Literatuurlijst : Gedragscodes
Dossier: Arbeid en wetgeving
Hieronder staat een literatuuroverzicht over gedragscodes en/of antidiscrimatiecode met name op de arbeidsmarkt. Al deze titels zijn te leen of ter inzage in de Art.1-mediatheek.
LEEN in de Art.1-mediatheek
Richtlijn gedragscode welzijnswerk
Balai, L. en R. du Long
Amsterdam: AbvaKabo FNV / CFO CNV-bond / VOG, 2000
Art.1-code: 203.00.04
Een handleiding hoe binnen organisaties in het welzijnswerk een gedragscode ontwikkeld kan worden. Elke fase wordt in een apart hoofdstuk omschreven en stap voor stap toegelicht. Het totale traject wordt eveneens weergegeven in het bijgevoegde stappenplan.
Een voorbeeldtekst van een gedragscode is in een losse bijlage toegevoegd.
Van must tot lust: Potentie gedragscodes nog te weinig benut
Bochhah, N.
Rotterdam: LBR, 2002
Art.1-code: 203.02.01
Brochure over antidiscriminatiecodes in Nederland. In het eerste deel een korte schets van de geschiedenis van antidiscriminatiecodes in Nederland. Tevens wordt aan de hand van onderzoeksgegevens een overzicht gegeven van de praktijk van gedragscodes. Het tweede deel behandelt de de totstandkoming van gedragscodes en de fases die daarbij kunnen worden onderscheiden. Er wordt aandacht besteed aan de implementatie en stil gestaan bij diverse wezenlijke onderdelen van de gedragscodes. In het laatste wordt een drietal codes besproken die zeer verschillend van elkaar zijn: de Glastuinbouwcode, de Modelgedragscode voor de Rijksoverheid en de Justitiecode.
De Justitiecode
Den Haag: Ministerie van Justitie, 2001
Art.1-code: 203.01.01
Deze Justitiecode is een algemene gedragscode voor alle medewerkers bij Justitie. De code geeft een aantal handvatten hoe integriteitsgevoelige situaties te herkennen. De code geeft ook raadgevingen hoe dan te handelen en welke normen en regels daarbij na te leven. Deze code is eerder een algemeen hulpmiddel dan een op maat gemaakte gedragscode.
De bedrijfscode: Aanleiding, inhoud, invoering en effectiviteit
Kaptein, M., H. Klamer en A. Wieringa
Den Haag / Rotterdam : St. NCW - Ethicon / St. Beroepsmoraal en misdaadpreventie, 2003
Art.1-code: 203.03.03
Inleiding in inhoud, belang, invoering en effeciviteit van bedrijfscodes. Met vele praktijkvoorbeelden en diverse handvatten om een code in te voeren en te verankeren in het bedrijf en hoe een code levend kan worden gehouden. In de hoofdstuken wordt ingegaan op de vragen:
-waarom een eigen code?
-wat houdt een code eigenlijk in?
-wat zijn de uitganspunten voor het opstellen en implementeren van de code?
-wat zijn de middelen om de code te verankeren?
-hoe effectief is de code?
De integere organisatie: Het nut van een bedrijfscode
Kaptein, S.P., H.K. Klamer en J.C.J. ter Linden
Den Haag / Amstelveen : Vereniging NCW / KPMG / Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing, 2000
Art.1-code: 203.00.03
Deze brochure is een handreiking aan organisaties die willen werken aan de bevordering van hun integriteit. Speciale aandacht wordt daarbij besteed aan het instrument van de bedrijfscode. Ingegaan wordt op de noodzaak en het nut van een bedrijfscode en de dilemma's bij het opstellen hiervan. Voorts wordt aangegeven hoe een dergelijke code te ontwikkelen, in te voeren en toe passen. Tot slot wordt verslag gedaan van een onderzoek naar bedrijfscodes van de honderd grootste bedrijven in Nederland.
