Er moet 'iets zwarts' in
Rol etniciteit in televisieprogrammas blijft te vaak onbesproken
door Evelyne Hurkmans - 01.11.2002
Dossier: Media en berichtgeving
Iedereen heeft een etnische achtergrond. Toch betekent het bedenken van een etnische verhaallijn voor veel televisiemakers dat er iets zwarts in moet. In kinderprogrammas, waar de boodschap begrijpelijker moet worden overgebracht dan in programmas voor volwassenen, wordt etniciteit anders benaderd. Evelyne Hurkmans vraagt twee deskundigen, programmamaakster Tessa Boerman en mediadeskundige Irene Costera Meijer, waar de knelpunten zitten. Duidelijk is dat het onderwerp in televisieland te weinig besproken wordt.
Film- en televisiemakers zijn zich soms niet bewust van de manier waarop hun werk geïnterpreteerd kan worden. De confrontatie met deze interpretaties kan inzicht bieden in de keuzes en selecties voor beelden.
Op 14 oktober jongstleden organiseerde Cinekid in samenwerking met Mira Media het seminar Etniciteit in kinderprogrammas tijdens de zestiende editie van het Cinekid Festival.
Documentairemaakster en filmprogrammeur Tessa Boerman gaf tijdens het seminar een workshop beelddeconstructie. Dr. Irene Costera Meijer, universitair hoofddocent Mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, was een van de panelleden. Wat houdt etniciteit in en hoe kan dit in kinderprogrammas verbeeld worden?
Begrip etniciteit verschillend gebruikt
Boerman stelt dat er geen eensluidende definitie van etniciteit is. Daarom is het ook lastig om het begrip te gebruiken. "Je zou kunnen zeggen dat etniciteit gebruikt wordt om aan te geven tot welke groep iemand behoort op grond van land, gemeenschappelijke taal, religie, cultuur. Het begrip kan heel wisselend gebruikt worden. Dat kan problematisch zijn. Het wordt veel gebruikt en daarom is het wel belangrijk. Eigenlijk zou je altijd moeten zeggen wat je bedoelt". Ook Irene Costera Meijer ziet in dat de themas makkelijk zijn te misbruiken.
"Als we over etniciteit spreken bij moslims dan gaat het om geloof. Bij de oorlog in de Balkan gaat het om geloof, maar weer niet over etniciteit. Etniciteit is voor alle groepen bruikbaar. Maar het gevaar bestaat om het begrip te gebruiken voor alle verwijzingen naar essentiële verschillen. Vroeger gebruikten we het begrip ras, toen een tijd cultuur, nu etniciteit. Het gaat er misschien niet eens zo zeer om wat het betekent als wel hoe je het gebruikt."
Voor programmamakers betekent een etnische verhaallijn veelal dat er 'iets zwarts' in moet. Het misverstand is duidelijk want men vergeet dat iedereen een etnische achtergrond heeft. Irene Costera Meijer geeft haar studenten bij de cursus beeldvorming altijd de opdracht om een kleurbiografie te schrijven. Ze stelt de vraag: "Wanneer ontdekte je voor het eerst dat je een eigen kleur had?" "Voor de niet-blanken is de opdracht geen enkel probleem. Zij zijn zich bewust van hun kleur en etnische achtergrond. Voor de anderen ligt dit anders, men is zich niet bewust van de eigen etniciteit. Zij denken op dat moment voor het eerst na over wat het betekent om wit te zijn."
Creatief zijn en clichés vermijden
In de workshops op het seminar werd vooral aandacht besteed aan etniciteit als kleur, cultuur en taal. Aan de hand van fragmenten uit verschillende kinderseries werd tijdens het seminar een workshop beelddeconstructie gegeven. Volgens Boerman is van ieder programma een deconstructie te maken. "Je kunt kijken welke betekenis aan etniciteit is gegeven. Want in ieder programma zit etniciteit, alleen is het soms minder zichtbaar."
Er zijn verschillende manieren om etniciteit te verbeelden.
"Dit kan door kleur, middels een zwarte acteur. De invulling hiervan kan verschillen. Bij het personage Arthur uit de soapserie "Goede Tijden Slechte Tijden" heeft kleur verder niets te betekenen, in feite is hij een normale Hollandse jongen."
Creativiteit, het vermijden van clichés, is volgens Boerman heel belangrijk. Door creativiteit wordt de verhaallijn anders en ontstaan meer mogelijkheden om gelaagdheid te krijgen in je film.
Ze noemt als voorbeeld de serie "Dunya en Desi." Een serie over twee vriendinnen, de één met een Nederlandse en de ander met een Marokkaanse achtergrond, waarvan een fragment werd gebruikt tijdens de workshops. "Hier zie je dat het Marokkaans-zijn betekenisvol is, maar geen cliché. Iedereen in de serie is interessant als individu, vanwege zichzelf. Marokkaans-zijn voegt daar iets aan toe, Amsterdams-zijn en/of Nederlands-zijn ook. Beide etnische achtergronden zijn zichtbaar en van dezelfde orde. Het aardige aan deze serie is ook dat kleur niet automatisch voor problemen hoeft te zorgen."
Een ander fragment dat tijdens de workshops gebruikt werd, kwam uit een aflevering van het peuterprogramma Circus Kiekeboe. Het diende als voorbeeld waarin etniciteit verbaal verbeeld wordt. De opzet van Kiekeboe was om gebruik te maken van de wetenschap dat kinderen die de eigen taal goed beheersen ook gemakkelijker Nederlands leren. Er is veel commentaar op geweest, want werken zulke programmas niet juist polariserend?
"Onzin," vindt Irene Costera Meijer. "Naast het positieve aspect om taal beter te leren voor bepaalde kinderen, is het programma voor alle kinderen in de leeftijdscategorie toegankelijk. Dat komt omdat taal als muziek wordt gebruikt. Taal doet er hier niet toe. Het gaat hier om de mimiek, waarbij duidelijk is dat taal dus niet altijd de representant van taal hoeft te zijn."
Dialoog leidt tot beter resultaat
Kinderprogrammas lopen vooruit op programmas voor volwassenen als het gaat om etniciteit. Een blijk daarvan is de uitreiking in 2001 van de Zilveren Pluim aan de redactie van Z@ppelin, de dagelijkse cluster kinderprogrammas op Nederland 3.
Vooral onder jongeren leeft een behoefte aan diversiteit. In de grote steden heeft meer dan de helft van de jongeren een andere etnische achtergrond dan de Nederlandse. Het is niet meer dan logisch dat zij zichzelf ook terug willen zien op televisie.
Makers van kinderprogrammas zijn meer op zoek naar manieren om aandacht te besteden aan etniciteit. Tamelijk logisch, vindt Tessa Boerman, want er is een wezenlijk verschil tussen het maken van programmas voor kinderen en volwassenen. "Makers van kinderprogrammas maken programmas die meer in dienst zijn van de kijker. Er wordt rekening gehouden met kind. Bij volwassenenprogrammas gebeurt het vaker dat gedaan wordt wat de maker zelf wil. Ook met etniciteit wordt anders omgaan in jeugdprogrammas. Alles moet begrijpelijker zijn, waardoor kinderprogrammamakers meer in dialoog treden." Een goed voorbeeld daarvan is de werkwijze bij het Jeugdjournaal. Irene Costera Meijer heeft in een eerder onderzoek de werkwijze van het Jeugdjournaal met die van het NOS-'grote-mensen'-journaal vergeleken. "Bij het Jeugdjournaal werkt men in een team. Eerst wordt er vergaderd en zoekt men samen naar een interessante invalshoek. Vervolgens gaan de verslaggevers aan het werk en wordt het item gemaakt. De redactie is multicultureel. In de praktijk leidt dit tot een grotere diversiteit, de nieuwscultuur is breder. Bij het journaal maakt één iemand een item, wordt veel individueler gewerkt. Daardoor wordt de context versmald tot die van één individu, de verslaggever heeft alleen zichzelf als context. Deze aanpak leidt tot minder diversiteit."
Marokkaan sprekend, minister zwijgend
Wanneer is er nu sprake van een kwalitatief goed programma met het oog op etniciteit?
Irene Costera Meijer meent dat er sprake is van een kwalitatief goed programma als mensen niet alleen als object maar ook als subject behandeld worden, en vice versa. Dus een Marokkaan sprekend en een minister zwijgend, noemt ze als voorbeeld.
Volgens Tessa Boerman kun je niet zeggen of een programma goed of slecht is. Maar het is wel goed om het er over te hebben. Op het seminar kwam, tot verbazing van beiden, heel duidelijk naar voren dat er juist een enorme behoefte is om te praten, terwijl dat in de praktijk niet gebeurt.
"De uitkomst was dat er vele dilemmas bestaan, waar niet direct een antwoord op te geven is. Heel veel programmamakkers worstelen met hetzelfde probleem waarvan etniciteit een voorbeeld is. Mensen voelden zich gesterkt in de wetenschap dat eigenlijk iedereen tegen problemen aanloopt."
Zowel Tessa Boerman als Irene Costera Meijer zijn het erover eens dat het erkennen van en het iets doen met die worsteling zeer belangrijk is. Het feit dat dat nu nog te weinig gebeurt, is te wijten aan verschillende factoren. Het kan zijn dat men het onplezierig vindt om over etniciteit te praten. Of dat er geen tijd en ruimte voor gereserveerd is tijdens het productieproces. Beiden zijn het erover eens dat die worsteling een onderdeel zou moeten zijn van het hele proces van programmamaken.
Drs. Evelyne Hurkmans was medewerker informatie bij het LBR (nu Art.1).
Dit artikel is verschenen in Zebra Magazine 4 / november 2002.
Zie ook:
www.beeldvorming.net
www.miramedia.nl
www.cinekid.nl
Hieronder een aantal aanbevelingen die door de Werkgroep Migranten & Media van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten zijn opgesteld. Deze dienen als leidraad voor journalisten bij berichtgeving over etnische minderheden.
- Vermeld alleen iemands nationaliteit, geloof, cultuur, geboorteland of naam als dat relevante informatie toevoegt aan reportage of artikel
- Wees bewust van het perspectief van waaruit je als journalist naar minderheden kijkt en over hen bericht
- Wees extra zorgvuldig met aantallen, statistische gegevens en andere feiten, zeker wanneer het gaat over migratie of migranten
- Vermijd generalisaties, maak de reikwijdte van een bewering expliciet
- Wees zorgvuldig met racistische uitspraken. Vermijd de schijn dat het algemeen aanvaarde opinies betreft
- Maak allochtonen ook zichtbaar, in beeldmateriaal, panels en personeelsbestand






