Persberichten / Internationale..
Vandaag wordt de 39e Internationale Antiracismedag gevierd. Het is een belangrijke dag. Overal in Nederland en overal ter wereld wordt gevierd dat alle mensen die op deze wereld leven, ongeacht ras of etnische afkomst, gelijk zijn en gelijke rechten zouden moeten hebben. Internationale Antiracismedag vindt zijn oorsprong in de jaren 60 van de vorige eeuw toen de Verenigde Naties stelling namen tegen racisme in het algemeen en in het bijzonder tegen de apartheid in Zuid-Afrika. In Zuid-Afrika is de apartheid inmiddels afgeschaft en racisme lijkt tegenwoordig veel minder heftig of wijdverbreid aanwezig dan toen. Maar wie denkt dat rassendiscriminatie niet of nauwelijks meer bestaat, komt bedrogen uit. Veertig jaar later is 21 maart, Internationale Antiracismedag, nog steeds belangrijk en zelfs belangrijker dan ooit.
Vandaag publiceert ENAR, het Europese netwerk tegen racisme waar ook het LBR deel van uitmaakt, een emotionele oproep waarin ze schetst hoe het er nu, in 2006, voor staat met racisme in Europa. In de verklaring verwijst ENAR naar de vooruitgang die de Europese Unie heeft geboekt op het gebied van wetgeving om discriminatie tegen te gaan. Maar tegelijk wijst ze erop dat het er in de praktijk minder positief uitziet dan deze wetgeving doet vermoeden.
Openlijk en direct herkenbaar racisme komt minder voor, dat is positief. Maar uit onderzoek van de organisaties waaruit het netwerk bestaat, blijkt dat discriminatie een veel diffusere, minder makkelijk herkenbare en dus ook moeilijker aantoonbare vorm heeft gekregen.
Ook in Nederland komt discriminatie op basis van huidskleur minder voor. Vrijwel niemand in Nederland twijfelt er nog aan dat dit niet mag. Andere vormen van rassendiscriminatie, zoals discriminatie op basis van etnische of nationale afkomst, worden echter moeilijker herkend als laakbaar gedrag.
Allerlei discussies, in het publiek en in de media maar ook in de Tweede Kamer, zijn gebaseerd op de misvatting dat dit soort vormen van rassendiscriminatie zouden zijn toegestaan. Zo zijn er voorstellen om Nederlanders van niet-westerse afkomst - dat wil zeggen: mensen met een Nederlands paspoort en dus: Nederlanders - alsnog te dwingen een inburgeringscursus te volgen. Bij deze voorstellen is sprake van het maken van onderscheid tussen Nederlanders. Maar het maken van dit onderscheid is in Nederland bij de wet verboden.
Ook problematisch is dat het hebben van een dubbele nationaliteit in het publieke en politieke debat steeds vaker als onwenselijk wordt beschouwd. Er zijn zelfs voorstellen om mensen met twee paspoorten onder bepaalde voorwaarden het Nederlandse paspoort af te nemen en Nederland uit te zetten.
Dit soort voorstellen kwalificeert Nederlanders van niet-westerse afkomst ondubbelzinnig als tweederangsburgers. Immers: enerzijds wordt er op gehamerd dat ze helemaal moeten kiezen voor de Nederlandse samenleving een dubbele nationaliteit is onwenselijk. En anderzijds wordt er onderscheid gemaakt tussen deze Nederlanders van niet-westerse afkomst en de overige Nederlanders. Je kunt dan wel helemaal voor de Nederlandse samenleving kiezen, zelfs na verstrekking van dat paspoort wordt die keuze nog in twijfel getrokken: oudkomers moeten alsnog inburgeren.
Het zijn opmerkelijke discussies: wat gelijk is wordt op wonderlijke wijze ongelijk gemaakt. Nederlanders zijn Nederlanders: zwart of wit; joods of katholiek; protestants, hindoe of ongelovig; man of vrouw; homo of hetero; gehandicapt of niet. Maar binnen deze groep, waartoe wij allen behoren, weten mensen steeds weer verschillen te vinden en start opnieuw de discussie of sommigen van ons niet toch tot een ander groepje Nederlanders zouden moeten behoren.
Het is schrijnend dat deze negatieve signalen ook en vooral afkomstig zijn van mensen met leidende of vertegenwoordigende posities in de overheid. Zij staan in dienst van de Nederlandse samenleving. Dat wil zeggen: zij staan in dienst van een van de belangrijkste principes waarop deze samenleving is gebouwd, artikel 1 van de Nederlandse Grondwet:
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Mooi van dit artikel is dat het zelfs mensen die illegaal in Nederland verblijven, beschermt tegen discriminatie. Niet minder belangrijk is dat het diegenen die bij wet Nederlander zijn, ertegen waarborgt dat zij op welke grond dan ook ongelijk zouden mogen worden behandeld. Nederlanders zijn Nederlanders. Wij zijn nooit hetzelfde maar dat maakt ons niet minder gelijk.
Discriminatie is tegenwoordig diffuser en minder makkelijk herkenbaar, maar heeft als triest gevolg dat een grote groep Nederlanders tot tweederangsburgers wordt gedegradeerd. Het blijft van belang om ondanks al onze verschillen steeds in het oog te houden dat wij gelijk zijn. Om dat nadrukkelijk onder de aandacht te brengen, is de viering van Internationale Antiracismedag belangrijker dan ooit.
Hubert Fermina, directeur Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie
21 maart 2006