mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Discriminatiebestrijding..

Discriminatiebestrijding politiek breed gedragen

Kritische blik op partijprogramma's
door Eddie Nieuwenhuizen - 31.10.2006

Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen

Tags: antidiscriminatiebeleid, politieke partijen, verkiezingen

In de afgelopen jaren is in Nederland een intensief en vaak heftig debat gevoerd over de positie van migrantengroepen in de samenleving. Discriminatie is daardoor steeds meer op de politieke agenda komen te staan. Alle politieke partijen besteden inmiddels aandacht aan discriminatie in de partijprogramma’s voor de Tweede Kamerverkiezingen op 22 november 2006. Het LBR (nu Art.1) wierp een kritische blik op de programma’s.

Anders dan bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002 en 2003, besteden nu álle politieke partijen aandacht aan discriminatie in hun programma’s voor de verkiezingen op 22 november a.s. De afgelopen jaren is een intensief maatschappelijk debat gevoerd over de positie van migrantengroepen in de Nederlandse samenleving. Onder invloed daarvan kregen beleidsmakers meer aandacht voor obstakels - zoals discriminatie - waarmee mensen uit minderheidsgroepen te kampen hebben in hun streven om hun maatschappelijke positie te verbeteren. Dat mensen worden gediscrimineerd op grond van veronderstelde groepskenmerken wordt dan ook steeds meer erkend. Dit besef is nu terug te vinden in de verkiezingsprogramma’s van alle politieke partijen.

Non-discriminatie principe

Naast rassendiscriminatie besteden de verkiezingsprogramma’s aandacht aan discriminatie op basis van andere gronden zoals handicap of chronische ziekte, geslacht en seksuele oriëntatie. Ook is er veel aandacht voor de onderlinge verhoudingen tussen groepen en personen. Dat komt onder andere door de toegenomen aandacht voor algemene omgangsvormen in de politiek en maatschappij. Intolerant gedrag tussen burgers dat zich uit in agressie en belediging moet harder worden aangepakt, vindt iedereen. Non-discriminatie wordt door alle gevestigde partijen als een elementaire fatsoensnorm omarmd.
Sommige partijen doen concrete voorstellen om discriminatie aan te pakken. Andere partijen hebben het over de strijd tegen discriminatie in algemene bewoordingen maar vertalen dat niet naar concrete voorstellen. Zo beschouwt de CDA het tegengaan van uitsluiting op de arbeidsmarkt bij stageplaatsen als topprioriteit van overheid en bedrijfsleven. Concrete voorstellen doet het CDA echter niet. Dat komt overeen met de houding van de partij in de afgelopen vier jaar; zo ondersteunde het CDA bijvoorbeeld niet het voorstel om discriminatie in de Arbeidsomstandighedenwet op te nemen.
Opvallend is dat een aantal partijen, waaronder de VVD en SGP, in hun programma’s de noodzaak van discriminatiebestrijding noemen om enkele paragrafen later discriminatie weer toe te laten in het belang van een effectief spreidingsbeleid in steden en woonomgeving. De SGP bepleit spreiding van allochtonen en zegt hen geen woonruimte te willen toekennen “als het percentage allochtonen in een bepaalde wijk te hoog wordt.” Mensen niet toelaten tot bepaalde woonwijken op basis van etniciteit is echter volledig in strijd met het non-discriminatie principe. Op het gebied van vreemdelingenbeleid is het voorstel van de nieuwkomer Partij voor de Vrijheid voor een jarenlange immigratiestop van niet-westerse allochtonen evenzeer in strijd met het non-discriminatie principe.
Ook hebben de SGP, de PVV en de nieuwkomers EénNl en L5F opmerkelijk veel aandacht voor de islam. LF5 en PVV stellen daarbij onder andere een stop op de bouw van moskeeën en islamitische scholen voor. Dit voorstel tast de godsdienstvrijheid in Nederland aan en schendt het non-discriminatie beginsel op grond waarvan de overheid alle godsdiensten gelijk dient te behandelen.

