Peter Rehwinkel, burgemeester van Naarden
Toespraak van Peter Rehwinkel, burgemeester van Naarden, bij geboorte Art.1
23.04.2007
Dossier: Art.1 en discriminatiebestrijding
Zoals u waarschijnlijk weet, is het deze maand De maand van de filosofie. Het thema is het redelijke beest. Mensen hebben er altijd genoegen en inspiratie aan ontleend om zichzelf te vergelijken met dieren. Door de verschillen op te sporen, kunnen we de essentie van het mens-zijn benoemen, zo is de redenering.
In de wetenschap begint de gedachte terrein te winnen dat we ons weliswaar in veel opzichten van de dieren onderscheiden, maar dat er tegelijkertijd ook heel veel is waarin we met hen overeenstemmen. De mens heeft onmiskenbaar een dierlijke kant in zich.
In kinderboeken en sprookjes wordt dit gegeven op zijn kop gezet. Niet de mens als dier, maar het dier als mens! Op speelse wijze worden dieren opgevoerd om te laten zien hoe mensen in elkaar zitten en wat hen beweegt. Zonder dat de lezers er ook maar enigszins van opkijken, lopen dieren rond in prachtige kostuums, praten zij vloeiend Engels, Nederlands of Chinees en gaan zij er eens goed voor zitten wanneer het eten wordt opgediend.
Alleen in sprookjes en in kinderboeken? In een van de beroemdste boeken uit de wereldliteratuur wordt precies hetzelfde principe toegepast! Ik bedoel natuurlijk Animal Farm van George Orwell, verschenen in 1945. Het boek was een satirische aanklacht tegen het totalitaire regime van Jozef Stalin. De slimste beesten van de boerderij de varkens nemen de macht over. Zij krijgen brede steun, want ze beloven dat het leven beter zal worden voor àlle dieren! De dieren zullen werken en leven als gelijken!
Die belofte slaat langzaam maar zeker om in het tegendeel. Op zekere dag komen de leiders met een nieuwe leuze naar voren: ALL ANIMALS ARE EQUAL, BUT SOME ANIMALS ARE MORE EQUAL THAN OTHERS!
Orwell stond in een socialistische traditie en zag in zijn eigen Engeland sociaal onrecht dat bestreden moest worden. Maar hij besefte terdege dat de West-Europese democratieën waren gebaseerd op een fundamenteel principe: het recht van alle burgers op gelijke behandeling. Ook in ons land vormt dit principe al heel lang de grondslag van het politieke denken. De ontwikkelingen in het staatsrecht in de afgelopen tweehonderd jaar vallen mede te duiden als een steeds consequentere toepassing van het gelijkheidsprincipe.
In de Grondwet van 1848 bijvoorbeeld is het gelijkheidsprincipe onder meer terug te vinden in artikel 3: "Allen die zich op het grondgebied van het Rijk bevinden, hetzij ingezetenen of vreemdelingen, hebben gelijke aanspraak op bescherming van persoon en goederen."
Maar van volwaardige gelijkheid van allen was nog lang geen sprake. Alle burgers waren gelijk, maar sommige burgers waren meer gelijk dan andere! We waren in ons land in 1848 bijvoorbeeld nog ruim zeventig jaar verwijderd van de invoering van algemeen kiesrecht voor vrouwen. Dat was in 1919. Het zou toen nog 64 jaar duren totdat in de Grondwet het artikel werd opgenomen dat hier vandaag centraal staat. U kent de tekst inmiddels waarschijnlijk uit het hoofd, dus die ga ik hier niet herhalen. Voor de compleetheid noem ik nog even de uitwerking van dit artikel in de Wet Gelijke Behandeling, in 1994.
Opname van het verbod op discriminatie in de Grondwet is natuurlijk geen garantie dat dit niet meer plaatsvindt. Het verlangen naar gelijkheid is een menselijke eigenschap, maar het maken van onderscheid is dat evenzeer. We willen ons niet alleen onderscheiden van de dieren, maar ook van elkáár. Dat hoeft lang niet altijd negatief uit te pakken. We zouden niet zónder het maken van onderscheid kunnen, noch in ons privéleven, noch in het openbare leven. De Wet Gelijke Behandeling geeft aan in welke gevallen het maken van onderscheid wel ongewenst is en in welke gevallen niet. Kort gezegd komt het er op neer dat het maken van onderscheid in bepaalde gevallen aanvaardbaar is wanneer dat voor het kunnen uitvoeren van een erkende maatschappelijke taak noodzakelijk is.
Voor het beoordelen van de vraag óf er sprake is van discriminatie hebben we in ons land de rechter en de Commissie Gelijke Behandeling. Maar de aard en het belang van het vraagstuk vragen ook om de beschikbaarheid van instanties die een rol spelen in het voortraject.
