demant, F. en Hamdy, 2006). Een van de factoren die hierbij speelt is dat veel moslimjongeren van de tweede generatie zich buitengesloten en gediscrimineerd voelen door de Nederlandse omgeving. Het is niet de enige factor maar wel een belangrijke. De AIVD constateert in een rapport dat december 2009 verscheen dat de groei van de salafitische stroming in Nederland stagneert door een verhoogde weerstand (AIVD, 2009). Hiermee verdwijnt ook een deel van de voedingsbodem voor radicalisering. Gematigde moslims durven zich op lokaal en nationaal niveau steeds vaker uit te spreken tegen salafistische predikers

De Nederland overheid is alert op de dreiging die uitgaat van geradicaliseerde moslims. Wetgeving is aangescherpt zodat radicalen juridisch aangepakt kunnen worden voordat er daden zijn gepleegd. Deze aanpak heeft al geleid tot strafprocessen en veroordelingen. Voorts hebben diverse gemeentes beleid ontwikkeld of zijn die aan het ontwikkelingen om radicalisme te voorkomen en te bestrijden. Uit een onderzoek waaraan 286 Nederlandse gemeenten heben meegewerkt, geeft 61 procent van de gemeenten aan zicht te hebben op polarisatie en/of radicalisering (Min. van BZK, 2009). 21 procent van de gemeenten zegt dat er sprake is van polarisatie en/of radicalisering. 44 gemeenten geven aan dat er is sprake van rechts-extremisme en 24 gemeenten geven aan dat er sprake is van moslimextremisme. Dertig procent van de gemeenten waar sprake is van polarisatie en/of radicalisering geven aan een plan van aanpak te hebben.

Literatuur

AIVD (2005). "Lonsdale-jongeren" in Nederland. Feiten en fictie van een vermeende rechts-extremistische subcultuur. Den Haag: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

AIVD (2007). Jaarverslag 2006. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Den Haag: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

AIVD (2009). Weerstand en tegenkracht. Actuele trends en ontwikkelingen
van het salafisme in Nederland. Den Haag : Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)

Berg, H. van den en Evers. J. (2006) Discriminatie-ervaringen 2005. Een onderzoek naar ervaringen met discriminatie op grond van land van herkomst, geloof en (huids)kleur. In: Boog, I. (red) Monitor rassendiscriminatie. Rotterdam / Amsterdam / Leiden: Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie / Landelijke Vereniging van Anti Discriminatie Bureaus en Meldpunten / Anne Frank Stichting / Universiteit Leiden

Boog, I., Coenders,en Dinsbach, W. (2009). Kerncijfers 2008. Landelijk overzicht van discriminatieklachten geregistreerd bij antidiscriminatiebureaus en meldpunten in Nederland. Rotterdam: Art.1, de landelijke vereniging ter voorkoming en bestrijding van discriminatie

Bovenkerk, F. (2006) Islamofobie. In: Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R.. Monitor Racisme & Extremisme. Zevende rapportage. Amsterdam / Leiden: Anne Frank Stichting / Departement Bestuurskunde - Universiteit Leiden.

Buijs, F.J., Demant, F. en Hamdy, A. (2006) Radicalisering van moslimjongeren In: Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R. Monitor Racisme & Extremisme. Zevende rapportage. Amsterdam / Leiden: Anne Frank Stichting / Departement Bestuurskunde - Universiteit Leiden.

Capelos, T., Dekker, H.J. Noll, J. Van der (2007) Islamofobie onder jongeren en de achtergronden daarvan. Leiden: Universiteit Leiden

Carabain, C.L. (2007). Taking too much for granted? A study on the measurement of social attitudes. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam

Coenders, M., Silversmith, J., Boog, I. en Dinsbach, W. (2006). Kerncijfers 2005. Jaaroverzicht discriminatieklachten bij Anti Discriminatie Bureaus en Meldpunten. Amsterdam: Landelijke Vereniging van Anti Discriminatie Bureaus en Meldpunten

Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R. (2003). Monitor racisme en extreem-rechts. Racistisch en extreem-rechts geweld in 2002. Amsterdam/Leiden: Anne Frank Stichting/Departement Bestuurskunde Universiteit Leiden, Amsterdam/Leiden

Donselaar, J. van (2005). Monitor racisme en extremisme. Het Lonsdalevraagstuk. Amsterdam / Leiden: Anne Frank Stichting, Universiteit Leiden. (Cahier; 4)

Donselaar, J. van en Wagenaar, W. (2006,a) Racistisch en extreemrechts geweld in 2005. In: Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R.. Monitor Racisme & Extremisme. Zevende rapportage. Amsterdam / Leiden: Anne Frank Stichting / Departement Bestuurskunde - Universiteit Leiden.

Donselaar, J. van en Wagenaar, W. (2006,b).Extreemrechtse formaties in Nederland. In: Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R. _Monitor Racisme & Extremisme. Zevende rapportage. Amsterdam / Leiden: Anne Frank Stichting / Departement Bestuurskunde - Universiteit Leiden.

Donselaar, J. van en Wagenaar, W. (2008,a). Racistisch en extreemrechts geweld in 2007. In; Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R. _Monitor Racisme & Extremisme. Achtste rapportage. Amsterdam: Anne Frank Stichting / Amsterdam University Press

Donselaar, J. van en Wagenaar, W. (2008,b). Extreemrechtse formaties. In; Donselaar, J. van en Rodrigues, P.R. _Monitor Racisme & Extremisme. Achtste rapportage. Amsterdam: Anne Frank Stichting / Amsterdam University Press

Donselaar, J. van en Wagenaar, W. (2009). Racistisch en extreemrechts geweld in 2008. Monitor Racistisch en extreemrechts geweld. Amsterdam / Leiden: Anne Frank Stichting / Universiteit Leiden

Friedmann, E. (2009) Monitor antisemitische incidenten in Nederland: 2008. Met een verslag van de Gazaperiode: 27-12-2008 - 23-1-2009. Den Haag: CIDI.

Kanne, P. (2004). Gevoelens van autochtone Nederlanders ten opzichte van allochtonen en moslims Amsterdam: TNS NIPO

LECD (2008). Rapportage homofoob geweld. Politiegegevens. Periode 1 januari - 1 juli 2008. Apeldoorn: Landelijk ExpertiseCentrum Diversiteit (LECD).

Min. van BZK (2009). Onderzoeksbevindingen van het onderzoek naar polarisatie en radicalisering op lokaal niveau. Den Haag : Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties

Pew Research Center. (2005). Islamic extremism. Common concern for Muslim and Western publics - 17-Nation Pew global attitudes survey. Washington: The Pew Research Center

Schuyf, J (2009) Geweld tegen homoseksuele mannen en lesbische vrouwen : Een literatuuronderzoek naar praktijk en bestrijding. Utrecht: Movisie

Wijk, A.Ph. van, Bervoets, E.J.A. en Boers, R. (2007). Trots op Nederland. Achtergronden, kenmerken en aanpak van het Lonsdaleverschijnsel in Venray, Zoetermeer en Aalsmeer. Den Haag: Elsevier Overheid

Wit, W. de en F. Tas (red) (2009). ¬Poldis 2008 : Criminaliteitsbeeld Discriminatie.¬¬
Nijmegen / Apeldoorn : : ITS / Politieacademie


Bekijk artikelen »

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Openingstijden
Het landelijk expertisecentrum van Art.1 is geopend van maandag t/m vrijdag van 09.00 - 16.00 uur.
Dat geldt ook voor de shop en de mediatheek.

Telefonische spreekuren
Voor algemene informatie- en adviesvragen:
maandag t/m vrijdag van 14.00 - 16.00 uur.
Voor juridische vragen: maandag t/m vrijdag van 14.00 - 16.00 uur. Tel. 010 - 201 02 01.
Vragen stellen buiten de spreekuren kan via het contactformulier.

Stagevacature
Art.1 is op zoek naar een stagiair(e) HBO-Rechten. Kijk hier voor meer informatie.