Wet-en regelgeving
18.12.2007
Dossier: Goederen en diensten
Wet - en regelgeving
Als de horecaondernemer een deurbeleid zonder discriminatie wil voeren dan dient hij zich te houden aan het recht op gelijke behandeling en het verbod op discriminatie. Het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod zijn nader uitgewerkt in onder meer het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).
Aangifte bij de politie
Als personen worden geweigerd door een horecagelegenheid op grond van hun afkomst kan er aangifte worden gedaan op grond van artikel 137g en 429quater Sr tegen de portier/horecaondernemer. Toch is gebleken uit informatie van o.a. ADBs en andere netwerkpartners dat mensen niet vaak bereid zijn om aangifte te doen en dat heeft deels te maken met dat de politieambtenaren niet altijd bereidwillig zijn om aangifte op te nemen.
Daarbij dient aangegeven te worden dat de Aanwijzing Discriminatie 1 een goed middel is. De hoofdregel daarbij is dat van alle aangiften en klachten betreffende discriminatie die bij de politie binnenkomen, een proces-verbaal moet worden opgemaakt 2. Voorts dient bij overtreding van de discriminatiebepalingen uit het Wetboek van Strafrecht altijd een strafrechtelijke reactie (dagvaarding of transactie) te volgen, waarbij in beginsel wordt gedagvaard en alleen in lichtere zaken een transactie kan worden aangeboden.
Als de politie niet mee wil werken dient de politie op het bestaan van de Aanwijzing Discriminatie gewezen te worden. Een ADB kan hierbij ondersteuning bieden.
Voor het indienen van aangifte en een strafrechtelijke afhandeling is het raadzaam en soms noodzakelijk om een of meerdere getuigenverklaringen te hebben.
Civielrechtelijke procedure
Een andere mogelijkheid is om op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek een verzoek in te dienen bij de civiele rechter. Meestal wordt er dan gebruikgemaakt van een spoedprocedure of kortgeding. In een dergelijke procedure wordt gevorderd dat alsnog toegang wordt verkregen tot de uitgaansgelegenheid of wordt een schadevergoeding verstrekt.
Er wordt gratis juridische informatie en advies gegeven op diverse juridische terreinen, zoals vragen over arbeidsconflicten, familiekwesties, sociale zekerheid (uitkeringen), huur- en woonrecht, vreemdelingenzaken en problemen met producten of diensten die u koopt. Ook voor andere juridische kwesties, zoals strafzaken, burenkwesties, vergunningen, rijbewijzen en huursubsidie. Er wordt geen vragen beantwoord op het gebied van het beheer van vermogens, zakelijke kwesties, pacht of verhuur van onroerend goed en dergelijke. Het Juridisch Loket beschikt over een landelijk telefoonnummer voor informatie of een afspraak. Het telefoonnummer is 09008020.
Voor meer informatie: http://www.hetjl.nl/hetjl.
Wetboek van Strafrecht (Sr)
In artikel 137c tot en met g en artikel 429 quater Sr zijn verschillende vormen van discriminatie strafbaar gesteld. Artikel 137g en 429quater Sr verbieden discriminatie wegens ras in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf. Horecaondernemers die in de uitoefening van hun bedrijf/beroep hun klanten de toegang weigeren, vallen onder deze artikelen.
Artikel 137g richt zich alleen op discriminatie wegens ras terwijl artikel 429quater zich richt op meerdere gronden. Bij artikel 137g gaat het om een misdrijf en dient opzet te worden bewezen. Bij artikel 429quater gaat het om een overtreding en dan is er geen opzet vereist. Artikel 137g en 429quater Sr betreffen zogenaamde uitsluitingsdelicten. Dat wil zeggen: in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf sluiten mensen klanten uit van bepaalde diensten.
Komt er discriminatie voor in de uitoefening van een beroep of bedrijf, dan kunnen mogelijk beide artikelen worden ingezet. Een illustratie daarvan is een zaak bij de rechtbank te Den Bosch in 2005. Die veroordeelde de bedrijfsleider van een café in Den Bosch tot een geldboete van 500 euro waarvan 250 euro voorwaardelijk en een schadevergoeding van 250 euro aan het slachtoffer. De bedrijfsleider had de opdracht aan de portiers gegeven om geen Marokkanen meer toe te laten.
Daartoe had hij besloten omdat er de week ervoor problemen plaats hadden gevonden met Marokkaanse jongeren 3.
Artikel 137g (in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf):
1. Hij die, in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf personen opzettelijk discrimineert wegens hun ras, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie opgelegd.
Artikel 429quater (in de uitoefening van een beroep of bedrijf):
1. Hij die in de uitoefening van een beroep of bedrijf onderscheid maakt tussen personen wegens ras, hun godsdienst, hun levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele gerichtheid wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de derde categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij wiens handelen of nalaten in de uitoefening van een ambt, beroep of bedrijf zonder redelijke grond, ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat ten aanzien van personen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven, wordt teniet gedaan of aangetast.
Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB)
Naast het strafrecht kan de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) worden gebruikt bij het tegengaan van horecadiscriminatie. In artikel 7 lid 1 van de AWGB wordt aangegeven dat onderscheid wordt verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, (
) indien dit geschiedt: a. in de uitoefening van een beroep of bedrijf (
). De Commissie Gelijke Behandeling is belast met het toezicht op de AWGB. Bij het weigeren van de toegang aan mensen door horecaondernemers of portiers is er mogelijk sprake van het maken van verboden onderscheid in de uitoefening van beroep of bedrijf.
Artikel 7 AWGB:
1. Onderscheid is verboden bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen en diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, (...), indien dit geschiedt:
a. in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
(
).
Administratiefrechtelijke aanpak
Als een horecaondernemer vaker strafrechtelijk is veroordeeld kan op grond van de Drank- en Horecawet of het Besluit eisen zedelijk gedrag 1999 de vergunning worden geweigerd of ingetrokken. De vergunning kan geweigerd of ingetrokken worden als de horecaondernemer of vergunninghouder in een periode van 5 jaar meer dan één maal onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een hoofdstraf wegens overtreding van artikel 137c, d, e of g Sr of artikel 429quater Sr.
Er moet hierbij opgemerkt worden dat om een vergunning te weigeren of in te trekken de horecaondernemer veroordeeld moet zijn en niet de portier. De kans van slagen is dan ook moeilijk haalbaar. Een andere mogelijkheid is om vergunningen al dan niet tijdelijk te laten intrekken op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) met een specifieke bepaling dat discriminatie de reden is om de horecavergunning te weigeren of in te trekken. Hier wordt echter nauwelijks gebruik van gemaakt.
1 Richtlijn van Politie en Openbaar Ministerie hoe om te gaan met Discriminatie
2 Aanwijzing Discriminatie, april 2003
3 Rechtbank s-Hertogenbosch 25.03.2005, LECD-Nieuwsbrief 2005-2