Daartoe zijn de Anti Discriminatie Bureaus in het leven geroepen en de Meldpunten Discriminatie.
In 2005 kreeg een zogeheten Regiegroep, onder leiding van oud-minister Els Borst-Eilers, de opdracht om een advies uit te brengen over de toekomst van de ADB´s, de Anti Discriminatie Bureaus. Ik had het genoegen om zelf deel uit te maken van deze Regiegroep.
De commissie concludeerde in haar rapport dat de ADB's en de Meldpunten een belangrijke rol vervullen. Burgers moeten een laagdrempelige ingang hebben om de ondergane discriminatie naar buiten te brengen.
Liefst ook een ingang die letterlijk dicht in de buurt is, waar zij professionals treffen met een luisterend oor en met kennis van zaken over de gemeente waar zij wonen. De Meldpunten zijn daarvoor onontbeerlijk. Maar ook hebben zij recht op onafhankelijk advies en bijstand. En dat is een taak die bij de ADB's in goede handen is. Behalve het bieden van ondersteuning aan burgers, vervullen ze ook een rol bij het in kaart brengen van ontwikkelingen en bij het adviseren van de overheid.
De Regiegroep signaleerde dat de feitelijke beschikbaarheid van ADB's en Meldpunten per regio verschilt. Er zijn teveel plekken waar deze ontbreken of onvoldoende financiële middelen hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Het Rijk, de provincies en de gemeenten hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om deze lacune op te lossen.
Gelukkig kunnen we constateren dat deze verantwoordelijkheid ook daadwerkelijk wordt opgepakt, al zijn we er nog niet. Het samengaan van het LBR en de ADB's kan een stimulans zijn om op de ingeslagen weg voort te gaan.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat er ook in de regio waarin de gemeente Naarden gelegen is, de regio Gooi & Vechtstreek, op dit punt nog een stap vooruit gezet moet worden.
Er is een Meldpunt, gevestigd in de centrumgemeente Hilversum. Tot nu toe hebben de gemeenten van de regio Gooi & Vechtstreek zich niet willen inspannen voor de komst van een ADB. Als argumentatie kwam daarbij naar voren dat het aantal meldingen daarvoor te gering is. Ik zal er op aandringen om dit nog eens goed tegen het licht te houden.
Het aantal meldingen is immers mede afhankelijk van de mate waarin de mogelijkheid hiertoe bekend is. En ook is het belangrijk dat mensen het vertrouwen hebben dat er met de melding ook echt iets gedaan wordt. Dat vertrouwen kan alleen maar ontstaan wanneer er een goede praktijk wordt opgebouwd. ADB's kunnen daarbij een belangrijke rol vervullen.
Ik keer tot slot nog even terug naar de dierenboerderij van George Orwell. Varkens die in opstand komen tegen onderdrukking. Als Orwell deze metafoor niet had gebruikt, zou het ook het onderwerp geweest kunnen zijn van een Nederlandse roman uit het begin van de 21e eeuw. Dat is bepaald niet onwaarschijnlijk. De Nederlandse beweging voor dierenrechten telt immers heel wat schrijvers van naam.
Al is er dan geen Nederlandse roman uit voortgekomen, de dieronwaardige behandeling van varkens is bij uitstek de drijvende kracht geweest achter het ontstaan van een nieuw fenomeen in de Nederlandse politiek: de Partij voor de Dieren!
Ongelijke behandeling van levende wezens in dit geval aan de ene kant de vertroeteling van huisdieren, aan de andere kant de meedogenloze opoffering van dieren aan economisch gewin blijkt opnieuw de aanleiding om te strijden voor wetgeving waarin slachtoffers tegen ongewenste behandeling worden beschermd.
Hier en daar klinkt zelfs de roep om de rechten van dieren in de Grondwet te verankeren. Afgezien van de vraag of dat een wenselijke ontwikkeling is, zie ik het er voorlopig niet van komen. Maar het zou wel passen in de tendens die ik aan het begin van mijn verhaal signaleerde: de steeds consequentere toepassing van het gelijkheidsbeginsel.
In het boek van Orwell komt aan de varkens de ondankbare rol van slimme 'bad guys' toe. Het zal u waarschijnlijk wel bekend zijn dat zij in werkelijkheid niet alleen zeer intelligente, maar ook zeer sociale wezens zijn. Zij zijn zo verstandig om elkaar als gelijken te behandelen. Laten wij zo wijs zijn om die eigenschap van hen ten voorbeeld te nemen!
Verschillen tussen mensen geven kleur aan het bestaan. De kunst is om die verschillen te koesteren en te respecteren, maar er tegelijkertijd oog voor te hebben dat er meer is wat ons bindt dan wat ons scheidt!
Ik wens de nieuwe vereniging toe dat zij daaraan een prachtige bijdrage gaat leveren!






