mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Art.1 en discriminatiebestrijding

Dossier: Art.1 en discriminatiebestrijding

1. Art.1

Sinds 1 januari 2007 kent Nederland een landelijke vereniging tegen discriminatie. Hierin hebben lokale en regionale antidiscriminatiebureaus (ADB's) en het voormalig Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) hun krachten en expertise gebundeld om elkaar te ondersteunen en versterken op het gebied van discriminatiebestrijding. Op 23 april 2007 onthulde minister van Justitie Hirsch Ballin op de Hofplaats in Den Haag de naam van de nieuwe vereniging: Art.1.
Hiermee is in Nederland een infrastructuur ontstaan voor het voorkomen en tegengaan van discriminatie op alle gronden (geslacht, huidskleur, leeftijd, handicap, geloof, seksuele gerichtheid etc.). Met de ADB's als leden en het voormalige LBR als landelijk expertisecentrum, maakt Art.1 het mogelijk om het landelijk en regionaal beleid op elkaar af te stemmen. Daarnaast streeft Art.1 naar een volledig landelijke dekking door de ADB's, zodat iederéén met een klacht of vraag terecht kan bij een bureau in de buurt.
Het landelijk expertisecentrum ondersteunt de leden in hun werkzaamheden en vervult de rol van expertisecentrum. Het aanbod van het landelijk expertisecentrum bestaat onder meer uit juridische consultatie, beleidsadviezen, monitoring, voorlichting, trainingen, onderwijsprojecten en een documentatiecentrum. De leden, de ADB's, bieden op lokaal en regionaal niveau onder meer ondersteuning en advies bij klachten, organiseren projecten, geven voorlichting en registreren klachten over en meldingen van discriminatie.

2. ADB's

Met vragen of klachten over discriminatie moet iedereen terecht kunnen bij een antidiscriminatiebureau (ADB) in de buurt. Momenteel heeft echter nog niet iedere gemeente een ADB. In 2005 bestreek het werkgebied van alle ADB's bij elkaar ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking. Art.1 is onder meer opgericht om ervoor te zorgen dat in 2009 elke stad of regio in Nederland over een ADB beschikt en dat deze landelijke dekking in stand wordt gehouden en de kwaliteit ervan wordt gewaarborgd.
Niet alleen het behandelen, maar ook het registreren en verwerken van klachten en meldingen is een belangrijke taak van ADB’s. Deze gegevens komen namelijk terecht in een gezamenlijk registratieprogramma waarvan de ADB's ieder jaar een overzicht maken: de 'Kerncijfers'. Hieruit is voor hen, maar ook voor overheden en landelijke organisaties als Art.1, informatie af te leiden over welke vormen van discriminatie voorkomen en over de werkwijze van de ADB's. Deze informatie geeft aanwijzingen hoe discriminatie gerichter en effectiever aangepakt kan worden.
Uit de Kerncijfers 2005 bleek dat er in dat jaar 4.433 klachten en meldingen over discriminatie werden ingediend bij de ADB's. Dit is een stijging van 16 procent ten opzichte van 2004. Net als in voorgaande jaren had het merendeel van de klachten betrekking op discriminatie op grond van ras: 2.116, bijna de helft van alle klachten. Daarna kwamen klachten over leeftijdsdiscriminatie (21 procent) en godsdienstdiscriminatie (6 procent) het meest voor.
Deze vermeende voorvallen van discriminatie vonden met name plaats op de arbeidsmarkt (37 procent) en in de buurt of wijk (13 procent). Hierbij ging het vaak om belemmeringen bij de toegang tot van goederen, diensten of voorzieningen (59 procent). Bij 30 procent van de klachten ging het om 'vijandige bejegeningen' zoals beledigingen. De cijfers zeggen weinig over het werkelijke aantal voorvallen; veel discriminatie wordt niet gemeld.

3. Collega-organisaties

In Nederland zijn naast Art.1 verschillende landelijke expertisecentra actief op het gebied van discriminatiebestrijding. De belangrijkste zijn:

- LEEFtijd (discriminatiegrond: leeftijd)
LEEFtijd adviseert organisaties over vraagstukken rond leeftijd en levensloop. Door middel van onder meer voorlichting, analyse en onderzoek streeft LEEFtijd naar een personeelsbeleid waarin alle mensen, welke leeftijd zij ook hebben of in welke levensfase zij ook zitten, hun talenten optimaal kunnen benutten.

- CG-raad (discriminatiegrond: handicap of chronische ziekte)
De CG-Raad behartigt de collectieve belangen van mensen met een handicap of chronische ziekte. Deze collectieve belangen zijn bijvoorbeeld goede medische voorzieningen, toegankelijk openbaar vervoer en gelijke kansen op de arbeidsmarkt.

- MOVISIE lesbisch en homo-emancipatiebeleid (discriminatiegrond: seksuele gerichtheid.
MOVISIE lesbisch en homo-emancipatiebeleid bundelt en verspreidt kennis en ondersteunt lokale overheden, belangenorganisaties en professionele organisaties bij het vormgeven van beleid dat de emancipatie stimuleert van homoseksuelen.

