mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Juridisch kader.. / Jurisprudentie en Oordelen..

Jurisprudentie en Oordelen Commissie Gelijke Behandeling (CGB)

18.12.2007

Dossier: Goederen en diensten

Tags: gelijkebehandelingswetgeving, horeca, meldpunten, rechtspraak

Jurisprudentie en Oordelen Commissie Gelijke Behandeling (CGB)

Middel moet doel dienen
De meeste horecaondernemers weigeren allochtonen de toegang omdat ze niet te veel bepaalde groepen allochtonen bij elkaar willen in hun café of discotheek. Ze zijn bang dat dit tot problemen leidt tussen verschillende groepen bezoekers. Ook zouden er veel klachten zijn over Marokkaanse jongeren vanwege seksueel intimiderend gedrag.

Een specifieke zaak betrof een café die álle Marokkaanse jongeren de toegang had geweigerd in plaats van alleen die personen die voor ongeregeldheden verantwoordelijk waren. Daarmee discrimineerde het café opzettelijk personen op grond van hun afkomst. In de uitspraak overwoog het hof dat de caféhouder een ander middel had kunnen kiezen om het café draaiende te houden. Dit laatste werd dan ook aangegeven door de horecaondernemer. In dit geval diende het middel (alle Marokkanen toegang weigeren) niet het doel (het café draaiende houden).

Uit voornoemde uitspraak van het hof in Den Bosch blijkt dat in dergelijke gevallen het middel dat de horecagelegenheid gebruikt (het weigeren van de toegang), niet voldoet aan het zogenaamde proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel 1. Dit belangrijke beginsel houdt in dat het middel in een redelijke verhouding moet staan tot het doel ervan. De minst ingrijpende handelwijze dient te worden gekozen (subsidiariteit) en het doel dient het middel te kunnen rechtvaardigen (proportionaliteit).

Volledige uitspraak: http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AY8700.

Geen passende kleding
In 2004 had een restauranthoudster haar toelatingsbeleid aangescherpt. Een van de nieuwe regels was dat alle bezoekers werd gevraagd hun hoofdbedekking af te nemen.
Hoewel de maatregel op het oog neutraal was, en bijvoorbeeld ook het dragen van petten betrof, bleken in de praktijk vooral moslims erdoor getroffen te worden. Meerdere moslima’s, die vanwege hun geloofsovertuiging een hoofddoek dragen, werd een keer de toegang geweigerd omdat zij niet wilden voldoen aan het verzoek om hun hoofddoek af te nemen. Ze voelden zich vernederd en gediscrimineerd vanwege hun godsdienst en vroegen de CGB om een oordeel. Volgens de restauranthouder beoogde ze met haar aangescherpte beleid een wat stijlvoller en ouder publiek te trekken. Om één lijn te trekken en conflicten bij de deur te voorkomen, maakte de restauranthouder geen uitzonderingen op haar beleid en weigerde zij alle bezoekers met een hoofddeksel of -doek, ook al erkende ze dat de moslima's in beginsel wel passen in het door haar gewenste bezoekersprofiel. Ook het weigeren van personen in een horecaonderneming vanwege het feit dat ze geen passende kleding dragen, kan in strijd zijn met de wetgeving.

De CGB heeft in 2004 geoordeeld dat er indirect onderscheid op grond van de AWGB is gemaakt door bezoekers slechts toe te laten tot een restaurant op voorwaarde dat zij hun hoofddoeken en -deksels afnemen 2. Begin 2004 had de restauranthoudster haar toelatingsbeleid aangescherpt. Een van de nieuwe regels was dat alle bezoekers werd gevraagd hun hoofdbedekking af te nemen.
In dit geval speelt ook hier het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel.
De CGB overwoog dat, hoewel het doel legitiem is, het gehanteerde middel niet geschikt is. De restauranthouder heeft hiermee ook bezoekers geweerd die niet behoren tot de groep samenklittende, slordig geklede jongeren die de restauranthouder wenst te weren. Het middel is evenmin noodzakelijk. De restauranthouder had hetgeen zij als niet stijlvol beschouwde, bijvoorbeeld sportkleding, eenvoudig kunnen specificeren. Op grond van een dergelijk criterium zijn stijlvol geklede mensen met of zonder hoofddoek welkom, terwijl mensen gekleed in trainingspak - met of zonder hoofdbedekking - om die reden kunnen worden geweigerd, zonder dat dit leidt tot onderscheid op grond van godsdienst 3.

Volledig oordeel: http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453055421.

Willekeur is verboden
Een andere casus betrof de weigering van toegang tot een discotheek van een klant vanwege zijn Turkse afkomst 4. olgens een portier van de discotheek werden die avond alleen vaste klanten toegelaten tot de discotheek, die verhuisd was naar een nieuwe locatie en ter gelegenheid daarvan werd heropend.

Een horecaondernemer heeft meestal een bepaald publiek voor ogen voor zijn horecagelegenheid. Daarbij spelen ook veiligheidsoverwegingen een rol. Bij de deur wordt gelet op bijvoorbeeld leeftijd, kleding, gedrag, alcohol- en drugsgebruik en de grootte van de groep die binnenkomt.
Zowel het uitgaanspubliek als de horecaondernemers zijn gebaat bij een prettige en veilige uitgaansgelegenheid. Een horecaondernemer mag daarom wel een deurbeleid voeren, maar hij mag geen regels opstellen die in strijd zijn met wettelijke bepalingen. Het recht op gelijke behandeling en het verbod van discriminatie zijn in de wetgeving neergelegd. Ook de horecaondernemer die een deurbeleid voert heeft daarmee te maken. Het wel of niet toelaten van mensen mag dus niet op willekeurige en oneigenlijke gronden gebeuren.

De CGB heeft in 2000 geoordeeld dat het toelatingsbeleid van een horecaondernemer in strijd was met de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). De CGB heeft geconstateerd dat beleid werd gevoerd om problemen van oververtegenwoordiging van bepaalde groepen te voorkomen door niet te veel personen van een bepaalde bevolkingsgroep toe te laten. Daarbij bepaalde alleen de portier wie wel of niet tot de vaste bezoekers behoren. De CGB heeft geoordeeld dat het toegangsbeleid een onvoldoende inzichtelijke, controleerbare en systematisch uitgevoerde toelatingsprocedure was en daardoor niet voorkomen kon worden dat de indruk kon ontstaan dat bezoekers van de discotheek werden geweigerd vanwege hun afkomst.

Volledig oordeel: http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453054764

Asielzoekers beschermd
Op 13 juni 2000 bepaalde de Hoge Raad dat ook asielzoekers beschermd moeten worden door het discriminatieverbod in het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad vernietigde toen een vonnis van de rechtbank in Groningen in een zaak waarbij een discotheekeigenaar in Vlagtwedde bewoners van een verwijdercentrum in Ter Apel de toegang weigerde. Dit deed hij om problemen met plaatselijke jongeren te voorkomen. De rechtbank sprak de verdachte vrij, omdat hij volgens de rechtbank niet had gediscrimineerd op grond van ras, maar op ‘het zijn van bewoner van het verwijdercentrum’. Dit laatste wordt niet beschermd door wetgeving.
De Hoge Raad bepaalde echter dat ‘het zijn van bewoner van het verwijdercentrum’ valt onder het begrip ras. Dit omdat de bewoners van het verwijdercentrum zich volgens de Hoge Raad niet uitsluitend onderscheiden door hun gemeenschappelijk adres, maar ook door hun huidskleur en/of afkomst. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar het hof in Leeuwarden. Ook het hof stelde vast dat er sprake is van een maatregel die ogenschijnlijk neutraal is maar in feite personen van een bepaalde groep betrof. Het hof kwam echter uiteindelijk tot de conclusie dat de maatregel objectief gerechtvaardigd is 5.

Ladies Night
In een ander geval ging het om een uitgaansgelegenheid die enkel aan mannen entree vroeg op vrijdag- en zaterdagavonden6. Een man moest 5 euro entree betalen, terwijl de vrouwen in zijn gezelschap gratis toegang kregen. De uitgaansgelegenheid heeft erkend dat sprake is van direct onderscheid, maar stelt dat haar entreegeldbeleid moet worden aangemerkt als een voorkeursbeleid, bedoeld om de financiële achterstand van vrouwen te verminderen. Het entreegeldbeleid voldoet echter niet aan de voorwaarden van een voorkeursbeleid. Ten eerste omdat het entreegeldbeleid de oorzaken van die financiële achterstand van vrouwen niet wegneemt. Ten tweede omdat het beleid niet tijdelijk van aard is.

Het aantal klachten over seksediscriminatie en leeftijdsdiscriminatie in de horeca is stijgende. In juli 2006 ontstond bijvoorbeeld een discussie over de zogenoemde Ladies Night in discotheken die alleen voor vrouwen toegankelijk is. In het najaar van 2006 heeft een afvaardiging van het Rotterdamse Panel Deurbeleid gepraat met de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) over voorkeursbehandeling op grond van geslacht bij discriminatiezaken.

In het oordeel 2006-91 is dus gebleken dat er sprake is van direct onderscheid op grond van geslacht. Noch een voorkeursbeleid, noch een wettelijke uitzondering waren van toepassing.

Volledig oordeel: http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453055842

Noten:

1 Hof Den Bosch 28 september 2006, LJN AY8700

2 CGB-Oordeel: 2004-112

3 CGB oordeel: 2004-112

4 CGB-Oordeel: 2000-84

5 Gerechtshof Leeuwarden, 3 april 2001, zie voor commentaar mr. N. Bochhah en mr. J.W. Nieuwboer, ‘Positie asielzoekers door feiten achterhaald’, in Zebra Magazine, september 2001, p. 22 en P.R. Rodrigues, ‘Asielzoekers, discotheken en rassendiscriminatie’, in NJCM-Bulletin, jrg. 26 (2001), nr. 2, pp. 200-207

6 CGB-oordeel 2006-91

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: