Onderscheid bij het aanbieden van stageplaatsen niet altijd geoorloofd
door Marjan Möhle
Dossier: Onderwijs
Protestants-christelijke en islamitische scholen moeten meer stageplaatsen aanbieden aan allochtone studenten. Dat stelt het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO) in het manifest Meer leraren met een dubbele culturele achtergrond.
Het is in het belang van álle scholen, ouders en leerlingen als er meer allochtoon onderwijspersoneel voor de klas komt te staan. Projecten als Full Color van het SBO en Houd de wereld voor de klas van Palet zijn ingezet om hieraan bij te dragen. Momenteel stopt bijna 60 procent van de allochtone studenten voortijdig met de studie. Gebrek aan een stageplek blijkt een belangrijke oorzaak van uitval onder allochtone leerlingen, concludeert het SBO. Met name scholen in het bijzonder onderwijs staan nog te weinig open voor deze studenten. Als onderdeel van Full Color is een campagne opgezet voor meer stageplaatsen. Tweede Kamerlid John Leerdam was zes weken lang het gezicht van deze campagne. Volgens hem staan met name protestants-christelijke scholen nog te weinig open voor allochtone stagiaires.
Geoorloofd onderscheid bij stageaanbod?
Het bijzonder onderwijs heeft bij personeelsselectie een aparte positie in Nederland. Voor een beroep op deze uitzonderingspositie moet in de statuten staan dat het om bijzonder onderwijs gaat én moet bewezen worden dat de school de grondslag ook echt beleeft en uitdraagt. Een instelling mag dan aanvullende eisen stellen aan een functie die nodig zijn voor de verwezenlijking van haar grondslag. Een voorwaarde is wel dat deze functie-eisen consequent toegepast worden (consistentievereiste). Daarbij geldt als randvoorwaarde dat er nooit onderscheid gemaakt mag worden op grond van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. De Algemene Wet Gelijke Behandeling geldt in gelijke mate bij stages als bij betaalde vacatures. Stagiaires lijken nu in hun positie als beginnende beroepskracht nog extra kwetsbaar voor verboden onderscheid.
Verschillende uitspraken van de Commissie Gelijke Behandeling hebben laten zien dat het bijzonder onderwijs zich soms ten onrechte beroept op haar uitzonderingspositie. Ook komt het voor dat scholen ten onrechte verwijzen naar hun neutrale grondslag, bijvoorbeeld als zij het dragen van een hoofddoek willen verbieden. Niet alleen wordt de grondslag van de school gebruikt als reden om allochtone stagiaires te weigeren, maar wordt ook beargumenteerd dat ouders moeite hebben met een buitenlandse juf of meester voor de klas. Onlangs bleek uit onderzoek van Motivaction dat 42% van de Nederlanders inderdaad liever geen allochtoon voor de klas ziet. Op basis hiervan lijkt het weigeren van allochtone leerkrachten begrijpelijk, maar een school die hieraan toegeeft verzaakt zijn wettelijke verplichting om zijn werknemers te beschermen tegen discriminatie. Dit is een ernstig feit.
Discriminatiebestrijding bij stagetoewijzing
Naast scholen, zijn ook PABOs verplicht om hun studenten te beschermen tegen discriminatie. Zij zullen scholen die ongeoorloofd onderscheid maken bij stages hier dus op moeten aanspreken. Daarbij zouden PABOs consequenties moeten verbinden aan scholen die discrimineren, bijvoorbeeld door geen andere stagiaire aan te bieden. Nederland kent een uitgebreid netwerk van antidiscriminatiebureaus waar klachten over discriminatie gemeld kunnen worden. Deze bureaus kunnen samen met de klager, de student zelf of de PABO, stappen ondernemen tegen een school die discrimineert. Sinds maart 2005 heeft de Onderwijsinspectie ook een meldpunt ingesteld voor discriminatie in het onderwijs. Studenten en PABOs kunnen hier dus ook terecht. Het LBR heeft onlangs het initiatief genomen tot een nadere samenwerking tussen dit meldpunt, de antidiscriminatiebureaus en het LBR. Zo kunnen klachten nog beter afgehandeld worden en kunnen scholen door de Onderwijsinspectie aangesproken worden op hun discriminerend handelen. Het instellen van een apart meldpunt voor discriminatie bij stages, zoals Tweede Kamerlid John Leerdam voorstelt, is daarom niet noodzakelijk. Wél is het hard nodig dat discriminatie door scholen wordt gemeld en aangepakt. Daarbij moet het voor onderwijsinstellingen duidelijk worden in welke gevallen zij al dan niet onderscheid mogen maken. Het is van belang dat discriminatie bij stageaanbod wordt bestreden, want niet alleen krijgen allochtone studenten nu geen kans, ook het onderwijs zelf mist de boot als het gaat om allochtoon onderwijstalent.
10 juli 2006
Marjan Möhle
Beleidadviseur onderwijs
Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie






