Toespraak Herman Meijer, voorzitter bestuur Art.1 bij viering geboorte Art.
Herman Meijer, voorzitter bestuur Art.1
08.05.2007
Dossier: Art.1 en discriminatiebestrijding
Dames en Heren,
Hartelijk welkom bij deze feestelijke bijeenkomst.
Ik mag hier de nieuw opgerichte vereniging tegen discriminatie vertegenwoordigen, die vandaag haar naam krijgt. En ik doe dat met plezier. Dat wij vandaag zo ver zijn danken we aan een aantal personen en instellingen die ik hier met name wil noemen:
- de landelijke vereniging van antidiscriminatiebureaus;
- het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie;
- de Commissie Borst;
- het ministerie van Justitie en in het bijzonder: de directie rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding en de directie inburgering en integratie, inmiddels bij het ministerie van VROM en coördinator van het wetgevingstraject.
Al die mensen hebben iets voor zich gezien wat nu werkelijkheid gaat worden:
- dat iedereen in Nederland die tegen discriminatie oploopt daar wat aan kan doen met behulp van een bureau in zijn of haar omgeving;
- dat ze informatie kunnen krijgen en klachten kwijt kunnen en dat ze steun vinden;
- dat dit overal in het land gebeurt volgens één standaard van kwaliteit.
We zijn nu nog niet zover. De landelijke dekking van de organisatie is nog niet op de helft. Door het hele land zijn gemeenten en soms ook provincies bezig om bureaus op te richten. Wij springen waar nodig bij, omdat we zon landelijke dekking van groot belang vinden. Er moet voor de betrokken mensen een lage drempel zijn, de bereidheid om discriminatie te melden moet groter worden, de kwaliteit van de klachtbehandeling moet overal goed zijn, van het voorkómen van discriminatie moet meer werk worden gemaakt.
Zo'n landelijk netwerk komt er zeker als het aan ons ligt. Maar we hebben de steun nodig van de wetgever: zonder een wet op de voorzieningen tegen discriminatie gaat het niet. Dan krijgen we niet alle gemeenten en provincies mee, dan wordt niet iedereen lid van de vereniging, dan bereiken we niet één niveau van kwaliteit. En dan zal het ons aan voldoende geld ontbreken om dat alles te financieren.
En er is nog iets waar we grote behoefte aan hebben. We willen immers niet alleen een landelijk netwerk. We willen ook alle vormen van discriminatie kunnen behandelen. Gehandicapten en chronisch zieken, ouderen, vrouwen, homo's, ze moeten ons net zo kunnen vinden als Joodse, Caribische en islamitische Nederlanders. Dus moeten ook andere ministeries meedoen dan VROM en Justitie. Wij gaan dat niet coördineren, dat verwachten we van het kabinet. En dan maakt het ons niet uit of het een coördinerend minister heet of een programmaminister.
Gelukkig weten we dat we niet iedereen van de noodzaak van discriminatiebestrijding hoeven te overtuigen. We zijn bijvoorbeeld zeer verheugd met het initiatief van het Openbaar Ministerie, dat voor de komende vier jaar discriminatie tot speerpunt van zijn beleid heeft gemaakt.
Wij zullen graag met het OM samenwerken, lokaal en nationaal, ook met politie en andere partners in het verbond. Wij zien daar naar uit.
Dames en Heren,
Wij maken van het voorkomen en bestrijden van discriminatie ons dagelijks werk. Dat doen we omdat we gelijke behandeling van mensen met al hun verschillen, een groot goed vinden. Net zoals het in artikel 1 van de Grondwet staat. Wij beschouwen onszelf als hulptroepen van de Grondwet. Dat doen we met overtuiging en met trots, omdat we plezier hebben in de diversiteit van ons land. Die diversiteit willen we graag behouden en het plezier erin ook.
Dankuwel.






