VN: Nederland discrimineert
22.03.2010
Dossiers: Europa en non-discriminatie, Overheden en politieke ontwikkelingen
De Nederlandse regering heeft op een aantal punten gefaald in de bestrijding van rassendiscriminatie. Dat concludeert het VN-comité dat toezicht houdt op nakoming van de verplichtingen uit het Internationaal verdrag inzake de uitbanning van rassendiscriminatie. Het comité heeft eind vorige week gereageerd op het Nederlandse antidiscriminatiebeleid dat afgelopen maand in Genève werd toegelicht in de vorm van een zelfrapportage door de Nederlandse staat.
De landen die lid zijn van de VN moeten tweejaarlijks rapporteren over hun aanpak van rassendiscriminatie. Vorige maand moest de Nederlandse regering haar rapport toelichten aan het VN-comité in Genève.
Met name de Wet inburgering buitenland (WIB) vormt een probleem. Dit zou volgens de VN tot discriminatie kunnen leiden tussen westerse en niet-westerse immigranten. Ook de positie van allochtone vrouwen op de arbeidsmarkt kwam Nederland op scherpe kritiek te staan.
Het comité raadt de Nederlandse regering aan om het inburgeringsexamen in het buitenland niet of niet alleen verplicht te stellen in niet-westerse landen. Daarnaast adviseert het Nederland concrete stappen te ondernemen om niet langer personen, met name kinderen, zonder geldige verblijfsstatus in vreemdelingenbewaring te nemen.
Een ander belangrijke aanbeveling behelst het feit dat Nederland, ondanks haar expliciete toezegging, sinds 2003 geen nieuw nationaal actieplan tegen racisme heeft opgesteld. Het comité betreurt dit temeer omdat in Nederland, net als in andere landen, steeds meer polarisatie tussen bevolkingsgroepen in de samenleving is te constateren.
Veel van deze punten zijn ook aangekaart in het schaduwrapport dat het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) en Art.1 heeft gemaakt. Samen met een aantal andere NGO's hebben zij onlangs advies over het Nederlandse beleid gegeven aan de VN. Deze heeft veel van de kritiekpunten van de NGOs overgenomen.






