Wat vindt Art.1 van deze rechtszaak en de uitspraken van Wilders?
Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen
Art.1 vindt het van belang dat een rechter zich uitspreekt over de uitlatingen van Wilders.
Hoewel een politicus zeer ver mag gaan in zijn uitspraken, is ook zijn recht op vrijheid van meningsuiting begrensd. Politici hebben een 'verantwoordelijkheid voor de wet', dit wil zeggen dat zij rekening moeten houden met wettelijke regels en andere grondrechten zoals het recht op non-discriminatie of het recht op godsdienstvrijheid.
Art.1 vindt dat Wilders met zijn uitspraken over de islam en moslims een buitengewoon negatief beeld creëert over de islam en de mensen die de islam belijden. Dit kan leiden tot discriminatie van moslims en angstgevoelens jegens hen met alle negatieve gevolgen van dien.
Om opnieuw duidelijkheid te scheppen in hoe wij in Nederland omgaan met de balans tussen vrijheid van meningsuiting en het recht op non-discriminatie, vindt Art.1 het belangrijk dat een rechter nu een afweging maakt tussen deze fundamentele grondrechten en duidelijkheid geeft over hoe wij daar in de samenleving mee om willen gaan.
Naast de klachten over de aantasting van godsdienstvrijheid door Wilders zijn er ook klachten over de uitspraken waarin hij zich rechtstreeks richt tot Marokkanen en niet-Westerse allochtonen. Art.1 vindt het daarom terecht dat de aanklacht tegen Wilders ook zijn uitlatingen over groepen mensen bevat.