Concrete voorstellen

De partijen met concrete voorstellen om discriminatie aan te pakken zijn met name Groen Links en in mindere mate de PvdA en de ChristenUnie. Hun voorstellen luiden als volgt:

  • Het invoeren van anoniem solliciteren bij de overheid (GroenLinks)
  • Het strenger optreden van de arbeidsinspectie tegen discriminatie op de arbeidsmarkt (Groen Links)
  • Het enkel algemeen bindend verklaren van CAO’s als concrete doelen en inspanningen worden vastgesteld voor evenredige arbeidsdeelname (GroenLinks)
  • Het blootleggen en vervolgen van discriminatie met name op de arbeidsmarkt met ‘undercover’ rechercheonderzoek om zo meer zaken discriminatie op de werkvloer voor de rechter te brengen (PvdA)
  • Een professioneel en landelijk dekkend stelsel van bureaus tegen discriminatie (GroenLinks)
  • Werkgevers moeten in hun sociaal jaarverslag vastleggen hoe zij werken aan diversiteitsbeleid (PvdA)
  • Quotering van deelname door vrouwen en etnische groepen aan plaatsen op zowel lagere als hogere functies (PvdA)
  • Er komt een landelijke registratie van misdrijven jegens groepen op grond van onder andere sekse, etniciteit en seksuele gerichtheid (GroenLinks)
  • Een voorbeeldfunctie van de overheid in het eigen personeelsbeleid bij het aantrekken van mensen uit bevolkingsgroepen die in een achterstandspositie verkeren. (ChristenUnie)

Positief

De meeste voorstellen hebben te maken met discriminatie op de arbeidsmarkt. Een aantal hiervan wordt al ondersteund door het LBR, zoals anoniem solliciteren, een landelijk dekkend stelsel van bureaus tegen discriminatie en het strenger optreden van de arbeidsinspectie (met name het opleggen van boetes) bij geconstateerde discriminatie op de werkvloer.
Enkele voorstellen zoals het verplichten van werkgevers om een diversiteitsbeleid in te voeren en quotering (een vorm van streefcijfers), grijpen terug op de WET SAMEN die vergelijkbare verplichtingen oplegde aan werkgevers. Tot spijt van het LBR werd de WET SAMEN in 2004 stopgezet; daarmee werd een structurele aanpak van discriminatie doorbroken. Het is positief dat er nu weer vergelijkbare voorstellen worden gedaan.
Het voorstel van de PvdA tot ‘undercover’-rechercheonderzoek om meer zaken op de arbeidsmarkt voor de rechter te brengen, houdt onder meer in dat praktijktests ingezet kunnen worden om discriminatie aan te pakken. Het LBR is voorstander van praktijktests omdat het één van de weinige methoden is om discriminatie bij werving en selectie aan te tonen. Het inzetten van het strafrecht bij de aanpak van discriminatie is en blijft overigens een zwaar middel, maar het is noodzakelijk om hardnekkige discriminatie aan te kunnen pakken.

Voorbeeldfunctie

Nieuw is het voorstel om uitsluitend over te gaan tot het algemeen bindend verklaren van CAO’s als concrete doelen worden vastgelegd op het gebied van evenredige arbeidsdeelname. Gebeurt dat niet, dan wordt een CAO niet algemeen bindend verklaard door de overheid waardoor de CAO niet wordt opgelegd aan alle ondernemingen in die sector. Dit voorstel verdient volgens het LBR zeker een kans.
Een belangrijk aandachtspunt van het LBR is een goede registratie van discriminatievoorvallen, dit is onmisbaar voor effectieve discriminatiebestrijding. Het invoeren van een landelijke registratie van misdrijven jegens groepen op grond van onder andere sekse, etniciteit en seksuele gerichtheid is dan ook een goede zaak. Dat geldt ook voor het voorstel van de ChristenUnie om de overheid een voorbeeldfunctie te laten vervullen bij het aantrekken van mensen uit bevolkingsgroepen die in een achterstandspositie verkeren. De overheid is de belangrijkste werkgever van Nederland en zij kan, niet in het minst vanwege haar voorbeeldfunctie, een leidende rol spelen bij het bestrijden van achterstanden op de arbeidsmarkt.

Structureel belangrijk

Ten slotte is in alle partijprogramma’s te lezen dat niet alleen de overheid zich in dient te zetten voor discriminatiebestrijding, maar dat ook maatschappelijke organisaties en burgers zelf een rol spelen. Het LBR deelt deze visie van harte zoals hij ook de rol van de overheid op het gebied van discriminatiebestrijding van structureel en van groot belang acht.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Mediatheek

De mediatheek van Art.1 is te bezoeken op afspraak.
Neem contact op via het contactformulier of tel. 010 - 201 02 01.


Art.1 is onder meer verbonden aan: