mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Discriminatie bij..

Discriminatie bij sollicitaties komt wel voor

LBR vindt uitspraak minister Wijn ongegrond
door Eddie Nieuwenhuizen - 02.11.2006

Dossier: Arbeid

Tags: arbeidsmarkt, discriminatie ras, werving en selectie

Op 1 november 2006 zei minister Wijn van Economische Zaken dat er niet gediscrimineerd wordt op etniciteit bij sollicitaties. Wijn baseert zich op een onderzoek dat in opdracht van EZ werd uitgevoerd. Het LBR (nu Art.1) vindt de uitspraken van Wijn ongegrond. De onderzoeksopzet voldoet niet om de vraag te beantwoorden of discriminatie voorkomt bij sollicitaties. Ook werd geen vergelijking gemaakt met ander onderzoek en met ervaringen van allochtone werkzoekenden, waaruit blijkt dat discriminatie wel voorkomt.

Het LBR (nu Art.1) vindt de uitspraken van minister Wijn van Economische Zaken dat “allochtonen geen nadeel ondervinden bij sollicitaties” ongegrond. Op 1 november 2006 liet minister Wijn dit weten aan de Tweede Kamer. Wijn baseert zich op het onderzoek 'De onderkant van de arbeidsmarkt vanuit werkgeversperspectief' dat in opdracht van EZ werd uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek. Het onderzoek concludeert dat opleiding en werkervaring de belangrijkste factoren zijn om uitgenodigd te worden en dat etniciteit veel minder van belang is.
Niemand, ook het LBR niet, zal ontkennen dat opleiding en werkervaring een belangrijke rol spelen bij het verwerven van een plek op de arbeidsmarkt. Toch verklaart een lager onderwijsniveau niet waarom allochtonen te kampen hebben met een achterstand op de arbeidsmarkt. De werkloosheid onder allochtonen is namelijk op íeder onderwijsniveau groter dan onder autochtonen. De vraag is in hoeverre discriminatie een rol speelt bij het ontstaan van zulke achterstanden. De opzet van het SEO-onderzoek én het gebruik van de resultaten om tot conclusies te komen, zijn zodanig van aard dat deze vraag hiermee niet afdoende kan worden beantwoord.

Onderzoeksmethode

SEO Economisch Onderzoek voerde een enquête uit onder een steekproef van 1025 werkgevers (met name functionarissen verantwoordelijk voor personeelsselectie). In de enquête werd hen gevraagd te reageren op profielen van kandidaten. Werkgevers moesten een keuze maken uit zestien sollicitatiebrieven waarin fictieve kandidaten met een verschillend profiel zich presenteerden. Vrijwel zonder uitzondering werden de kandidaten met de meeste ervaring en het hoogste opleidingsniveau eruit gepikt, óók als zij een Marokkaanse of Turkse achternaam hadden. Bij het onderzoek ging het niet om daadwerkelijk gedrag maar om wat werkgevers zouden doen wanneer zij vergelijkbare sollicitatiebrieven zouden krijgen. Er werd dus niet onderzocht hoe werkgevers in de praktijk met sollicatiebrieven omgaan.
De beste en meest eenduidige manier om te onderzoeken of discriminatie in de praktijk van werving en selectie voorkomt, is echter het gebruik van praktijktests of testcases. Bij onderzoekers is dit inmiddels een breed gedeelde opvatting. Bij testcases solliciteren allochtone en autochtone kandidaten naar dezelfde vacatures. Deze testpersonen verschillen naar etnische afkomst maar zijn in andere opzichten hetzelfde (leeftijd, geslacht, beheersing Nederlandse taal, opleiding, kleding, voorkomen). Wanneer bij een praktijktest autochtone kandidaten veel vaker worden uitgenodigd dan allochtone kandidaten, dan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van discriminatie. Testcases die in het recente en minder recente verleden zijn uitgevoerd hebben tot nu altijd aangetoond dat discriminatie bij sollicitaties voorkomt. Dat is bijvoorbeeld de ervaring van allochtone sollicitanten die op eigen initiatief een testcase hebben gedaan door onder twee verschillende namen een brief te schrijven 1. De aard van het onderzoek van SEO (het gebruik van een enquête naar wat men ‘zou’ doen in plaats van een onderzoek naar wat men werkelijk doet) voldoet niet om te kunnen concluderen of er wel of geen discriminatie voorkomt bij werving en selectie.

Sociaal wenselijk

Dit SEO-onderzoek is overigens geen uniek onderzoek. De afgelopen 20 jaar zijn verschillende onderzoeken verricht naar de attitudes en beeldvorming die werkgevers hebben over allochtonen. Uit deze onderzoeken bleek dat veel Nederlandse werkgevers een negatief beeld hebben over allochtonen. Zo is er bijvoorbeeld een onderzoek uit 2002 waarin geconcludeerd wordt dat een kwart van de onderzochte werkgevers liever geen allochtonen aanneemt 2. Het onderhavige SEO-onderzoek verwijst niet naar deze of andere onderzoeken. Evenmin worden de onderzoeksresultaten vergeleken met voorgaand onderzoek waaruit blijkt dat etniciteit een belangrijke rol speelt bij de houding die werknemers hebben tegenover allochtone werknemers.
Een bekend probleem bij onderzoeken naar attitudes en beeldvorming, waartoe ook het SEO onderzoek behoort, is dat ondervraagden sociaal wenselijke antwoorden kunnen geven. Dit maakt het lastig om boven tafel te krijgen hoe mensen werkelijk denken over bepaalde onderwerpen. De SEO-onderzoekers hebben wel rekening gehouden met dit probleem. Maar de wijze waarop zij sociaal wenselijke antwoorden hebben getracht ‘uit te filteren’ is niet waterdicht. Ook dit maakt het onderzoek niet goed bruikbaar om conclusies uit te trekken.

Ongegrond

Samenvattend: de opzet van het onderzoek 'De onderkant van de arbeidsmarkt vanuit werkgeversperspectief' is niet geschikt om uitspraken te doen over het al dan niet in de praktijk voorkomen van discriminatie bij werving en selectie. Verder is nagelaten om de onderzoeksresultaten over de houding van de onderzochte werkgevers ten opzichte van allochtone Nederlanders in verband te brengen met andere onderzoeken naar attitudes en beeldvorming over allochtonen. Bovendien is in het onderzoek zelf niet voldoende rekening gehouden met de mogelijkheid dat de geënquêteerde werkgevers sociaal wenselijke antwoorden zouden kunnen geven. De uitspraak van Minister van Economische Zaken Wijn dat allochtonen geen nadeel ondervinden bij sollicitaties is ongegrond.

Serieus

Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat het voor een goed beeld van discriminatie op de arbeidsmarkt belangrijk is niet alleen naar werving en selectie te kijken. De meeste discriminatieklachten op de arbeidsmarkt gaan over de situatie op de werkvloer. Deze vorm van discriminatie heeft vaak tot gevolg dat allochtone werknemers het bedrijf of de organisaties verlaten waar zij werken. De problematiek van discriminatie op de arbeidsmarkt wordt gelukkig steeds beter in kaart gebracht en door de belanghebbenden, waaronder zowel werknemers- en werkgeversorganisaties als vele politici, serieus genomen.

1 Theo Stielstra, ‘Het personeel moet ook Jansen heten’, Volkskrant 21 mei 2004

2 Kruisbergen, E.W. en Veld, Th. (2002). Een gekleurd beeld. Over beoordeling en selectie van jonge allochtone werknemers, Assen: Koninklijke Van Gorcum 2002

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: