mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Moet Vrouwe Justitia blind..

Culture made me do it

Moet Vrouwe Justitia blind zijn voor de cultuur?

door Carolina de Fey - 03.10.2004

Dossier: Politie en justitie

Tags: criminaliteit, multiculturele samenleving, rechtspraak, strafrecht

Voormalig politiecommissaris Wiarda zei onlangs dat allochtonen soms strenger gestraft zouden moeten worden dan autochtonen. Een andere culturele achtergrond zou een andere straf vereisen. Is dat nodig en hoe zit het met het recht op gelijke behandeling? Carolina de Fey brengt de discussie in kaart.

Voormalig politiecommissaris Wiarda zei in juni 2003 dat allochtonen soms strenger gestraft zouden moeten worden dan autochtonen. Een andere culturele achtergrond zou een andere straf vereisen. Is dat nodig en hoe zit het met het recht op gelijke behandeling? Carolina de Fey brengt de discussie in kaart.

Een werknemer van een hotel die op grond van zijn sikh-godsdienst onder z’n kleding een kirpan, een religieus zwaardje, draagt, iets dat door collega’s als bedreigend wordt ervaren. Een 17-jarige jongen van Koerdisch-Turkse afkomst die in een schietincident vijf mensen verwondt – vermoedelijk een poging om de naam van zijn familie te zuiveren. Een Surinaamse man die zijn zoon van zeven vermoordt en twee andere kinderen verwondt, en zegt dat boze geesten hem hiertoe hebben aangezet. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van een groeiend aantal cultuur- en religiegerelateerde voorvallen waarmee het rechtssysteem geconfronteerd wordt.
In een samenleving die door immigratie etnische en culturele diversiteit kent, vinden regelmatig confrontaties plaats met elementen van andere culturen die als ‘vreemd’ of ‘anders’ worden ervaren.
De laatste tijd wordt nogal eens de vraag gesteld of en in hoeverre in de Nederlandse rechtspraak rekening gehouden dient te worden met de culturele context van misdaden en de etnische achtergrond van daders. Kan een bepaalde culturele achtergrond een verzachtende of juist strafverzwarende omstandigheid zijn? Of moet Vrouwe Justitia blind zijn voor de culturele achtergrond van daders?

Rechtsuniversalisme en rechtspluralisme
Het is een discussie die al tientallen jaren gevoerd wordt en waarin de meningen uiteen lopen. Twee uitersten zijn het rechtsuniversalisme en het rechtspluralisme. In de eerste visie bestaat geen ruimte voor culturele verschillen. Wie Nederland binnentreedt heeft zich te conformeren aan de Nederlandse wet en allochtone daders worden niet anders aangepakt dan autochtone daders. In de pluralistische visie bestaan verschillende rechtsregels voor verschillende gemeenschappen. Meerdere rechtsstelsels kunnen naast elkaar bestaan en worden als gelijkwaardig beschouwd. Dit vergt duidelijkheid over wie onder welk rechtsstelsel valt en op basis waarvan dat wordt bepaald.
Tussen deze twee uitersten bestaan meningen zoals die van bijvoorbeeld voormalig politiecommissaris Wiarda. Deze gaf tijdens zijn afscheidsrede bij het korps Haaglanden aan dat allochtonen soms strenger gestraft zouden moeten worden dan wetsovertreders van Nederlandse afkomst. Een andere opvatting over normen zou volgens hem vragen om een andere straf.
Minister Donner reageerde hierop met de uitspraak dat indien een straf voor beide groepen eenzelfde effect ressorteert, dezelfde straf gegeven dient te worden. ‘Alleen als er een aanpak is die bij Nederlanders wel werkt maar bij een ander niet’ vindt de minister dat in het algemeen belang gedaan moet worden wat wél helpt. Sommigen vragen zich af of cultuurgerelateerde misdaden als eerwraak en vrouwenbesnijdenis niet zelfstandig strafbaar gesteld moeten worden in het wetboek van strafrecht. Minister Donner acht de huidige bepalingen in het wetboek van strafrecht toereikend voor vervolging van deze delicten , net als zijn voorganger Korthals .