- COC Nederland (discriminatiegrond: seksuele gerichtheid).
COC Nederland bevordert door middel van voorlichting (bijvoorbeeld op scholen), sociale acties en politieke beïnvloeding de integratie van homoseksualiteit in de maatschappij.

- Anne Frank Stichting (discriminatiegrond: geloof/ras).
De Anne Frank Stichting brengt aan de hand van het levensverhaal van Anne Frank de gevaren van antisemitisme, racisme en discriminatie onder de aandacht. Sinds 1997 brengt de Anne Frank Stichting in samenwerking met de Universiteit Leiden de monitor Racisme en Extremisme uit, waarin de stand van zaken met betrekking tot racistisch geweld en diverse vormen van extremisme wordt geïnventariseerd.

- E-Quality (discriminatiegrond: geslacht)
E-Quality zet zich in voor een gelijke toegang tot maatschappelijke voorzieningen voor mannen en vrouwen van verschillende etnische achtergronden. Om dit te bewerkstelligen verricht het onderzoek en verleent het informatie en adviezen aan overheden en maatschappelijke organisaties.

Het verschil tussen Art.1 en deze organisaties is dat Art.1 zich richt op alle gronden en zij elk op één grond. Daarnaast maakt discriminatiebestrijding vaak slechts een (klein) deel uit van de werkzaamheden van deze organisaties. Zij houden zich bijvoorbeeld ook of vooral bezig met algemene voorlichting over het betreffende onderwerp, bijvoorbeeld over homoseksualiteit of over de Holocaust, en/of met belangenbehartiging van hun doelgroep. Art.1 houdt zich specifiek bezig met het voorkomen en bestrijden van discriminatie.
Naast de genoemde expertisecentra, houden nog twee organisaties zich in Nederland bezig met non-discriminatie: de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) en het Meldpunt Discriminatie Internet (MDI). De CGB spreekt op basis van de gelijkebehandelingswetgeving oordelen uit of er in bepaalde situaties sprake is geweest van verboden onderscheid. Het MDI handelt meldingen af over discriminatie op het 'Nederlandse' deel van internet. Art.1 werkt samen met zowel de CGB en het MDI als de expertisecentra. Om kennis uit te wisselen, werkzaamheden af te stemmen en, met name, gezamenlijk een krachtig veld te vormen tegen discriminatie in Nederland.

4. Europese samenwerking

Nederlands beleid en regelgeving op het gebied van discriminatiebestrijding worden mede internationaal bepaald. Bijvoorbeeld door artikel 13 van het Europees Verdrag, het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Rassendiscriminatie (IVUR) en CEDAW, een verdrag dat de staat verplicht maatregelen tegen discriminatie op grond van geslacht te nemen. Art.1 oefent onder meer invloed uit op internationale ontwikkelingen door samenwerking met Europese organisaties en deelname in Europese netwerken tegen discriminatie.

Belangrijke Europese organisaties en netwerken tegen discriminatie:

-Europees Agentschap voor de Grondrechten (FRA)
Het Europees Agentschap voor de Grondrechten (FRA), voorheen het Europees Waarnemingscentrum inzake Racisme en Vreemdelingenhaat (EUMC), adviseert de EU en haar lidstaten over maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat. Dit doet het FRA door hen objectieve informatie en data te leveren over de genoemde kwesties. Het FRA ontvangt deze gegevens van het RAXEN-netwerk, bestaande uit organisaties uit alle lidstaten die de landelijke gegevens verzamelen. Voor Nederland doet Art.1 dit.

-Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI)
De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) analyseert welke problemen er in de lidstaten van de Raad van Europa bestaan omtrent (de bestrijding van) rassendiscriminatie. Naar aanleiding van deze analyses adviseert ECRI de landen welke maatregelen zij kunnen nemen. ECRI bestrijdt racisme vanuit het perspectief van de bescherming van de mensenrechten.

- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) biedt voor haar 56 lidstaten, waaronder de VS en de leden van de Raad van Europa, een platform voor het bespreken van hun problemen op het gebied van veiligheid en de aanpak ervan. Eén van de thema's is discriminatie. De OVSE heeft drie 'Speciale Vertegenwoordigers' die activiteiten ter bestrijding van discriminatie coördineren.

- Europees Netwerk Tegen Racisme (ENAR).
Het Europees Netwerk Tegen Racisme (ENAR) is een netwerk van meer dan 600 NGO's binnen de EU. ENAR maakt het mogelijk dat de NGO's kennis en ervaringen uitwisselen en gezamenlijk campagnes voeren om invloed uit te oefenen op antidiscriminatiebeleid in Europa.


Bekijk artikelen »

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Mediatheek

De mediatheek van Art.1 is te bezoeken op afspraak.
Neem contact op via het contactformulier of tel. 010 - 201 02 01.


Art.1 is onder meer verbonden aan: