mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Viering geboorte Art.1 / Alex Geert Castermans,..

Toespraak Alex Geert Castermans, voorzitter Commissie Gelijke Behandeling bij geboorte Art.1

Alex Geert Castermans, voorzitter Commissie Gelijke Behandeling

23.04.2007

Dossier: Art.1 en discriminatiebestrijding

Tags: antidiscriminatiebeleid, antidiscriminatieorganisaties

Allen, dames en heren, u en allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.

Allen in Nederland worden gelijk behandeld. Het is zo'n eenvoudige zin, dat de inhoud zonder veel aarzeling voor waar kan worden gehouden. Als je de boodschap letterlijk neemt, dan geeft die de feitelijke situatie weer. Allen in Nederland worden gelijk behandeld. Metterdaad. Het is, in feite, zo.

Kan het anders zijn? Natuurlijk: buiten Nederland. Op 23 september 1993 werden gedurende gewelddadigheden in Hadreni (Roemenië) drie mensen van Roma-afkomst vermoord en achttien huizen van Roma verwoest. Zowel in de daaropvolgende strafzaak tegen de daders als de civiele zaak waarin de slachtoffers schadevergoeding eisten, werden de Roma geconfronteerd met de vooroordelen van de rechters, zowel in procedureel als materieel opzicht. In zijn motivering van de afwijzing van het smartengeld achtte de rechter van belang dat de meeste Roma geen baan hebben en in hun levensonderhoud voorzien met rare baantjes en allerlei illegale activiteiten, in plaats van het land dat zij kregen – net als andere burgers – te bewerken. Roma moeten volgens de rechter dan ook niet vreemd opkijken dat ze tegenwind ontmoeten. De uitspraak, uit 2004, hield stand bij de Roemeense Hoge Raad in 2005.

Wat Nederland zelf betreft, toegegeven, er zijn tijden geweest waarin het anders was. In het Rijk buiten Europa, en hier, in Nederland zelf. Tot 1940 wilden de meeste joden in Nederland assimileren, bijna ongezien deel uitmaken van de samenleving. In de oorlog was antisemitisme iets voor Duitsers, en moest je, zo zei advocaat en schrijver Abel Herzberg, joden helpen. Maar na de oorlog kreeg het antisemitisme, voor Nederlanders, vrij spel en werd het nog gemakkelijker dan dat het voor de oorlog was: de joden waren immers gestigmatiseerd, herkenbaar. Wie in de oorlog een ster had gedragen was jood, hup, klaar. Herzberg herinnerde zich een betoog in Vrij Nederland, kort na zijn terugkeer uit Bergen-Belsen, dat voor de benoeming van joden op belangrijke posten een procentregeling moest worden ingevoerd. Joden mochten in bepaalde groepen niet in onbeperkte mate worden toegelaten.

Dat was vroeger. Dit is een feestrede. Nu mogen allen in Nederland gerechtvaardigd verwachten dat zij gelijk worden behandeld. Hoe eenvoudig ook, vanzelfsprekend is het niet.

Lees de administrator apostolicus van het bisdom Utrecht, kardinaal Simonis, afgelopen vrijdag in NRC Handelsblad. De samenstelling van het gezelschap dat deelnam aan het laatste avondmaal – het waren volgens de schrift allemaal mannen - ligt ten grondslag aan de regel dat vrouwen niet als priester kunnen worden aangesteld, aldus de kardinaal. Hij vervolgde:

"Dat doet niets af aan de gelijkwaardigheid van man en vrouw, beiden delen in gelijke mate in heil. Feit is dat de man fysiek sterker is en volgens mij is de vrouw geestelijk sterker. Maar iedereen moet tegenwoordig aan elkaar gelijk zijn, God beware me! Laat de vrouw vrouw blijven."

Een paar dagen eerder, onder de kop 'Gelijke monniken? Kappen nou!' vatte de hoogleraar bestuurskunde Frissen zijn juist verschenen boek samen. Hij verzuchtte:

"Wat betekent rechtsgelijkheid als we allemaal verschillend en dus ongelijk zijn. Verschil en ongelijkheid zijn (toch) democratische waarden?."

Laat u niet ontmoedigen. Mocht u uit de opmerkingen van de kardinaal en de hoogleraar afleiden dat artikel 1 van de Grondwet in de weg staat aan het honoreren van verschil, dan is die conclusie onjuist. Als wij zeggen dat allen aanspraak hebben op gelijke behandeling in de zin van artikel 1 van de Grondwet, of – in de vervolgzin – dat discriminatie is verboden, dan bedoelen wij niet dat verschil niet wordt gerespecteerd of gekoesterd. Integendeel. Gelijke behandeling van ongelijke gevallen kan zeer onrechtvaardig zijn. Het gaat om iets bescheidens. De bepaling zoomt in op ieders persoonlijke waardigheid. Die verdient bescherming, tegenover de overheid. En soms ook tegenover medeburgers, als het gaat om arbeid, onderwijs, huisvesting of zorg. Persoonlijke waardigheid in deze beperkte zin dat allen, allen, worden gevrijwaard van discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook.

Soms betekent dit juist bescherming van het recht op anders zijn. Frissen schrijft:

"Ironisch genoeg kon de moslima haar recht op anders zijn (mannelijke collega's geen hand willen geven) afdwingen via de Algemene Wet Gelijke Behandeling."

Zo is het. Artikel 1 en de gelijkebehandelingswetgeving zijn er voor iedereen die zich weet afgewezen of benadeeld vanwege bepaalde, door de wetgever irrelevant geachte kenmerken. Laat de vrouw vrouw blijven, maar wijs haar niet af vanwege haar geslacht. Diezelfde wetgeving leidt wellicht nog tot een andere conclusie, wellicht tot uw verrassing: laat de Rooms Katholiek Rooms Katholiek blijven, en laat hem de vrijheid alleen mannen als priester aan te nemen.

Dat roept dus vragen op. De vrouw, de Rooms Katholiek, wie zijn dan die 'allen' bedoeld in artikel 1 van de Grondwet? Ik noem u er een paar, geplukt uit het telefonisch spreekuur van de Commissie Gelijke Behandeling van de laatste weken:

  • de zwemleraar van Iraanse afkomst die na een conflict tussen hem en zijn vrouwelijke leidinggevende, wordt ontslagen omdat hij vanwege zijn achtergrond niet met leiderschap van vrouwen zou kunnen omgaan; of
  • de vrouwelijke collega van de zwemleraar van Iraanse afkomst, die vindt dat het bestuur van de zwemclub de zwemleraar te lang de hand boven het hoofd hield?
  • de werknemer die last heeft van het hitserige sfeertje op zijn afdeling; of
  • diens homoseksuele collega die met andere collega's seksueelgetinte opmerkingen maakte en, na klachten hierover, als enige een berisping kreeg en nadat hij hierover had geklaagd en aangifte had gedaan, op staande voet werd ontslagen?

Hoe kunnen zij allen gelijk worden behandeld? Hoezo zouden zij gelijk moeten worden behandeld? En hoe moet je dat als behartiger van de belangen van zij die menen te worden gediscrimineerd doen? Als een soort Paris kiezen tussen de godinnen?

Ik kom zo op die vraag terug. Eerst wil ik u vragen: gebeurt het ook werkelijk? Worden allen gelijk behandeld? Natuurlijk, het gebeurt, ook in Nederland, te vaak niet.

En hoe vaak is dat dan? Het is toe te juichen dat er nu een organisatie is opgericht die een bijdrage gaat leveren aan de registratie van klachten en incidenten. Dat is nodig, om inzichtelijk te maken of en welke maatregelen er nodig zijn om de belofte van artikel 1 van de Grondwet waar te kunnen maken. En om mensen van repliek te kunnen dienen als zij roepen dat er een probleem is of juist niet. Te vaak is er sprake van een niet op feitelijkheden gestoelde 'rondzingende waarheid'.

Terug naar het voorbeeld van Herzberg: de gereguleerde toegang van joden tot belangrijke posten. Zij mochten niet in onbeperkte mate worden benoemd op deze posities. Deze procentregeling was gebaseerd op het percipieerde probleem dat joden in leidende functies een groter positie in namen, dan hen naar evenredigheid toekwam.

Echter, had men gekeken naar de feiten, dan was duidelijk geworden dat het omgekeerde het geval was. Er was juist sprake van onderbezetting van joden in leidende posities. Huib Drion beschreef het in 1940, oktober 1940, in de verzetskrant De Geus, heel droogjes. Hij somde getallen op voor de handel, het onderwijs en:

"Bankwereld: Bankinstellingen, enz. 7, 5 procent (van deze instellingen is in handen van Joden), hypotheekbanken ruim 3 procent, verzekeringswezen 4 procent; In de leiding van de grote banken ontbreken de Joden bijna geheel.(…) Bestuur sinds 1815 2 Joodse ministers."

De jonge Drion ging – toen al – een principiële reactie natuurlijk niet uit de weg. Hij vroeg zich af:

"Nemen de Joden in de leidende functies een grotere positie in, dan hun naar evenredigheid toekomt? Deze bewering als een verwijt te hanteren, is op zichzelf al een tekenend vertoon van eigen minderwaardigheid, waardoor maar al te zeer het land van herkomst wordt verraden. Niemand zal immers menen dat de Jood door zijn Jood-zijn, gemakkelijker een betrekking zal krijgen dan een niet-Jood."

Het komt ons nu bekend voor. Ook in de huidige tijd kennen we onze eigen 'rondzingende waarheden'. Bijvoorbeeld dat Marokkaanse jongeren zich altijd verschuilen achter discriminatie.

Fleur Jurgens schrijft in haar boek 'Het Marokkanendrama' hoe volgens haar Marokkaanse boefjes worden gevormd: een verwaarlozende en autoritaire opvoedstijl, de liefdeloze importhuwelijken waarin zij opgroeien, inteeltproblemen, een lage intelligentie, hun hardnekkige achterstandsmilieu, hun armoede en taalproblemen, hun eercultuur, de frustratie over Nederland, een softe politie, gebrek aan goed onderwijs, en Nederlandse vrijblijvendheid grijpen in elkaar en maken het Marokkanenprobleem, volgens de onderzoekster, tot wat het is geworden.

Het zijn nogal wat stellingen, geponeerd als waarheden, passend binnen het huidige maatschappelijke klimaat. Pas op. Laten we ervoor zorgen pas met dergelijke stellingen te gaan werken als we ons ervan hebben vergewist dat zij het resultaat zijn van gedegen onderzoek. Mevrouw Jurgens kreeg naar eigen zeggen geen toegang tot de groep die zij onderzocht. Dat is verwonderlijk – je zou kunnen beginnen langs het voetbalveld op zaterdag. Laten wij dan bovendien ook letten op onderzoek en registratie, waaruit blijkt dat er wel degelijk sprake is van discriminatie en uitsluiting van Marokkaanse jongeren. Denk aan het onderzoek van Radar dat binnenkort verschijnt: Marokkaanse mannen worden bij werving en selectie regelmatig geconfronteerd met vragen over sympathie voor terrorisme.

Reden om nog beter werk te maken van een systematische registratie van klachten en incidenten opdat wij inzicht krijgen in de omvang en de aard van de problemen, de onderliggende mechanismen en – misschien nog wel belangrijker de mogelijke maatregelen en oplossingen.

Zij om wie het gaat kunnen namelijk wel een steun in de rug gebruiken. De overheid is gehouden, op grond van verdragen en internationale richtlijnen, te voorzien in de behartiging van de belangen van slachtoffers van discriminatie. U, leden van de nieuwe vereniging, gaat die bijstand bieden aan allen die zich in Nederland bevinden en menen dat zij ongelijk zijn behandeld. Ik hoop dat zij de weg naar u weten te vinden. Ik houd u voor, het is geen gemakkelijke taak. U zult de belangen van mensen behartigen, en daarom hun belangen voorop moeten stellen, met in achtneming van uw professionaliteit. U zult ervaren dat niet elk belang het best wordt behartigd door als invalshoek de aanspraak op gelijke behandeling te kiezen. U zult bovendien ervaren dat u nu eens staat voor het belang van de één (een man, een vrouw, een Iraniër, een homoseksueel), dan weer het belang van de ander die zich nota bene belemmerd weet door het handelen van de één. Botsende belangen, wellicht zelfs rechten, en u zit ertussen.

De oplossing ligt niet in een heldere afbakening van ieders aanspraak op gelijke behandeling. Het past op dit punt te verwijzen naar de opdracht die de Minister van Justitie eens formuleerde aan allen die artikel 1 dienen toe te passen:

"De verderstrekkende opdracht zou moeten omvatten na te gaan wat recht en beleid kunnen bijdragen aan een respectvolle bejegening van mensen in hun verscheidenheid qua identiteit. Dit betekent dat een herkenbare, ideële inbreng in het openbare leven niet langer wordt gezien als iets waarvoor nu eenmaal – als gevolg van grondwettelijk voorgeschreven terughoudendheid – ruimte moet wordne gelaten, maar als iets dat juist van belang is voor de opbouw van een coherente samenleving. … Het is precies de wederkerigheid als implicatie van gelijk respect, die de grondslag van een tolerante samenleving vormt."

Wees niet bang. Ik houd u andermaal Abel Herzberg voor. Als advocaat behartigde hij de belangen van Asscher en Cohen, de voorzitters van de Joodse Raad. Tegen de stroom in, want velen verfoeiden de samenwerking die de Joodse Raad van Asscher en Cohen met de bezetters had ontwikkeld. Herzberg liet in een brief aan zijn vrouw weten de twee te minachten, maar dat stond aan zijn inzet als advocaat niet in de weg. Hij eindigde zijn brief zo:

"'Waarom nemen we het onze medemensen (en andere schepselen) toch altijd kwalijk dat ze anders geschapen zijn dan we graag zouden willen?'"

Ik geef u deze woorden mee, bij de start van uw werkzaamheden in een nieuw verband. Ik wens u de professionaliteit van Abel Herzberg toe, opdat alle mensen,
die allen uit artikel 1 van de Grondwet,
opdat allen, waar ook in Nederland, zich van nu af aan verzekerd weten van hulp en bijstand als zij te maken krijgen met discriminatie.

Onder een mooie naam: Art.1.

Ik geef u ook, figuurlijk, een sabel, hier in mijn handen. Ik hef 'm en zeg u: wees strijdbaar:

"Eén voor allen!"

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: