Opiniestuk NRC Handelsblad
Wie discrimineert moet dat in zijn beurs voelen
14.06.2006
Dossiers: Arbeid en wetgeving, Wet- en regelgeving tegen discriminatie
Discriminatie is een structureel probleem dat maar blijft voortwoekeren. Degenen die zich er schuldig aan maken moeten fors beboet worden, vindt Dick Houtzager.
Het is net als met de zon: ook discrimineren kost niets. Maar waar de zon mensen doorgaans vrolijk maakt, gebeurt bij discrimineren het omgekeerde. Wie zich er schuldig aan maakt, hoeft geen effectieve financiële sanctie te vrezen. Maar als degene die discrimineert dat in zijn portemonnee zou voelen, is de kans groter dat hij zijn gedrag aanpast.
Dat een ontwikkeling ten goede gewenst is blijkt na lezing van het vorige week gepubliceerde onderzoek van Motivaction en de Monitor Rassendiscriminatie 2005. Daaruit rijst een verontrustend beeld op. De omvang van discriminatie is aanzienlijk en er zijn geen tekenen dat het afneemt. Hoewel de wet discriminatie verbiedt, lijken de effecten van de wetgeving beperkt.
Volgens het Motivaction-onderzoek beschouwt één op de tien Nederlanders zich als racist. Uit de Monitor Rassendiscriminatie blijkt dat discriminatie zich vooral op straat en op de werkvloer voordoet.
Discriminatie zorgt op de werkvloer voor een verziekte sfeer en voor een verhoogd ziekteverzuim. Degene die constant onderwerp is van in het beste geval grappen, in het slechtste geval fysiek geweld, zal zich veelal ziek melden. Het indienen van een klacht over discriminatoire behandeling is voor veel mensen een te grote stap: het gebeurt regelmatig dat de klager op straat komt te staan. De angst voor slachtofferschap is groot.
Klagen over discriminatie helpt niet, is de teneur van de 1.700 respondenten uit de Monitor. Ik meen dat één van de redenen is dat de klachteninstantie voor discriminatie, de Commissie Gelijke Behandeling, geen dwingende sancties kan opleggen. In een aantal gevallen is een oordeel van de Commissie wel voldoende om de werkgever maatregelen te laten nemen, die discriminatie in de toekomst kunnen voorkomen. Maar voor de individuele klager is het in veel gevallen over en uit: de arbeidsverhoudingen zijn verstoord en het is de klager die ontslagen wordt.
Voor het verkrijgen van een schadevergoeding of het afdwingen van een ordemaatregel moet de klager naar de rechter. In de praktijk gebeurt dat echter vrijwel nooit.
De weinige schadevergoedingen die in het verleden zijn toegekend zijn niet bijzonder hoog: het hoogste bedrag is, voor zover bekend, 23.000 euro. In arbeidszaken zijn dergelijk lage bedragen niet uitzonderlijk, maar beëindiging van de arbeidsrelatie in verband met discriminatie zou een verzwarende omstandigheid moeten zijn.
Naast de burgerlijke rechter kan ook de strafrechter over discriminatie op het werk oordelen en een boete opleggen. In de afgelopen jaren is dat echter vrijwel niet gebeurd. De boetes die de strafrechter in het verleden in arbeidszaken oplegde waren nooit hoger dan 1.000 euro.
Opvallend is dat aan ongewenst gedrag en normoverschrijdingen op veel andere terreinen in Nederland financiële gevolgen verbonden zijn: de arbeidsinspectie beboet overtreders van de Arbowet, de AFM kan boetes opleggen aan overtreders van financiële regels, de OPTA geeft boetes aan overtreders op de telecommarkt en het College Bescherming Persoonsgegevens kan boetes opleggen aan organisaties die de databeschermingswetten overtreden.
Nu duidelijk is dat discriminatie een structureel probleem van behoorlijke omvang is, moet bediscussieerd worden of de gratis discriminatie kan blijven bestaan. Het veranderen van ideeën en denkbeelden is een lange en moeizame weg, maar veranderen van gedrag is op de korte termijn mogelijk. Bij het uitvoeren van beleid is het geven van financiële prikkels een goed hulpmiddel om gedrag te beïnvloeden.
Minister De Geus van Sociale Zaken zou het goede voorbeeld kunnen geven door het discriminatieverbod op te nemen in de nieuwe Arbowet. Daarmee wordt discriminatie op de werkvloer onder de reikwijdte van de arbeidsinspectie gebracht.
Het voordeel is dat werkgevers, wier verantwoordelijkheid het nu al is om te zorgen voor een discriminatievrije werkomgeving, maatregelen ter voorkoming van discriminatie moeten treffen. Daartoe zijn ze nu al verplicht bij het voorkomen van seksuele intimidatie.
De arbeidsinspectie zal in actie kunnen komen als een werknemer een klacht indient en feiten aanvoert die wijzen op discriminatie. Het is dan de taak van de arbeidsinspecteur om die feiten te onderzoeken en, als er blijkens dat onderzoek sprake is van discriminatie, kan de inspectie eisen dat maatregelen worden genomen, of een boete opleggen.
Bij gevallen van discriminatie blijkt dat het adagium eigen verantwoordelijkheid niet werkt. Mensen die met discriminatie worden geconfronteerd hebben niet steeds de mogelijkheid om een klacht in te dienen, omdat ze de weg naar de Commissie Gelijke Behandeling niet kennen of omdat het klagen negatieve gevolgen heeft. Als duidelijk wordt dat de samenleving discriminatie niet tolereert, door er financiële gevolgen aan te verbinden, zal het aantal mensen toenemen dat er iets tegen doet.
Mr. Dick Houtzager is juridisch medewerker bij Art.1






