Handicap: Staat mag kilometerlimiet handhaven
22.12.2006
Dossier: Jurisprudentie
Volgens de Hoge Raad heeft de Nederlandse Staat geen mensenrechten geschonden door in 2004 de vergoeding van reiskosten voor mensen met een handicap of chronische ziekte te verlagen. De Chronisch zieken- en gehandicaptenraad vroeg de rechter om een oordeel over de wijziging van het systeem van vergoedingen voor het gebruik van vervoer buiten de eigen regio. De Hoge Raad wees deze eis op 22 december jl. af.
In 2004 voerde de overheid het zogenaamde Valyssysteem in, ter vervanging van een eerder programma voor vervoer van mensen met een functiebeperking buiten de eigen regio. Vervoer binnen de regio komt voor rekening van de gemeente. In het Valyssysteem wordt de vergoeding door de Staat beperkt ten opzichte van het vorige systeem. In doorsneesituaties kunnen mensen met een handicap in 2005 maximaal 750 kilometer per jaar voor een sociaal of recreatief doel reizen. Voorheen was er geen limiet aan het aantal te vergoeden kilometers. In de praktijk betekende de verandering dat iemand met een handicap slechts enkele malen per jaar op bijvoorbeeld familiebezoek kan gaan.
De Chronisch zieken- en gehandicaptenraad (CG-Raad) en een aantal andere organisaties spanden in 2004 een kort geding tegen de Staat aan, waarin zij pleitten voor het terugdraaien van de regeling. Volgens de eisers was er sprake van schending van het recht op gelijke behandeling en van een inbreuk op het recht op familieleven en op het recht op bewegingsvrijheid.
Hoewel de rechter in kort geding erkende dat er sprake was van schending van de rechten van de mens, wees hij de vordering af. Ook in hoger beroep bij het gerechtshof in Den Haag werd de eis afgewezen.
Bij uitspraak van 22 december 2006 bekrachtigde de Hoge Raad het vonnis van het Hof. Volgens de Hoge Raad levert het verminderen van de bijdrage geen schending van het recht op familieleven of andere mensenrechten op, onder meer omdat de aan Valys voorafgaande regeling niet op een wettelijk voorschrift was gebaseerd. De Staat heeft een ruime beoordelingsmarge bij het nemen van maatregelen met belangrijke budgettaire gevolgen, en volgens de Hoge Raad is die marge niet overschreden. Het blijkt dat de keuze om een bepaald budget te veranderen is een politieke keuze is, die buiten de reikwijdte van beoordeling door de rechter ligt.
Zie voor de tekst van het arrest (LJN AY8050): www.rechtspraak.nl






