Samenvatting Monitor Rassendiscriminatie 2005
Activiteit: Monitor Rassendiscriminatie
De Monitor Rassendiscriminatie 2005 is de eerste publicatie in Nederland waarin onderzoek naar discriminatie-ervaringen wordt gecombineerd met gegevens over de rol van beeldvorming bij rassendiscriminatie, rassendiscriminatie op maatschappelijke terreinen (zoals arbeid en onderwijs), specifieke uitingen van rassendiscriminatie (zoals geweld en antisemitisme), klacht en afdoening en opsporing en vervolging.
In deze monitor worden gegevens gebruikt uit inventarisaties van incidenten en registraties van klachten en meldingen bij antidiscriminatiebureaus (ADBs), de Commissie Gelijke Behandeling (CGB), politie en Openbaar Ministerie (OM). Daarnaast is gebruik gemaakt van resultaten van divers wetenschappelijk onderzoek over rassendiscriminatie, zoals onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP).
Voor het onderzoek naar discriminatie-ervaringen dat ten behoeve van deze monitor is uitgevoerd, Discriminatie-ervaringen 2005, zijn bijna 1700 allochtone en autochtone Nederlanders ondervraagd.
Omvang van rassendiscriminatie
Uit Discriminatie-ervaringen 2005 blijkt dat meer dan de helft van de Marokkanen en iets minder dan de helft van de Turken zegt in het afgelopen jaar een of meer malen zelf geconfronteerd te zijn met rassendiscriminatie. Dat betekent dat Turken en Marokkanen regelmatig met het probleem worden geconfronteerd: niet alleen met incidenten waar ze zelf discriminatie ervaren, maar ook met incidenten waarvan mensen in hun directe leefomgeving het slachtoffer zijn. Het percentage Surinamers en Antillianen dat zegt in het afgelopen jaar gediscrimineerd te zijn is iets lager: respectievelijk 40 procent en 37 procent.
Ongeveer twee procent van de ondervraagde autochtone Nederlanders zegt in het afgelopen jaar zelf met rassendiscriminatie geconfronteerd te zijn. Vanwege het lage aantal autochtone slachtoffers dat in het onderzoek naar voren kwam, is het niet mogelijk om algemeen geldende uitspraken te doen over de aard en omvang van rassendiscriminatie jegens autochtonen.
Persoonlijke gevolgen van rassendiscriminatie
Discriminatie heeft een grote invloed op het persoonlijke leven van diegenen die gediscrimineerd worden. Mensen die te maken hebben met racistische opmerkingen en/of zich niet gelijkwaardig behandeld of uitgesloten voelen, ervaren dit als vernederend. Een belangrijke strategie om met deze ervaringen om te gaan, is het vermijden van situaties waarin men met vormen van discriminatie geconfronteerd zou kunnen worden.
Uit Discriminatie-ervaringen 2005 blijkt dat discriminatie door gezagsdragers en andere publieke functionarissen meer negatieve impact heeft op personen dan andere vormen van rassendiscriminatie.
Leeftijd en opleiding
Hoger opgeleide Marokkanen zeggen vaker gediscrimineerd te worden dan lager opgeleide Marokkanen. In het algemeen zijn hoger opgeleide allochtonen negatiever over het klimaat rond allochtonen in Nederland en hebben negatievere opvattingen over autochtone Nederlanders. Jongere allochtonen zeggen vaker gediscrimineerd te worden dan oudere allochtonen. Jongeren bewegen zich op meer maatschappelijke terreinen: ze hebben te maken met vijandige bejegening en uitsluiting in het onderwijs, in het uitgaansleven, in de buurt, en bij de toegang tot de arbeidsmarkt.
Draagvlak voor gelijke behandeling
De opvattingen van autochtonen over allochtonen zijn de afgelopen jaren negatiever geworden. Dat geldt met name voor de opvattingen over moslims. Maar de meerderheid van de autochtonen vindt dat er niet gediscrimineerd zou moeten worden en is overtuigd van de noodzaak van gelijke rechten en kansen. Deze positieve houding blijkt opvallend stabiel en nauwelijks te zijn veranderd na de aanslagen op 11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh in 2004. Bovendien wordt in alle bevolkingsgroepen, ook onder autochtonen, in ruime mate de verwachting gedeeld dat rassendiscriminatie in de toekomst zal toenemen. Die gedeelde zorg en het brede draagvlak voor gelijke behandeling biedt een sterk aanknopingspunt voor de bestrijding van rassendiscriminatie in de komende jaren.
Rassendiscriminatie op maatschappelijke terreinen
Rassendiscriminatie komt voor op essentiële maatschappelijke terreinen als arbeidsmarkt en onderwijs, en vormt daarmee een belemmering voor allochtonen om te kunnen integreren en volwaardig deel te nemen aan de samenleving.
Rassendiscriminatie is een van de oorzaken van de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Bijna een kwart van de werkgevers zegt desgevraagd bij voorkeur geen of helemaal geen allochtonen aan te nemen. Interetnische spanningen op de werkvloer leiden regelmatig tot discriminatie.
Ongeveer 11 procent van de scholieren en studenten zegt in het afgelopen jaar geconfronteerd te zijn met discriminatie op hun opleiding. Allochtone scholieren en studenten hebben daarnaast grote problemen om een stageplaats te vinden. Het is waarschijnlijk dat negatieve beeldvorming en discriminatie daarvan belangrijke oorzaken zijn.
Sommige scholen weigeren allochtone leerlingen op te nemen wanneer een bepaald quotum is bereikt. De bedoeling is om daarmee allochtone leerlingen over verschillende scholen te spreiden. Dit onderscheid op grond van ras is in strijd met de gelijkebehandelingswetgeving.
Het door de overheid sterk gereguleerde systeem van woningtoewijzing geeft verhuurders weinig mogelijkheden om potentiële huurders vanwege hun afkomst af te wijzen. Er zijn dan ook weinig klachten en meldingen over rassendiscriminatie bij de toewijzing van woningen. Er zijn wel aanwijzingen dat bepaalde gemeenten en corporaties een al dan niet verhuld spreidingsbeleid voeren. Etniciteit is daarbij een direct of een indirect criterium, waardoor er sprake is van rassendiscriminatie.
Een groot deel van de klachten bij antidiscriminatiebureaus betreft interetnische conflicten in de directe woonomgeving. Deze spanningen uiten zich soms in gewelddadige incidenten.
De keuze om mensen niet toe te laten bij horecagelegenheden, met name discotheken, wordt in sommige gevallen bepaald op basis van etniciteit, waarmee sprake is van discriminatie. Bij vormen van financiële dienstverlening bestaan aanwijzingen voor redlining: mensen uit wijken waar veel allochtonen wonen wordt op basis van hun afkomst een financiële dienst ontzegd.
Het komt nog regelmatig voor dat de politie weigert een aangifte van discriminatie op te nemen, terwijl het opnemen van zon aangifte verplicht is. Daarnaast verloopt de registratie van discriminatieklachten bij de politie gebrekkig.
Specifieke uitingen van rassendiscriminatie
Uit Discriminatie-ervaringen 2005 blijkt dat er jaarlijks sprake is van enkele duizenden gewelddadige racistische incidenten: zon 7 procent van de allochtone respondenten zegt daarmee geconfronteerd te zijn. Deze incidenten zijn echter lang niet allemaal terug te vinden in registraties bij de politie.
Er is sprake van confrontaties tussen allochtone jongeren en groepen die vaak met de term Lonsdalejongeren worden aangeduid. In de praktijk blijkt dat die confrontaties door beide kanten worden uitgelokt. Het beeld van die confrontaties is vertekend omdat de aandacht tot nog toe veelal eenzijdig uitgaat naar de Lonsdalers als daders.
Klachten en meldingsbereidheid
Het aantal klachten en meldingen over rassendiscriminatie dat bij antidiscriminatiebureaus en meldpunten terecht komt, is al enige jaren redelijk constant: rond de 2500 per jaar. Dit is een opmerkelijk laag aantal wanneer de cijfers uit Discriminatie-ervaringen 2005 in ogenschouw worden genomen. Daaruit blijkt dat 40 tot 50 procent van de Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen het afgelopen jaar een of meer malen geconfronteerd zegt te zijn met rassendiscriminatie.
Er is sprake van een zeer geringe bereidheid om gevallen van discriminatie te melden. Zon driekwart van de allochtonen die het afgelopen jaar met discriminatie geconfronteerd zegt te zijn, heeft dat bij geen enkele instantie gemeld. 4 procent heeft melding gedaan bij een antidiscriminatiebureau. 8 procent heeft melding gedaan bij de politie. De belangrijkste reden die gegeven wordt om discriminatie niet te melden is dat melden niet helpt.






