Persberichten / LBR/VTD-Reactie op..
Onderstaand bericht wordt u toegezonden door het LBR. Indien u vragen heeft over de toezending van dit bericht, kunt u die richten aan het secretariaat van het LBR. Voor vragen van inhoudelijke aard, verwijzen we u naar het e-mailadres dat onder dit persbericht staat vermeld. Indien u dit bericht niet had willen ontvangen kunt u dit ons melden. Met vriendelijke groeten, Güler Çagdas, Ursula Klavert, secretariaat LBR (Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie).
Structureel en samenhangend beleid..
Gelijke behandeling is een van de grondrechten van onze samenleving, schrijven de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie in het coalitieakkoord van 7 februari 2007.
Het coalitieakkoord van het toekomstig kabinet grijpt daarmee terug naar een van de fundamenten van de Nederlandse samenleving, artikel 1 van de Grondwet. De VTD is verheugd dat de fracties het recht op gelijke behandeling en het discriminatieverbod zoals dat in art.1 is vastgelegd, opnieuw onder de aandacht brengen. De VTD is verheugd dat de coalitie zonder belerende toon, vanuit een helder inzicht in de randvoorwaarden voor een vitale samenleving het belang van gelijke behandeling en nondiscriminatie bepleit.
Een samenleving met sociale samenhang, zoals het coalitieakkoord nastreeft, is niet gebaat bij uitsluiting van mensen op grond van hun ras, nationaliteit, sekse, seksuele voorkeur, ziekte of handicap etc. Discriminatie is intens grievend en kwetsend en belemmert gelijkwaardige deelname van mensen aan de samenleving in zowel economisch als maatschappelijk opzicht. Daarmee is discriminatie een urgent maatschappelijk probleem met negatieve gevolgen voor individuen en groepen maar óók voor de maatschappij als geheel.
De VTD is dan ook verheugd dat het coalitieakkoord de noodzaak van het voorkomen en bestrijden van discriminatie klip en klaar onderschrijft. De aanpak van discriminatie zal de komende jaren speerpunt zijn, schrijven de fracties.
Naast enthousiasme voor het coalitieakkoord heeft de VTD ook kritiek. Voor het waarborgen van het grondrecht op gelijke behandeling en nondiscriminatie is wetgeving alleen niet voldoende. Met name het uitzetten van een samenhangend én structureel overheidsbeleid is hiervoor van cruciaal belang.
Coördinatie van beleid noodzakelijk
Onderzoek, onder meer voor de Monitor Rassendiscriminatie 2005, laat steeds weer zien dat discriminatie een structureel probleem is. De bestrijding van discriminatie verdient dan ook een structurele, brede en samenhangende aanpak met afstemming van beleid op overheidsniveau en een periodiek inzicht in de stand van zaken middels monitoring. Om de kwaliteit en betrouwbaarheid van door monitoring verkregen gegevens te waarborgen is het van groot belang dat aangesloten wordt bij aanbevelingen voor het effectief meten van discriminatie vanuit de Europese Commissie en het Europees Monitorings Centrum Racisme en Xenofobie (EUMC).
Om te voorkomen dat opgedane kennis en kunde inzake discriminatiebestrijding verloren gaan, is het van wezenlijk belang dat (overheids)beleid en initiatieven worden geëvalueerd en structureel van aard zijn in plaats van tijdelijk en ad hoc. Het vorige kabinet heeft een belangrijke voorzet gedaan met het oprichten van een landelijke vereniging tegen discriminatie waarin o.a. wordt voorzien in een landelijke dekkend netwerk van antidiscriminatievoorzieningen. Het is echter van groot belang dat dit netwerk ook in de toekomst adequaat kan functioneren.
Verder raakt antidiscriminatiebeleid aan àlle beleidsterreinen op overheidsniveau. Daarom is het risico groot (en zeker niet denkbeeldig) dat antidiscriminatiebeleid gefragmenteerd en versnipperd raakt over verschillende ministeries. Dit probleem wordt helaas door dit coalitieakkoord nog niet voldoende erkend.
Om een structurele én samenhangende aanpak van discriminatie daadwerkelijk mogelijk te maken pleit de VTD dan ook dringend voor het belasten van één bewindspersoon met de coördinatie van het antidiscriminatiebeleid.
Chronisch zieken en gehandicapten
Volgens het akkoord zal de uitbreiding van werkingssfeer van de Wet gelijke behandeling chronisch zieken en gehandicapten worden voortgezet. Daarnaast komt er extra budget voor intensivering van begeleid werken en sociale werkplaatsen. De VTD moedigt de overheid aan verder te gaan op deze ingeslagen weg.
Discriminatie op de arbeidsmarkt
De VTD is zeer te spreken over de prioriteit die de fracties geven aan het tegengaan van uitsluiting bij stage- en arbeidsplaatsen, en het feit dat de fracties menen dat dit probleem ook bij bedrijven hoog op de agenda dient te staan. De VTD zal zich bij dit streven inzetten voor ondersteuning van overheid, werknemers én werkgevers. Het is een goed teken dat het demissionaire kabinet al opdracht heeft gegeven aan VTD en SCP om het probleem van discriminatie op de arbeidsmarkt middels specifiek monitoronderzoek goed in kaart te brengen.
