Eerste kamer neemt wet inburgering buitenland (29700) aan
door Joost van der Vlist - 24.01.2006
Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen
Op 20 december 2005 is in de eerste kamer het wetsvoorstel (29700) inburgering in het buitenland aangenomen. Dit ondanks alle juridische bezwaren die tegen het wetsvoorstel geuit zijn. Ook het LBR (nu Art.1) had een juridische analyse van dit wetsvoorstel gemaakt en concludeerde dat het wetsvoorstel in strijd was met internationale verdragen.
In het wetsvoorstel wordt onderscheid gemaakt naar nationaliteit: mensen uit bepaalde landen worden vrijgesteld van het mvv-vereiste en daarmee van inburgering in het buitenland. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt aangegeven welke landen dit zijn en waarom hun onderdanen vrijgesteld worden. 1 Het gaat om onderdanen van een beperkt aantal ontwikkelde westers(-georiënteerd)e derde landen als Australië, Canada, Japan, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten en Zwitserland.
Het specifieke onderscheid tussen nationaliteiten dat in dit wetsvoorstel wordt gemaakt is echter in strijd met het discriminatieverbod uit het Internationale Verdrag Inzake Uitbanning van Rassendiscriminatie en met het gelijkheidsbeginsel dat voortkomt uit het Internationaal Verdrag Inzake Burgerlijke en Politieke Rechten. 2
In de Eerste Kamer hebben uiteindelijk alleen de oppositiepartijen GroenLinks en SP hun sterke bedenkingen tegen de wet inburgering in het buitenland laten uitmonden in een tegenstem. Zij vrezen dat de wet een dam opwerpt tegen vooral de komst van minder geletterde vluchtelingen. De PvdA-fractie stemde voor, nadat duidelijk was geworden dat de Tweede Kamer binnenkort het laatste woord heeft over het wel of niet uitvoerbaar zijn van de wet. We hebben bezwaren tegen de uitvoering, niet tegen het principe, verklaarde fractievoorzitter Noten de voorstem van de PvdA. Opvallend is wel dat de PvdA in de tweede kamer nog een motie tegen het wetsvoorstel had ingediend omdat het discriminatoire aspecten bevatte. Ondanks het feit dat de motie van de PvdA afgewezen werd en het wetsvoorstel onveranderd ingediend werd, is dit geen aanleiding geweest om tegen het wetsvoorstel te stemmen. De angst om electoraal afgerekend te worden vanwege een te kritische houding ten aanzien van immigratiebeperkende maatregelen zit er blijkbaar goed in.
Het LBR (nu Art.1) zal de ontwikkelingen met betrekking tot deze wetgeving blijven volgen en alles blijven doen om de juridische en praktische onvolkomenheden met betrekking tot inburgering in het buitenland onder de aandacht te brengen.
1 Tweede Kamer, vergaderjaar 2003-2004 29 700 nr. 3, blz. 19Nota
2 General recommendation 30 number 7, CERD 64th session 23 February 12 march 2004 en The concept of discrimination in the international convention on the elimination of all forms of racial discrimination. Das Verbot etnisch-kultureller diskriminierung. Walter Kälin, Basel 1999, blz. 13 en 14; en Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Inburgeringseisen als voorwaarde voor verblijf in Nederland, blz. 3






