Madurodam, Maoris en Mediation
Klachten en conflicten in het onderwijs
01.07.2003
Dossier: Onderwijs
In het onderwijs is er steeds vaker sprake van conflictbemiddeling. Leerlingen lossen hun problemen zelf op, zonder dat schoolleiding of justitie er aan te pas komen. Dat is deels het gevolg van de explosieve groei van het aantal klachten, sinds de invoering van een nieuwe wet in 1998. Het is ook een trend, overgewaaid uit de Verenigde Staten, eentje die succesvol lijkt. Maar tot hoever kan conflictbemiddeling, of mediation gaan?
Scholen zijn als Madurodam alle grote maatschappelijke problemen vind je er in terug, meestal op kleine schaal. Soms worden ze uitvergoot: zo maakte het Algemeen Dagblad op 21 mei melding van de escalatie van extreem-rechtse sympathieën en gedrag op VMBO-scholen in middelgrote steden. Er zou sprake zijn van escalatie tussen groepen autochtone jongeren enerzijds en allochtone, vaak Marokkaanse jongeren anderzijds. Hoewel de autochtonen niet gemotiveerd zijn door een politieke agenda en lid van een beweging, zijn ze prominent aanwezig: ze voelen zich geprovoceerd. Hun doelwit zijn allochtone jongeren die een identiteit zoeken, ingeklemd tussen het nieuwe vaderland dat ze ongastvrij vinden en een onbereikbare en een op de keper beschouwd even onherbergzame Heimat.
Veilige school
Niet alleen maatschappelijke problemen, ook maatschappelijke oplossingen vinden hun weg naar het onderwijs. Al in 1995 heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een campagne gelanceerd om de sociale veiligheid op scholen te vergoten. In 2000 werd deze overgedragen aan het Transferpunt Jongeren, School en Veiligheid. Uitgangspunt van deze campagne is dat leerlingen èn docenten zich thuis moeten kunnen voelen op een veilige school. Leerlingen op een sociaal veilige school pesten niet, en dragen vanzelfsprekend geen wapens bij zich. De school tolereert geen discriminatie en seksuele intimidatie. De school heeft een vertrouwenspersoon, er zijn een klachtenregeling en een leerlingenstatuut. Veel scholen hebben een pestprotocol opgesteld. Ook werken scholen samen met politie, justitie en jeugdzorg. De school gaat niet alleen sociaal onveilig gedrag tegen, maar voorkomt dat gedrag ook door een actieve, positieve stimulering van sociaal gedrag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het invoeren van gedragsregels waar leerlingen, ouders, schoolleiders en leraren het over eens zijn geworden, en aan onderwijs dat is afgestemd op de wensen en mogelijkheden van individuele leerlingen. Hierdoor ontstaat een veilig klimaat waarbinnen de school problemen al in een vroeg stadium onderkent en er op reageert. Het veiligheidsbeleid van een school is niet alleen bedoeld om leerlingen een veilige plek te bieden. Leraren en ander personeel hebben ook recht op een veilige omgeving.
Vooral van de klachtenregeling wordt veel gebruik gemaakt. Steeds meer ouders en scholieren formuleren klachten en laten deze via min of meer juridische weg behandelen. De meeste klachten hebben te maken met onenigheid over de prestaties van leerlingen (in zogenoemde bevorderingsbeslissingen), de straffen die scholen opleggen en de vermeend onheuze handelwijze van leerkrachten. Een minderheid van de klachten gaat over seksuele en andere vormen van intimidatie.
Sinds 1998 is een kwaliteitswet voor het onderwijs van kracht. Onderdeel daarvan is een klachtenregeling die voorziet in klachtencommissies, nu dus ook voorzien van een wettelijke basis. Het in de wet vastgelegde klachtrecht houdt in dat ouders en leerlingen klachten kunnen indienen over gedragingen en beslissingen of het nalaten daarvan van het schoolbestuur en het personeel van de school.
De praktijk
In de praktijk blijken deze commissies tamelijk zware instrumenten te zijn, met lange procedures. En klacht bij een klachtencommissie indienen werkt vooral escalerend, zeggen betrokken docenten in het blad van de Algemene Onderwijsbond (22/IX/2001). Vandaar dat de roep om bemiddeling bij conflicten steeds groter wordt. Niet alleen kunnen de klachtencommissies zich dan concentreren op de grote zaken waar betrokkenen echt niet uitkomen, en kan het gros van de conflicten binnen de school opgelost worden; bovendien lijkt een de-juridisering op lange termijn het schoolklimaat ten goede te komen. Dat neemt niet weg dat bemiddeling lang niet altijd mogelijk is, zoals bijvoorbeeld in gevallen van seksuele intimidatie of ernstige racistische pesterijen soms is het onvermijdelijk dat het conflict door de openbaar aanklager voor de rechter gebracht wordt.
Maar ook het straffen heeft nadelen. Als het conflict niet tussen school en leerling gaat, maar er sprake is van ruzie of wangedrag, was de praktijk meestal dat school of leraar op een gegeven moment een straf oplegt. In NRC Handelsblad wordt hierover een docent aangehaald (25/V/2003): Wat weten wij als volwassenen nu over een ruzie tussen hartsvriendinnen? We denken te vaak doe niet zo stom allebei, jij strafwerk, jij nablijven. Maar daarmee los je het probleem inderdaad niet op. Ook op dit terrein heeft bemiddeling een grote vlucht genomen.
Mediation
De meest gebruikte vorm van bemiddeling heeft mediation en niet alleen in het onderwijs. Inmiddels zijn er in Nederland ca. 4000 mediators actief, waarvan een kleine 100 in onderwijs gespecialiseerd. Daar is naast reguliere bemiddeling door een mediator het fenomeen peer-mediation in zwang: leerlingen worden door een klas verkozen waarna ze een korte, intensieve training bij een mediator volgen om daarna als conflictbemiddelaar op te treden. Op de Rotterdamse VMBO Gijsbert Karel van Hogendorp blijkt dat de bemiddeling bijna altijd een succes is. Hun belangrijkste vaardigheden: luisteren, doorvragen, samenvatten, koel blijven, geen partij kiezen, en durven ingrijpen als het toch verhit wordt. Meestal zijn er bij een bemiddeling twee mediators, naast de twee betrokkenen. Vertrouwelijkheid is de sleutel tot het oplossen van het conflict, en in de praktijk meestal het wederzijds erkennen van de problemen en een oplossing afspreken waar beide partijen belang bij hebben.
In Den Haag, aan het zwarte Thomas Moore Overvoorde College is een bijzondere variant in gebruik: daar worden doorgaans ook familieleden en vrienden bij de oplossing van conflicten betrokken in een gespreksstijl die aan de Maori's ontleend is. In de Haagse Courant is directeur Roel van Pagee zeer uitgesproken over de conflicten op zijn school: 'Straf geven is afstand nemen van het kind. Een kind verandert niet door straf. Nou ja, een beetje misschien. Stimuleer het door het zelf naar een oplossing te laten zoeken. Niets is vormender' (2/IV/2003).
Na een conflict wordt een conferentie georganiseerd waar 'dader' en 'slachtoffer' met elkaar geconfronteerd worden, in cirkelopstelling. Familie en medestanders zijn aanwezig, de mediators houden zich zo veel mogelijk op de achtergrond. Drie eenvoudige vragen staan centraal: wat is er gebeurd? Wie is er mee benadeeld? Hoe kan het weer goedgemaakt worden? Volgens Van Pagee is de aanwezigheid van het sociale netwerk van groot belang, omdat zo de basis van gemeenschapsgevoel wordt gekweekt, en begrip voor elkaars positie. Als de ouders van de dader zich publiekelijk schamen en de familie van de benadeelde toont begrip, is een belangrijkste bouwsteen gelegd voor een onderlinge, duurzame oplossing. Volgens de schoolleiding is het aantal conflicten op hun school in de twee jaar dat er conferentie georganiseerd worden aanzienlijk afgenomen - evenals het aantal conferenties.
Discriminatie
Een voorzichtige balans van deze nieuwe ontwikkelingen leert dat het zinnig en effectief is om nieuwe, niet-juridische en kleinschalige oplossingen te zoeken voor de problemen van het samenleven op scholen. Wanneer leerlingen een conflict zelf oplossen is die oplossing doorgaans leerzamer en houdbaarder, dan wanneer deze door een anoniem systeem wordt opgelegd. Dit geldt des te sterker als betrokkenen van een verschillende culturele achtergond zijn, en juist die achtergrond een ingrediënt van het conflict kan worden. Mediation en mediation-achtige strategiëen kunnen escalatie van doodgewone ruzies richting racistische incidenten in een vroeg stadium voorkomen.
Maar dat neemt niet weg dat wanneer er sprake is van systematische institutionele discriminatie of strafbare vormen van racisme, mediation geen oplossing biedt. Het is als prevatie een goed middel, maar voor het bestrijden van rassendiscriminatie biedt het strafrecht nog steeds de beste bescherming. Ook in het onderwijs.