Opsporing en vervolging
De VTD en andere instanties hebben de afgelopen jaren geregeld gewezen op het belang van goede opsporing en vervolging van discriminatie, onder andere op de arbeidsmarkt en in de horeca. Het is bovendien belangrijk dat aangiften van discriminatie bij de politie goed worden opgenomen en geregistreerd. De VTD is dan ook blij dat dit als aandachtspunt in het akkoord is opgenomen. Daarbij ziet de VTD graag als aandachtspunt meegenomen dat de politie aangiften op álle discriminatiegronden goed opneemt en registreert.
Inburgering
De VTD juicht de ambitie om de wachtlijsten voor inburgerings- en taalcursussen weg te werken toe. Daarnaast staat in het akkoord dat alle inburgeringsplichtigen onder de nieuwe wet dienen te worden toegerust door een stevig inburgeringsprogramma en een verplichte toets. De VTD is blij dat het huidige kabinet gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen van LBR, ACVZ en de Raad van State om verboden onderscheid tussen Nederlanders in de Wet inburgering te voorkomen. Dat neemt niet weg dat de nog bestaande discriminerende elementen in de Wet inburgering buitenland aandacht verdienen.
Rassendiscriminatie
In opdracht van het demissionaire kabinet is door het LBR/VTD de Monitor Rassendiscriminatie 2005 ontwikkeld. Enkele belangrijke conclusies uit deze monitor zijn dat slechts weinig mensen bereid zijn om discriminatie te melden, vooral omdat men denkt dat melden toch niet helpt. Daarnaast blijkt dat in ruime mate de verwachting leeft dat rassendiscriminatie zal toenemen, maar dat men ook in grote meerderheid het recht op gelijke behandeling ondersteunt. Rassendiscriminatie wordt dus door een groot deel van de samenleving als probleem ervaren, maar het draagvlak voor gelijke behandeling biedt sterke aanknopingspunten voor beleid. De VTD vertrouwt erop dat het toekomstige kabinet, in samenwerking met maatschappelijke organisaties waaronder de VTD, het probleem van geringe meldingsbereidheid zal aanpakken, daarbij gebruikmakend van het draagvlak voor gelijke behandeling.
Discriminatie: niet alleen een juridisch probleem
Discriminatie is niet alleen strafbaar, discriminatie is ook grievend en kwetsend, zo staat in het akkoord. Discriminatie belemmert het proces van integratie en emancipatie van nieuwkomers in onze samenleving en zet de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen op scherp. De VTD leest hieruit dat discriminatie volgens de fracties niet alleen met een juridische aanpak bestreden dient te worden. De VTD is dan ook blij dat de overheid zich als bondgenoot ziet voor individuen, bedrijven en maatschappelijke organisaties die zich inzetten tegen discriminatie. De VTD neemt haar taak in deze serieus en zal er alles aan doen om een bijdrage te leveren aan een brede bestrijding van discriminatie, zowel in de repressieve als in de preventieve sfeer.
Homohuwelijk
De VTD erkent dat sprake kan zijn van een botsing van grondrechten bij ambtenaren die op grond van gewetensbezwaren geen huwelijk willen voltrekken tussen mensen van hetzelfde geslacht. Enerzijds is er het recht op gelijke behandeling van burgers met een homoseksuele gerichtheid. Anderzijds hebben burgers het recht om een godsdienstige overtuiging te huldigen en daar uiting aan te geven.
Het standpunt van de VTD in deze is dat het recht op gelijke behandeling van homoseksuelen dient te prevaleren, gezien hun kwetsbare positie binnen de samenleving. Het tegemoet komen aan het recht van bepaalde gelovigen heeft verstrekkende gevolgen voor homoseksuelen: het niet voltrekken van een huwelijk kan immers als een ontkenning van de gelijkwaardigheid van homoseksuelen en heteroseksuelen worden opgevat.
Zowel de Grondwet als het internationaal recht maken het mogelijk om ten aanzien van godsdienstige uitingen beperkingen op te leggen indien daarmee een onevenredige inbreuk wordt gemaakt op een fundamenteel recht van anderen. Het niet tegemoet komen aan de wens van gewetensbezwaarden maakt in de gegeven omstandigheden geen onevenredige inbreuk aan hun grondrecht om uiting te geven aan hun godsdienst.
De VTD vindt dat dit de nationale beleidslijn dient te zijn. Zodoende wijst de VTD het voorstel van het aantredend kabinet af om ten aanzien van huwelijksvoltrekking ruimte te geven aan gewetensbezwaren. In deze kwestie dient het fundamentele recht op gelijke behandeling van mensen ongeacht hun seksuele gerichtheid te prevaleren.