Vooronderzoek gedragscodes
Koning, D.J. de
Den Haag: Companies Care, 2003
Art.1-code: 203.03.01
In dit beknopte onderzoek naar gedragscodes in Nederland wordt achtereenvolgens ingegaan op:
-geschiedenis, omschrijving en soorten gedragscodes
-ontwikkeling en implementatie van gedragscodes
-de organisatorische mechanismen voor handhaving gedragscodes
-aandachtspunten voor verbetering gedragscodes
-de juridische kaders gericht op non-discrimintaie
Model gedragscode rijksoverheid tegen rassendiscriminatie
Den Haag : Ministerie van Binnenlandse zaken, 2001
Art.1-code: 203.01.02
Presentatie van een model gedragscode tegen rassendiscriminatie bestemd voor de (rijks)overheid. Het eerste deel bevat de tekst van de modelcode: eenmaal zonder commentaar en eenmaal aangekleed met voorbeelden. Het tweede deel omvat het stappenplan hoe per departement de modelcode kan worden ingevoerd. In het derde deel achtergrondinformatie over rassendiscriminatie en gedragscodes. Het laatste deel is de bijlage met daarin het actieplan voor de Rijksoverheid en schema's en een aantal verdragen en wetten
Ongewenst gedrag: Een handleiding voor uw bedrijfsaanpak
Rijk, T. de
Amsterdam / Zeist: FNV / Kerkebosch, 2001
Art.1-code: 406.01.03
Handleiding voor de aanpak van ongewenst gedrag binnen arbeidsorganisaties. Ongewenst gedrag is vijandig, vernederend en intimiderend gedrag, dat steeds is gericht op dezelfde persoon. Daarbij kan het gaan om psychoterreur, seksuele intimidatie, fysiek geweld en racisme. In deze handleiding wordt de huidige stand van zaken beschreven en wordt er aangegeven wat er binnen een arbeidsorganisatie ontwikkeld kan en moet worden tegen ongewenst gedrag. Bevat vele voorbeelden uit de onderzoeks- en trainingspraktijk van de auteur.
Anti-discriminatiecodes: Een onderzoek naar de werking van gemeentelijke gedragscodes ter voorkoming en bestrijding van (rassen-)discriminatie op de werkvloer in Amsterdam en Rotterdam
Stevens, P.
Utrecht: Universiteit Utrecht - wetenschapswinkel Rechten, 2003
Art.1-code: 203.03.02
Doctoraalscriptie Staats- en Bestuursrecht, Universiteit van Utrecht.
Onderzoek naar de werking van de gedragscodes die de gemeenten Amsterdam en Rotterdam in de jaren 90 hebben aangenomen om discriminatie en ander ongewenst gedrag op hun werkvloer tegen te gaan. Gegevens zijn verzameld middels interviews met leidinggevenden, P&0-medewerkers en vertouwenspersonen. Eerst wordt aandacht besteed aan het fenomeen gedragscodes en aan de totstandkoming van de gedragscodes van beide gemeentes. Daarna wordt ingegaan op de werking van de gemeentelijke antidiscriminatiecodes en de toegankelijkheid van leidinggevenden of P&O-medewerkers als klachtenkanaal bij de effectuering van deze codes. Ook komt de toegankelijkheid van vertrouwenspersonen aan de orde. Geconludeerd wordt dat in het merendeel van de onderzochte gemeentelijke organisaties de gedagscodes niet blijken te werken.
Van papier naar praktijk: De werking van gedragscodes
Rotterdam: RADAR, 1999
Art.1-code: 203.99.03
Onderzoek naar de werking van gedragscodes ter voorkoming en bestrijding van rassendiscriminatie binnen gemeentelijke diensten en bedrijven en binnen deelgemeenten in Rotterdam. Na een bespreking van een model-gedragscode worden de gedragscodes besproken die van kracht zijn bij de deelgemeenten en bij de diensten en bedrijven. Vervolgens wordt de praktijk behandeld:
-hoe werkt de klachtmelding
-weten leidinggevenden of vertrouwenspersonen hoe te handelen
-is dit vastgelegd of wordt eigen inbreng verlangd
-wordt er regelmatig geëvalueerd
Afgesloten met conclusies en aanbevelingen.
Verantwoord gedrag op de werkvloer : Het effectief implementeren van bedrijfscodes en ethische programma's
Verkerk, M.J. en F.M.L. Leerssen
Assen: Koninklijke Van Gorcum, 2005
Art.1-code: 203.05.01
De auteurs analyseren de verschillende problemen die bij het implementeren van gedragscodes en ethische programmas in bedrijven kunnen optreden. Ook wordt antwoord gegeven op de vraag welke organisatiestructuur en stijl van leidinggeven nodig zijn om te komen tot verantwoord gedrag op de werkvloer. Ter illustratie wordt de implementatie van een gedragscode in een technische organisatie beschreven. De sleutel tot verantwoord gedrag blijkt gelegen te zijn in participatieve processen en structuren. Er bestaat een complexe dynamiek tussen de participatie van medewerkers, het vertrouwen dat medewerkers en management in elkaar hebben en de effectiviteit van een gedragscode of ethisch programma. Met behulp van de literatuur over dit onderwerp en gesteund door bevindingen uit de praktijk wordt een strategie geformuleerd om te komen tot een optimale implementatie van gedragscodes en ethische programmas.