Strafuitsluitingsgrond
Op grond van het Internationaal Verdrag ter bescherming van Burger en Politieke rechten kan een beroep op een culturele achtergrond niet zonder meer buiten beschouwing gelaten worden. In artikel 27 van het verdrag staat dat etnische groepen een beroep kunnen doen op bijzondere behandeling vanwege het recht op eigen cultuurbeleving.
Het wetboek van strafrecht kent echter geen bepalingen die cultuurgerelateerde delicten zelfstandig strafbaar stelt. Cultuur is ook geen zelfstandige strafuitsluitingsgrond.

In het Nederlandse rechtssysteem heeft de rechter andere mogelijkheden om rekening te houden met de culturele achtergrond en de etniciteit van verdachten. Zo kan de rechter de persoonlijke omstandigheden van de individuele verdachte in overweging nemen. Ook kan het culturele aspect worden meegenomen bij de reeds bestaande strafuitsluitingsgronden als noodweer (exces), psychische overmacht en ontoerekeningsvatbaarheid.
In de meeste gevallen waarin de culturele achtergrond wordt meegenomen, wordt een beroep gedaan op psychische overmacht. De dader zou dan hebben gehandeld uit psychische overmacht die het gevolg was van sociale druk van zijn directe omgeving. Dit beroep wordt echter zelden gehonoreerd, omdat mensen worden geacht deze druk te kunnen weerstaan en de hier geldende rechtsnormen te laten prevaleren.

‘Cultural defence’
In landen als Australië, Canada en de Verenigde Staten gaat men er vanuit dat een beroep op een strafuitsluitingsgrond geen recht doet aan de werkelijkheid. Niet door overmacht of ontoerekeningsvatbaarheid, maar door de culturele achtergrond zou geen andere keuze tot handelen hebben opengestaan. Deze landen kennen dan ook het in de wet neergelegde ‘cultural defence’. Het culturele verweer staat open voor verdachten die recentelijk afkomstig zijn uit een ander land en zich de wetgeving daardoor nog niet ‘eigen’ hebben kunnen maken.
Een dergelijk verweer kent in Nederland niet veel voorstanders. Er kan dan wel niet aan de etnische diversiteit van verdachten voorbij worden gegaan, maar het definiëren van een cultureel element is niet eenvoudig en bovendien gevoelig voor manipulatie. Het risico bestaat dat ‘cultuur’ als gelegenheidsargument wordt gebruikt.
Het voeren van een ‘Culture made me do it’ verweer kan bovendien een bestendiging inhouden van het botsende normen- en waardepatroon, waardoor geen conformering aan de dominante normen en waarden ontstaat. Het zou door een etnische groep als legitimering van de gedraging kunnen worden gezien en een toename van de gedraging tot gevolg kunnen hebben. Tevens brengt het de rechtsongelijkheid in gevaar. Immers, voor etnische minderheden zou een ander recht gelden dan voor autochtone Nederlanders voor hetzelfde vergrijp.

