mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / .. / VN bezorgd over houding ten.. /

VN-antiracismecomité bespreekt Nederlands rapport

LBR spreekt zorgen uit over rassendiscriminatie op arbeidsmarkt

door Nieuwboer, J. - 02.10.2004

Dossier: Wet- en regelgeving tegen discriminatie

Tags: discriminatie ras, verenigde naties, vn-verdragen

In maart 2004 presenteerde Nederland zijn periodieke rapportage over de bestrijding van rassendiscriminatie aan het antiracismecomité van de Verenigde Naties. Het LBR (nu Art.1) greep deze gelegenheid aan om het comité erop te wijzen dat Nederland rassendiscriminatie op de arbeidsmarkt beter dient aan te pakken.

Na de bespreking van Nederlandse rapport, dat de periode 1998-2002 bestreek, prees het VN-comité tegen rassendiscriminatie Nederland vanwege enkele maatregelen die de bestrijding van rassendiscriminatie versterken. Met name de hogere strafmaat voor structurele vormen van discriminatie en enkele wijzigingen in de Algemene wet gelijke behandeling werden als positief beoordeeld.
Het Nederlandse rapport werd uitgebracht in het kader van de internationale Conventie ter uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, oftewel CERD (Convention on the Elimination of all forms of Racial Discrimination). Het LBR wees het VN-comité op het feit dat het Nederlandse CERD-rapport erg laat werd gepresenteerd, waardoor het zijn nut voor het toetsen en bijstellen van beleid deels verliest. Ook plaatste het LBR in een schaduwrapportage enkele inhoudelijke kritische kanttekeningen bij het regeringsrapport.

Werkloosheid en Wet Samen

Bij het indienen van het vorige CERD-rapport in 2000, had de overheid de VN beloofd maatregelen te zullen treffen in de vorm van een actieplan om de werkloosheid van allochtonen met vijftig procent te verminderen. Er werden echter alleen tijdelijke maatregelen getroffen, terwijl een structurele aanpak nodig lijkt. Nog steeds hebben allochtonen een drie tot vier keer hogere kans werkloos te worden dan autochtonen.
De meest kwalijke zaak was en is echter dat de Wet Samen per 1 januari 2004 werd opgeheven. Als excuus om de wet niet te verlengen zei de regering dat de wet ertoe heeft geleid dat werkgevers zich thans van de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt bewust zijn. Bewustwording was echter niet het voornaamste doel van de wet. Het voornaamste doel was een evenredige deelname van allochtonen op de arbeidsmarkt, een doelstelling die nog steeds niet is bereikt.
Het LBR concludeerde in zijn schaduwrapport dat vooral op de arbeidsmarkt de mate waarin rassendiscriminatie voorkomt zorgwekkend is. Ook het VN-comité sprak zijn zorgen uit over de afschaffing van de Wet Samen, en benadrukte dat door de overheid een adequaat beleid moest worden gevoerd om de positie van allochtonen op de arbeidsmarkt te bevorderen.

Allochtonen bij politie

Voorts sprak het LBR zijn zorgen uit over de positie van allochtonen bij de politie. In het jaar 2000, ten tijde van de bespreking van het vorige CERD-rapport, was de uitstroom van allochtone agenten groter dan de instroom. Er is sprake van kleine verbeteringen in de situatie. In 2001 waren er 2.981 allochtonen in dienst van de politie, in 2002 waren dat er 3.226 (bron: Wet Samen).
Maar omdat er over de hele linie veel agenten zijn aangenomen is er relatief weinig veranderd: in 2001 was 5,8% van de politieagenten van allochtone afkomst, in 2002 was dat 6 procent. Allochtonen voelen zich nog steeds niet thuis bij de politie.
Er zouden volgens het LBR onder andere trainingen moeten worden gegeven aan het personeel om beter met diversiteit om te gaan, gestimuleerd door de overheid. Het VN-comité sprak zijn ongerustheid uit over de uitstroom van allochtone politieagenten uit de verschillende politiekorpsen.
In de komende CERD-rapportage dienen meer statistische gegevens over instroom en uitstroom te worden opgenomen. Het volgende Nederlandse rapport moet op 9 januari 2007 bij het Comité worden ingediend.

Asielbeleid

Opvallend in de conclusies van het VN-comité was de aandacht voor het asielbeleid van de Nederlandse regering. Hoewel het CERD-verdrag niet onder alle omstandigheden van toepassing is op het vreemdelingen- en asielbeleid, vond het comité de plannen om grote aantallen uitgeprocedeerde asielzoekers uit te zetten zorgwekkend.
Met name werd het risico voor aantasting van de mensenrechten en het recht op gezinsleven van de betrokkenen genoemd, waarna de regering werd verzocht om zich te houden aan het beginsel om personen niet terug te sturen als hun leven of lichamelijke integriteit in gevaar zijn, de eenheid van het gezin en een afdoende behandeling van minderjarigen niet gewaarborgd kunnen worden.

Mr. drs. J. Nieuwboer is juridisch beleidsmedewerker bij het LBR.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: