mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Het huidige..

Het huidige integratiebeleid is oneerlijk en contraproductief

De regering zou minder negatieve signalen moeten afgeven
door Igor Boog - 01.10.2004

Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen

Tags: antidiscriminatiebeleid, discriminatie ras, inburgering, minderhedenbeleid

De huidige regering heeft te weinig aandacht voor de contraproductieve neveneffecten en de uitvoerbaarheid van haar integratiebeleid. Maar als voorzitter van de Europese Unie zou Nederland een grote bijdrage kunnen leveren aan de discriminatiebestrijding, door duidelijkheid te krijgen over het moment waarop Turkije tot de EU kan toetreden. Deze uitspraken zijn afkomstig van Kees Groenendijk, hoogleraar rechtssociologie aan de universiteit Nijmegen. Vanwege zijn verdiensten op het gebied van vreemdelingen- en migratierecht ontving Groenendijk onlangs een koninklijke onderscheiding. Zebra Magazine sprak met hem.

In de Tweede Kamer is veel steun voor het integratiebeleid van de huidige regering. Hoe denkt u over dit beleid?

“De problemen worden teveel instrumenteel bekeken. Men lijkt te denken dat je door een knop om te zetten de samenleving ineens kunt veranderen. Er is een sterke overschatting van wat je met wetten kunt bereiken, en te weinig aandacht voor de neveneffecten van nieuwe wet- en regelgeving. Daarnaast vinden veel overheidsfunctionarissen het nodig om alles wat ze denken ook uit te spreken. Kennelijk wordt het niet belangrijk gevonden wat de consequenties van uitspraken en beleid zijn voor immigranten zelf.
“De mogelijkheden van de overheid om integratie van immigranten te bevorderen zijn zeer beperkt: tot die mogelijkheden behoren met name het zorgen voor goed taalonderwijs en het tegengaan van uitsluiting. Integratie gebeurt vooral in bedrijven, op scholen, in buurten en verenigingen. De overheid kan integratie echter sterk belemmeren door het uitzenden van verkeerde signalen, zoals het benadrukken van verschillen tussen groepen mensen. En dat doet de huidige regering.”

Welke verkeerde signalen worden er dan volgens u door de overheid uitgezonden?

“Voorbeelden zijn de voormalige minister Nawijn die als oplossing voor het probleem van lastige Marokkaanse jongens suggereerde ze hun Nederlandse nationaliteit af te nemen en naar Marokko uit te zetten. Een ander voorbeeld: het Tweede Kamerlid Azough vroeg onlangs hoe het met het gelijkheidbeginsel in onze Grondwet valt te rijmen dat zij straks onder het oudkomersbeleid valt, alleen omdat ze in Marokko is geboren. Minister Verdonk antwoordde dat ongelijke gevallen nu eenmaal ongelijk mogen worden behandeld. De minister bestempelde daarmee het kamerlid als ‘een ongelijk geval’. Geen van de kamerleden verzette zich tegen deze diskwalificatie van hun collega.
“Men heeft het over integratie, terwijl men in feite selectie en uitsluiting bedoelt. Dat is oneerlijk. De indruk wordt gewekt dat het gaat om inburgering, maar het beleid is er op gericht om het moeilijker te maken om Nederland binnen te komen, een permanente verblijfsvergunning te krijgen of Nederlander te worden. Het beleid is ook oneerlijk omdat men enerzijds zegt dat immigranten helemaal voor de Nederlandse samenleving moeten kiezen – een dubbele nationaliteit is uit den boze – terwijl men aan de andere kant op basis van afkomst onderscheid maakt tussen mensen, ook tussen mensen die de Nederlandse nationaliteit hebben.” (Zie ook het artikel ‘Nieuw inburgeringsstelsel in strijd met verbod op discriminatie’ elders in dit blad – red.)
“Mensen die al jaren geleden hebben gekozen om Nederlander te worden en mensen die als Nederlander zijn geboren, krijgen, als ze buiten de EU zijn geboren, straks een brief thuis met de oproep naar het gemeentehuis te komen om te laten zien dat ze zijn ingeburgerd. Daarmee wordt hun keuze voor de Nederlandse nationaliteit jaren later door de overheid alsnog in twijfel getrokken. Een geboorteplaats buiten de EU betekent dat de betrokkene meestal niet van Nederlandse herkomst is. In feite gaat de overheid mensen op grond van hun herkomst anders behandelen. Als gevolg van die discriminatie zullen veel van deze Nederlanders zich als tweederangs burgers behandeld voelen.

Maar waarom is dit slecht voor de integratie?

“Deze signalen werken contraproductief. De overheid lijkt te denken dat integratie alleen een cognitief proces is – dat het alleen maar gaat om taalkennis en het verzamelen van weetjes over de Nederlandse samenleving. Men veronachtzaamt dat integratie ook een gevoelskwestie is – aan beide kanten.
“Wanneer je negatieve signalen uitzendt over immigranten, dan zullen autochtonen denken dat er een probleem is met de immigranten zelf. De indruk ontstaat dat de immigranten niet willen integreren, terwijl het vaak een kwestie is van niet kunnen omdat de mogelijkheden er niet altijd zijn.”

Niet kunnen? Maar er zijn toch inburgerings- en taalcursussen?

“De in de afgelopen tien jaar opgebouwde infrastructuur die dient om integratie te bevorderen, wordt als gevolg van het huidige beleid afgebroken, terwijl het onduidelijk is wat daarvoor in de plaats komt. Men roept dat de markt zal voorzien in de inburgeringscursussen, maar het is nog maar de vraag of dit vertrouwen in de markt niet meer problemen creëert dan er al zijn.
“De problemen die er al zijn illustreren het vaak ‘niet kunnen’. Zo zijn veel cursussen niet aangepast aan het sterk uiteenlopende opleidingsniveau binnen de doelgroep, zijn er wachtlijsten, worden de cursussen vaak alleen overdag gegeven zodat werkende immigranten niet kunnen deelnemen, en is er geen goede kinderopvang zodat immigranten met kinderen in de knel komen. De plannen van de regering maken niet duidelijk hoe deze problemen worden aangepakt. Bovendien wordt een groep met een overwegend laag inkomen met een schuldsituatie opgezadeld. Men wil immigranten bij de gemeentelijke kredietbanken laten lenen om zo een koopkrachtige vraag te scheppen en hoopt dat er dan vanzelf een passend aanbod aan cursussen ontstaat.
“Natuurlijk zijn er altijd immigranten die niet willen integreren. Veel Amerikanen en Japanners hebben hier hun eigen scholen en clubs. Maar de groep onwilligen is klein. Bij een deel van die kleine groep kunnen de voorgestelde negatieve sancties – de boete voor het niet slagen voor de inburgeringstoets of het weigeren van de permanente verblijfsvergunning – misschien werken. Het beleid wordt nu in feite op die kleine groep afgestemd. Dat heeft een enorme bureaucratische rompslomp tot gevolg, want het is vaak niet eenvoudig om vast te stellen dat je met een onwillige te maken hebt. Om die reden hebben gemeenten de afgelopen jaren weinig van de al bestaande boetes gebruikt gemaakt. Die reden verdwijnt niet door invoering van marktwerking of een nieuw soort boetes.
“Op dit moment worden de budgetten die de gemeenten krijgen voor inburgeringscursussen afgebouwd. Daarmee wordt de knowhow afgebroken die de afgelopen jaren op dit gebied bij de Regionale Opleidingscentra is opgebouwd. Minister Verdonk had tijdens het debat over haar beleid in de Tweede Kamer in juni geen antwoord op belangrijke vragen over deze praktische problemen. Dat illustreert dat de uitvoerbaarheid van het integratiebeleid de regering eigenlijk niet interesseert. Selectie en uitsluiting is het doel, niet integratie en inburgering. Dat wordt tot op zekere hoogte ook door de minister erkend: ze zegt in de toelichting op het voorstel voor de Wet Inburgering in het Buitenland dat ‘het nieuwe inburgeringsvereiste als selectiemechanisme ook een immigratiebeperkend effect’ heeft.”

Wat zou Nederland als huidige voorzitter van de Europese Unie kunnen bereiken op het gebied van discriminatiebestrijding?

“Als Nederland er als EU-voorzitter in slaagt om duidelijkheid te krijgen over het moment waarop Turkije tot de Europese Unie kan toetreden, dan zou dat verreweg de grootste bijdrage aan de discriminatiebestrijding in Europa zijn die Nederland kan leveren. Alle andere plannen en maatregelen, zoals een handboek integratie, gedragscodes of uitwisseling van best practices, vallen daarbij in het niet. Binnen de EU vormen de 2,5 miljoen burgers van Turkije de grootste groep immigranten van buiten de EU. Als Turkije wordt toegelaten tot de EU wordt de basis voor ongelijke behandeling van deze groep weggenomen.
“Op dit moment wordt het anderszijn van Turken in Europa nog benadrukt. Maar als wordt vastgesteld wanneer Turkije lid zal worden, onderstrepen de Europese regeringen – in uitspraken en beleid – dat de Turkse immigranten erbij horen. Dat zal waarschijnlijk ook ‘op straat’ grote effecten hebben. Als men weet dat ‘de Turken erbij horen’, zullen de verschillen minder worden benadrukt en zullen de ongegronde angsten op den duur verdwijnen. Zo is het met de migranten uit Italië, Griekenland, Spanje en Polen gegaan. Ik neem niet aan dat het met migranten uit Turkije anders zal zijn.”

Drs. I. Boog is redacteur van Zebra Magazine.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires

Art.1 is onder meer verbonden aan: