Hoge Raad acht onderzoek in het lichaam onwettig
door Nancy Vidal - 01.07.2007
Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen
Het uitvoeren van 'lijfsvisitaties' door de Douane op Schiphol is onwettig, zo stelt de Hoge Raad in een arrest van 29 mei 2007 (LJN: AZ8795, 01567/06). De douane heeft sinds de invoering van de 100%-controles in 2003 bij passagiers, afkomstig van vluchten uit Suriname en andere landen uit onder meer het Caribische gebied, onderzoek op en in het lichaam uitgevoerd. Daarbij werden passagiers gedwongen zich te ontkleden waarna douanepersoneel in lichaamsholtes onderzocht of zij bolletjes cocaïne of andere drugs verstopt hadden.
Veel mensen hebben geklaagd over deze vernederende behandeling die zij moesten ondergaan. De ruime meerderheid van de onderzochte passagiers was onschuldig. Art.1 en zijn voorganger, het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR), hebben, in samenwerking met andere organisaties, onderzoek gedaan naar de praktijk van de 100%-controles. Zij hadden grote twijfel over de rechtmatigheid van de controles en de bejegening van reizigers bekeken. De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt dat die twijfel terecht was.
Achtergrond
Sinds eind 2003 werden de 100%-controles op Schiphol uitgevoerd. Bij deze controles werden reizigers uit de Nederlandse Antillen, Aruba, Suriname, Venezuela en naar later bleek, alle Midden-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse landen, zowel op als in het lichaam gecontroleerd op de aanwezigheid van gesmokkelde drugs. Bij de 100%-controles wordt elke reiziger, alle bagage, de vracht en het vliegtuig gecontroleerd.
De controle houdt in dat reizigers reeds bij de gate waar het vliegtuig aankomt aan een reeks controlemaatregelen worden onderworpen. Vervolgens wordt men naar een speciaal afgescheiden gedeelte van de bagagehal van Schiphol geleid waar alle meegevoerde goederen door de douane onderzocht worden met behulp van een x-ray-systeem. Een groot deel van de reizigers zal tevens op de handbagage gecontroleerd worden. Naar aanleiding van deze controles is het SOAC ontstaan: Samenwerkende Organisaties en Advocaten 100%-Controles. Het SOAC onderzocht ondermeer de wettelijke grondslag voor de controles en heeft de Nationale Ombudsman (No) verzocht een onderzoek in te stellen. Art.1 is aangesloten bij het SOAC.
Bij de 100%-controles zijn verschillende ministeries betrokken. Het ministerie van Justitie heeft een coördinerende rol bij het beleid en uitvoering van de 100%-controles. De controles worden uitgevoerd door de Douane. De Douane valt onder het ministerie van Financiën. Bij opsporing is eveneens de Koninklijke Marechaussee (KMar), die valt onder het ministerie van Defensie, betrokken. Daarbij zijn de verschillende fasen van controles en opsporing van elkaar gescheiden. De Douane baseert de bevoegdheid in het kader van de 100%-controles op de Douanewet en de Communautaire Douanewet. Indien een persoon als verdachte wordt aangemerkt dan wordt hij/zij overgedragen aan de KMar die het onderzoek onder gezag van het Openbaar Ministerie verricht.
Nationale ombudsman
Na eerder onderzoek heeft de Nationale ombudsman (No) in januari 2006 besloten een onderzoek in te stellen naar de uitvoering van de 100%-controles op Schiphol. Tevens naar de behandeling van personen die in het kader van zon controle als verdachte van cocaïnesmokkel werden aangehouden. Dit mede naar aanleiding van diverse signalen over onheuse bejegening. Aanleiding voor dit onderzoek vormden signalen van reizigers, advocaten en belangenorganisaties (SOAC).
Op 27 juni 2006 is het rapport daarover verschenen (rapport nr. 2006/230). Uit dat rapport bleek dat de lijfsvisitaties met ontkleding verboden zijn. De No vond het geen passend middel voor een controle en een inbreuk op de lichamelijke integriteit. Eveneens vond de No, dat het verdiepte interview met reizigers, waarin de zogenoemde slikkerscriteria worden getoetst, herbezinning behoeft. De No had ook ernstige kritiek ten aanzien van de informatievoorziening aan reizigers en de schending van de privacy: intieme fouilleringen vonden in het zicht van anderen plaats. Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is een grondrecht. Hetzelfde geldt voor de bevindingen van de No inzake de (informatie over) plaatsing op een zwarte lijst van drugskoeriers, die aan luchtvaartmaatschappijen werd verstrekt. Dit achtte de No onterecht en niet juist.
Op een aantal punten kon de No geen eenduidige uitspraken doen. Over de bejegening liepen de opvattingen van de Douane en de reizigers sterk uiteen. Veel reizigers ervoeren de bejegening als zeer onheus en vernederend. Zij voelden zich als crimineel behandeld, ook al was hun onschuld duidelijk. De No heeft aangegeven dat niet is vastgesteld dat bij de uitvoering sprake is van discriminatie van mensen met een donkere huidskleur. Dit werd echter door velen wel als zodanig ervaren. Eveneens ging het rapport niet in op het punt dat de 100%-controles uitsluitend plaatsvonden op vluchten vanuit de Nederlandse Antillen, Aruba, Venezuela en Suriname. Evenmin ging het rapport in op de wettelijke basis voor de 100%-controles. Dit punt was erg belangrijk, omdat Art.1 e.a. van mening waren dat er voor de uitvoer van de controles geen wettelijke basis was in de Douanewet.
Klachten over de controles in en aan het lichaam, en dan met name het schouwen van lichaamsholtes zijn zeer ingrijpende controles die op grond van onze wetgeving met de juiste waarborgen uitgevoerd dienen te worden. Zo eist het Wetboek van strafvordering dat onderzoek in het lichaam door een arts wordt uitgevoerd (Artikel 195 lid 2 Wetboek van strafvordering). Ondanks voorgaande bleef de Douanewet wel als de grondslag voor de 100%-controles bestaan.
Conclusie Art.1
Art.1 is zeer verheugd met de uitspraak van de Hoge Raad van 29 mei 2007 dat het uitvoeren van lijfvisitaties door de douane geen wettelijke basis heeft in artikel 17 van de Douanewet. Het Amsterdamse Hof (LJN: AV7929, Gerechtshof Amsterdam, 23-004819-05, d.d. 23 maart 2006) was overigens al eerder tot dezelfde conclusie gekomen.
Echter er blijven ook nog een aantal zorgpunten. Het betreft daarbij met name de selectie van de vluchten die gecontroleerd worden en de keuze van de passagiers die de controle moeten ondergaan. Veel passagiers voelen zich gediscrimineerd op grond van hun afkomst. Discriminatie is tot op heden nog niet vastgesteld. Wel zijn er verschillende gerechtelijke procedures gestart voor slachtoffers van de 100%-controles. Dit heeft in een aantal zaken geleid tot veroordelingen van de Nederlandse Staat vanwege zeer ernstige vernedering (artikel 3 EVRM).
Het aspect van het slikkerscriteria is eveneens een zorgpunt. De Douane hanteert een lijst met criteria aan de hand waarvan de douanier besluit om een reiziger aan een nader onderzoek te onderwerpen. Mogelijk zijn deze criteria als indirecte discriminatie aan te merken. De criteria die worden gehanteerd lijken objectief, echter ze werken negatief uit voor bepaalde groepen mensen. Zo lijkt een criterium als het met cash geld betaald hebben van je ticket ogenschijnlijk objectief. Maar als men zich realiseert dat blanke Nederlanders dit vrijwel nooit doen omdat het geen gewoonte is zo je reis te boeken, terwijl dat bij mensen van Surinaamse en Antilliaanse afkomst vaak wel het geval is, komt dit criterium in een ander daglicht te staan.
De zorgpunten wijzen op mogelijke discriminatie van personen op grond van hun ras. Art.1 is van mening dat als het vermoeden van discriminatie voldoende onderbouwd is, de bewijslast naar de Staat moet worden verschoven. In eerdere zaken is een beroep gedaan op artikel 3 van EVRM vanwege zeer ernstige vernedering. Mogelijk kan een beroep gedaan worden op artikel 14 van het EVRM en het Twaalfde Protocol bij dit verdrag om discriminatie aan te tonen, dan wel uit te sluiten 1
Art.1 blijft de discriminatoire signalen en aspecten van de 100%-controles volgen en zal daar zonodig actie op ondernemen. Dat geldt ook voor de vraag of de controlerende instanties hun wettelijke bevoegdheden consistent blijven uitvoeren en deze niet overschrijden.
Noot
1 Art. 14 EVRM: Het genot van de rechten en de vrijheden, die in dit verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status. Protocol 12 bij het EVRM bevat een zelfstandig recht om gevrijwaard te blijven van discriminatie.






