Nederland moet wél deelnemen aan VN-conferentie tegen racisme
door Leyla Hamidi - 07.01.2009
Dossiers: Art.1 en discriminatiebestrijding, Durban Review 2009
De VN Wereldconferentie tegen racisme in 2001 in Durban legde de basis voor een wereldwijde aanpak van discriminatie. In april 2009 wordt in Genève de herzieningsconferentie gehouden. Er gaan stemmen op om deze conferentie te boycotten. Art.1 pleit er voor dat de conferentie wel doorgaat. Onderstaand opiniestuk verscheen in de Volkskrant van 27 december 2008.
In april 2009 wordt in Genève de Durban Review Conference gehouden. Dit wordt het vervolg op de VN-conferentie tegen racisme die in 2001 in Durban werd gehouden. Volgens de ambassadeur van Israël, Harry Kney-Tal (de Volkskrant, 18 december) ontaardde die conferentie in een anti-Israëlische bijeenkomst. Hij verwacht dat de Review Conferentie in Genève opnieuw een 'haatfestijn' wordt en pleit daarom voor een boycot.
Het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie, voorloper van Art.1, was een van de non-gouvernementele organisaties (ngo's) die in 2001 meededen aan het ngo-forum, dat voorafgaand aan de regeringsconferentie in Durban werd gehouden.
In de voorbereidingen op de conferentie in Durban had het LBR met andere Nederlandse ngo's een oproep gedaan om de Midden-Oostenproblematiek niet op de agenda van Durban te plaatsen, maar elders te bespreken. Dit omdat dit agendapunt alle andere thema's van de conferentie zou kunnen overschaduwen. Dat aan deze oproep geen gehoor is gegeven is bekend - met alle beschamende gevolgen waar Kney-Tal terecht naar verwijst.
Ofschoon aandacht van de media in die tijd volledig uitging naar alle turbulentie rondom de conferentie, moeten wij niet vergeten dat die periode ook positieve resultaten heeft gehad.
De resultaten van de conferentie zijn neergelegd in de slotverklaring en het actieprogramma die, nadat de conferentie met een dag was verlengd, uiteindelijk werden aangenomen.
Dat het toch zover was gekomen dat er teksten zijn aangenomen, waarin bijvoorbeeld is neergelegd dat slavernij een misdaad tegen de menselijkheid is waarvoor compensatie geldt, was een belangrijke historische stap.
Passages in de slottekst die met name de EU, Canada en de VS tegen de borst stuitten, waarin Israël werd afgeschilderd als een racistische apartheidsstaat, werden uiteindelijk geschrapt.
Zowel het NGO-forum dat aan de regeringsconferentie voorafging als de gang van zaken tijdens de officiële conferentie boden in eerste instantie weinig hoop dat een redelijk compromis zou worden bereikt.
Maar zelfs de slotdocumenten van het NGO-forum die met zoveel onduidelijkheid en chaos tot stand waren gekomen, boden uitstekend uitgewerkte teksten over onderwerpen als inheemse volken, de relatie tussen racisme en andere vormen van discriminatie en juridische maatregelen om rassendiscriminatie aan te pakken. De hate-speech tegen Israël verhinderde Hoge Commissaris van de Mensenrechten, Mary Robinson er echter van het document aan te bevelen aan de Verenigde Naties. Ook het LBR distantieerde zich, in gezamenlijke verklaringen met NGO?s uit Nederland en andere Europese landen van de ondemocratische gang van zaken en gebruikte hate-speech. Die verklaring wees echter tevens op de vele goede passages waaraan zo hard was gewerkt in de diverse commissies en bijeenkomsten.
Ook historisch was dat diverse minderheidsgroepen als Roma, Dalits, Indianen en Koerden voor het eerst de gelegenheid kregen om op VN niveau - vaak op persoonlijke wijze - aandacht te vragen voor hun zaak. Niet alleen deze steun voor de rechten van bovengenoemde groepen, maar ook de spijtbetuiging van oud-minister van Boxtel voor het Nederlandse aandeel in slavernij en slavenhandel had grote emotionele en historische waarde voor slachtoffers van racisme en hun nazaten.
De slotverklaring en actieprogramma van de Durban conferentie die door alle deelnemende landen werd ondertekend verplichtten de ondertekenaars, waaronder Nederland, tot het opstellen en uitvoeren van een Nationaal Actieplan tegen Racisme.
Hiermee werd de basis gelegd voor een wereldwijde aanpak en een mondiaal netwerk ter bestrijding van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en verwante vormen van intolerantie.
Het doel van de Review Conferentie in Durban is om te evalueren wat er in zeven jaar terecht is gekomen van de nationale actieplannen en welke vervolgstappen nu dienen te worden genomen. Het staat buiten kijf dat een antiracismeconferentie geen plaats biedt aan antisemitische uitingen en het is dan ook aan de organisator, de VN, om te zorgen dat er passende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat grenzen worden overschreden. Daarentegen dient men ook voor ogen te houden wat er in 2001 in positieve zin is bereikt. Het is dan ook zaak dat de Nederlandse overheid op de komende Review Conferentie in april in Genève is vertegenwoordigd om te bekrachtigen wat er is bereikt en op de ingeslagen weg verder te gaan.
Leyla Hamidi, beleidsadviseur internationale zaken Art.1






