Waarom wilde het OM eerst niet vervolgen en nu wel?
Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen
In 2008 besloot het OM 40 aangiften tegen uitlatingen van Wilders niet voor de rechter te brengen. Hoewel het OM een aantal uitspraken beledigend vond voor moslims, geldt in Europa de regel dat uitlatingen in een maatschappelijk en politiek debat zeer ver mogen gaan. Het OM vond niet dat Wilders te ver was gegaan omdat zijn uitlatingen zich vooral zouden richten op de godsdienst islam en niet zozeer op moslims.
Diverse personen en organisaties waren het niet eens met deze beslissing. Zij dienden via een artikel 12-procedure beklag in bij het gerechtshof Amsterdam.
In tegenstelling tot het OM oordeelde het hof dat er voldoende reden is om Wilders te vervolgen voor aanzetten tot discriminatie, haat en groepsbelediging. Met name 'de eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en een toenemende felheid waarbij ook symbolen van het moslimgeloof worden aangetast en uitspraken over de gelovigen zelf worden gedaan', noemde het hof ernstig.
Het hof achtte het van algemeen belang dat een strafrechter een duidelijke grens trekt in het maatschappelijke debat. Het OM gaf vervolgens gehoor aan het bevel van het hof om Wilders te dagvaarden.