Gelijkheidsbeginsel en verbod van discriminatie
Bij de vraag of de rechter rekening moet houden met de culturele achtergrond van verdachten dient het gelijkheidsbeginsel niet uit het oog verloren te worden. Artikel 1 van de Grondwet stelt dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld. De vraag is vervolgens wanneer gevallen als gelijk beschouwd kunnen worden. Kan cultuur een reden zijn om gevallen juist als ongelijk te beschouwen? Het handelen heeft immers plaatsgevonden vanuit een ander referentiekader, zijnde de cultuur van de betrokkene.
Wat moet eigenlijk onder cultuur worden verstaan? Een belangrijke vraag, want het risico bestaat dat een beroep op cultuur als gelegenheidsargument wordt gebruikt. Een rechter zal zich bij een beroep op cultuur dan ook steeds moeten afvragen in hoeverre het delict door de cultuur ingegeven is.
In de praktijk houdt de rechter doorgaans formeel vast aan het gelijkheidsbeginsel door gevallen als gelijk te beschouwen. Het gelijkheidsbeginsel is nu eenmaal een van de fundamenten van onze rechtstaat. Een afweging of verschillende culturele achtergronden als ongelijke gevallen moeten worden beschouwd, dient daarom niet licht opgevat te worden.
Daarbij komt dat rekening gehouden moet worden met net discriminatieverbod in artikel 1 van de Grondwet. Discriminatie op grond van (onder meer) ras is niet toegestaan. Dit betekent dat de afkomst van verdachten geen relevant verschil mag uitmaken op grond waarvan verdachten anders kunnen worden behandeld dan anderen. Dat is rechtens ontoelaatbaar en bovendien maatschappelijk onwenselijk. Het moet niet zo zijn dat mensen op grond van hun afkomst van te voren verzekerd zijn van een lichtere of zwaardere straf.
Men kan zich ook afvragen of de afkomst van een verdachte er überhaupt toe doet. Iedereen wordt immers geacht de wet te kennen. Is niet ieder motief voor moord of mishandeling, of het nu eer, wraak of anderszins is, verwerpelijk? Het betreft gruweldaden die met reden strafbaar zijn gesteld. Het in het algemeen meten met twee maten op grond van afkomst doet afbreuk aan de rechtsgelijkheid en de normatieve afwijzing van de gedraging. Het zou niet alleen een tweedeling betekenen in de rechtspraak, maar ook in de samenleving als geheel. Een dergelijke tweedeling zou een wij/zij-gevoel met zich meebrengen, iets dat de integratie geen goed zou doen. Juist van het strafrecht moet helderheid verwacht kunnen worden over wat wel en niet toelaatbaar is in een samenleving waarvan zowel ‘wij’ als ‘zij’ deel uitmaken.

Moet Vrouwe Justitia geheel blind zijn voor cultuur?
Dit betekent echter niet dat Vrouwe Justitia geheel blind moet zijn voor cultuur en de etnische achtergrond van verdachten. De rechter kan rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waarmee ook recht kan worden gedaan aan de, eventueel cultuurspecifieke, omstandigheden van de zaak. Dit geldt voor iedere verdachte, ongeacht afkomst of culturele achtergrond. De mogelijk relevante factoren die een strafrechter moet meewegen in zijn oordeel en bij het bepalen van de strafmaat zijn daarmee in de eerste plaats afhankelijk van het individu, en niet van diens etniciteit of veronderstelde culturele achtergrond.
De etnische en culturele diversiteit van de Nederlandse samenleving maakt het wel noodzakelijk dat de rechtsprekende macht, uitvoerende instanties en hulpverleners inzicht krijgen in de culturele en etnische achtergronden van de mensen waarmee zij te maken krijgen.

Mr. C.C. de Fey is juridisch beleidsadviseur bij Art.1

Gerelateerde artikelen

  • Criminaliteit in en om asielzoekerscentra

    20.10.2002 - Het gevaar van een asielzoekerscentrum voor zijn omgeving wordt vaak overschat. De werkelijkheid achter de cijfers blijkt minder..
  • Conferentie Gezamenlijke Aanpak Discriminatie 2007

    30.06.2007 - Op 7 juni 2007 vond in het Museum voor Communicatie in Den Haag de eerste conferentie Gezamenlijke Aanpak Discriminatie plaats...
  • Dat mag ook wel eens worden gezegd

    01.09.2002 - Dat politieke correctheid voor velen tot het verleden behoort is inmiddels een gegeven. Alles mag gezegd worden, en in dat licht..
  • Politie

    Indien iemand zich gediscrimineerd voelt, kan aangifte worden gedaan bij de politie. .. Indien iemand zich gediscrimineerd voelt, kan aangifte worden gedaan bij de..

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: