Europese samenwerking werpt vruchten af
door Leyla Hamidi - 02.11.2005
Dossiers: Art.1 en discriminatiebestrijding, Europa en mensenrechten
Europa speelt een steeds grotere rol bij de bestrijding van (rassen)discriminatie en het bevorderen van gelijke behandeling. Niet-gouvernementele organisaties (NGOs) in Europa weten elkaar steeds beter te vinden in transnationale samenwerkingsprojecten, daarbij financieel ondersteund door subsidies en actieprogrammas van de Europese Commissie.
Nederland wordt in het buitenland terecht gezien als een land met jarenlange professionele ervaring en met een degelijke wetgeving en infrastructuur op het terrein van de bestrijding van (rassen)discriminatie. Een infrastructuur die alle lidstaten van de EU nu op grond van Europese wetgeving verplicht zijn te ontwikkelen. Het ligt voor de hand dat met name vanuit de nieuwe EU lidstaten veel belangstelling bestaat voor de wijze waarop de Nederlandse infrastructuur functioneert.
Het LBR (nu Art.1) werkt samen met diverse Europese instellingen en is betrokken bij een aantal Europese projecten en samenwerkingsverbanden. Niet alleen belangrijk voor de uitwisseling van ervaring en goede praktijkvoorbeelden en het gebruik maken van Europese subsidiemogelijkheden bij een terugtredende nationale overheid, maar ook vanwege het feit dat de Europese eenwording op terreinen als wet- en regelgeving, migratie- en integratiebeleid, langzamerhand gestalte krijgt.
Richtlijnen
Een van de belangrijkste ontwikkelingen op Europees gebied was het aannemen door de Europese Raad in juli 2000 van de Richtlijn betreffende ras en etnische afkomst. Deze richtlijn is een onderdeel van een pakket maatregelen van de EU in het kader van het in 1998 in het EG-verdrag opgenomen algemeen antidiscriminatieartikel, artikel 13.
De EU lidstaten hadden tot juli 2003 de gelegenheid om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Oostenrijk, Duitsland, Finland, Griekenland en Luxemburg hebben hieraan tot nu toe geen gehoor gegeven. Hetzelfde geldt voor de implementatie door deze vijf landen van de eveneens uit artikel 13 voortgekomen Richtlijn inzake non-discriminatie op het terrein van arbeid op grond van leeftijd, handicap, religie en seksuele oriëntatie, dat op 2 december 2003 in de nationale wetgeving had moeten worden opgenomen. De Europese Commissie heeft bovengenoemde vijf landen in december 2004 wegens het overschrijden van de deadlines voor implementatie van de richtlijnen voor het Europese Hof gedaagd.
Om de Europeanen te informeren over het bestaan van deze richtlijnen en de gevolgen ervan voor de nationale wetgeving is de Europese Commissie een voorlichtingscampagne begonnen. Als onderdeel van het Europese Actieprogramma tegen Discriminatie (2001-2006) voert de Europese Commissie sinds 2003 een vijfjaren pan-Europese campagne tegen discriminatie op grond van ras of etnische afkomst, godsdienst of geloofsovertuiging, leeftijd, handicap en seksuele oriëntatie. De campagne "Verschil moet er zijn, discriminatie niet is in eerste instantie gericht op het promoten van diversiteit op de werkplek en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de nationale regeringen in de EU, vakbonden, werkgeversorganisaties en NGOs. Voor werkgevers en werknemers is voor dit doel speciaal informatiemateriaal ontwikkeld. Meer informatie over de campagne is te vinden op www.stop-discrimination.info.
Ook op strafrechtelijk gebied is de tijd rijp om in Europees verband regelingen te treffen. Er ligt voor dit doel een Europees wetsvoorstel voor de strafrechtelijke bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat, het zogeheten Kaderbesluit, dat strafrechtelijk optreden tegen racistische activiteiten beter mogelijk maakt. Momenteel liggen de onderhandelingen over dit wetsvoorstel echter vooralsnog stil.
RAXEN-netwerk
Het Europees Waarnemingscentrum inzake racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) in Wenen heeft als voornaamste doelstelling het aan de Gemeenschap en de lidstaten vertrekken van objectieve, betrouwbare en onderling vergelijkbare informatie en data inzake racisme, vreemdelingenhaat, islamofobie en antisemitisme in Europa om de EU en zijn lidstaten te helpen maatregelen te treffen en acties op te zetten tegen racisme en vreemdelingenhaat.
Het Waarnemingscentrum bestudeert op basis van deze data de omvang en ontwikkeling van de verschijnselen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat, analyseert de oorzaken, gevolgen en invloed ervan en geeft informatie over goede praktijkvoorbeelden inzake de integratie van migranten en etnische en religieuze minderheden in de EU lidstaten.
De kern van de activiteiten en de taakstelling van het EUMC vormt het RAXEN-netwerk. Dit netwerk bestaat uit zogenoemde national focal points in alle EU-lidstaten die gegevens en informatie verzamelen en analyseren over racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en islamofobie in de lidstaten.
De rapportages worden verwerkt in Europese syntheserapportages op prioriteitsgebieden als wetgeving, racistisch geweld, arbeid, onderwijs en huisvesting.
Agentschap
Eind 2003 nam de Europese Commissie het besluit om het EUMC om te vormen tot een Agentschap dat als voornaamste taak krijgt het beoordelen van de mensenrechtensituaties in de lidstaten van de EU. In een commentaar aan de Europese Commissie die een consultatieronde onder inwoners en organisaties in de EU hield, heeft het LBR samen met de Landelijke Vereniging van ADBs en Meldpunten (LVADB) erop aangedrongen dat de EU onverminderd aandacht blijft geven aan de bestrijding van racisme.
Volgens LBR en LVADB moet het nieuwe orgaan de huidige taak met betrekking tot racisme en vreemdelingenhaat op dezelfde manier kunnen blijven uitoefenen en met dezelfde middelen. Bestrijding van racisme behoort immers tot de kerntaken en kernwaarden van de EU. Dit is vastgelegd in de huidige verdragen die de grondslag van de EU vormen, waaronder de onlangs aangenomen Europese Grondwet.
Het LBR (nu Art.1) is partner in het Nederlandse national focal point, samen met de Anne Frank Stichting, de LVADB en de Universiteit Leiden. De naam van het Nederlandse National Focal Point is Dutch Monitoring Centre on Racism and Xenophobia (DUMC). Kijk voor meer informatie op de website www.dumc.nl.
In 2004 zijn in het EUMC bestuur nieuwe Nederlandse bestuursleden benoemd: Prof. dr. Jenny Goldschmidt, hoogleraar Rechten van de Mens aan de Universiteit Utrecht en oud-voorzitter van de Commissie Gelijke Behandeling en als plaatsvervangend bestuurslid, lid van de Raad van State en voorzitter van het LBR, Ir. Gilbert Wawoe.
Vertegenwoordigers
Het EUMC werkt nauw samen met de regeringen van de lidstaten en met instellingen als het Europees Parlement, de Europese Raad, de Europese Commissie, de Raad van Europa, waaronder de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) en de OVSE.
ECRI werd in 1993 opgericht. Het is een onafhankelijk controleorgaan, dat tot taak heeft racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en intolerantie te bestrijden in alle lidstaten van de Raad van Europa vanuit het perspectief van de bescherming van de mensenrechten. Haar werkterrein beslaat alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bestrijding van geweld, discriminatie en vooroordelen waarmee personen of groepen personen worden geconfronteerd op basis van ras, huidskleur, taal, godsdienst, nationaliteit en nationale of etnische herkomst.
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) heeft in december 2004 drie Persoonlijke Vertegenwoordigers aangesteld, waaronder mevrouw Anastasia Crickley, huidig voorzitter van het EUMC. Deze vertegenwoordigers zijn aangesteld om tolerantie te bevorderen en racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie, waaronder antisemitisme, islamofobie, en intolerantie en discriminatie van christenen en leden van andere religies, in de OVSE-regio te bestrijden.
Samenwerkingsverbanden
Naast samenwerking met bovengenoemde Europese organisaties is het LBR ook actief binnen diverse Europese samenwerkingsverbanden.
Het Europees Netwerk tegen racisme (ENAR) is een netwerk van meer dan 600 NGOs binnen de EU. Het netwerk dankt haar ontstaan aan het Europees Jaar tegen Racisme (1997). ENAR rekent tot haar taken om racisme, vreemdelingenhaat, antisemitisme en islamofobie te bestrijden, om gelijke behandeling van zowel EU-burgers als inwoners met een 'derde land' nationaliteit te bevorderen en om lokale/regionale/nationale initiatieven te verbinden met Europese initiatieven.
In november 2004 werd Marcel Kreuger, adjunct-directeur van het LBR gekozen tot voorzitter van het Nederlandse ENAR bestuur. Hadassa Hirschfeld van het Centrum Informatie en Documentatie over Israël (CIDI) is plaatsvervangend voorzitter. Het LBR is het coördinatie- en informatiepunt van de Nederlandse tak van het netwerk. De Nederlandse organisaties die activiteiten ontplooien binnen ENAR zijn naast het LBR, CIDI, FORUM, de Landelijke Vereniging van Antidiscriminatie Bureaus en Meldpunten, PAREL en Rotterdam Charter Foundation. (Op www.enar-eu.org is meer informatie te vinden over de activiteiten van het netwerk.)
Twinning-project Roemenië
Hoe zet je een anti-discriminatieorgaan op? Hoe geef je informatie en voorlichting over gelijke behandeling? Welke wetten zijn van toepassing bij de bestrijding van discriminatie, en hoe pas je die in de praktijk toe? Deze vragen kwamen eind jaren negentig in Roemenië op, toen besloten werd om een organisatie op te richten die ongelijke behandeling moet tegengaan. Nederlandse organisaties, waaronder het LBR, gaan samen met de Roemeense Raad voor de bestrijding van discriminatie (NCCD) de antwoorden op deze vragen in de praktijk brengen.
In de afgelopen jaren zijn in Roemenië steeds meer berichten naar buiten gekomen over de achterstelling en discriminatie van verschillende minderheden. Met name Roma, homos en godsdienstige minderheden zoals Jehovas getuigen en aanhangers van de Pinkstergemeente ondervinden discriminatie. Non-gouvernementele organisaties en internationale instellingen wezen regelmatig op de vaak schrijnende situaties waarin leden van deze minderheden zich bevonden. Niet alleen door de ze berichtgeving, maar ook vanwege de gevraagde toetreding tot de Europese Unie, heeft de Roemeense regering besloten om non-discriminatie wetgeving uit te vaardigen. Voor toetreding tot de EU diende het land te voldoen aan de normen van de EU, die discriminatie verbieden.
Om toezicht op de naleving van de wet uit te oefenen, heeft de Roemeense regering in 2001 de Nationale Raad voor de bestrijding van discriminatie opgericht. Volgens de wet heeft dit gespecialiseerde orgaan tot taak om voor vijftien discriminatiegronden de bestaande wetgeving te beoordelen, nieuwe regelgeving voor te stellen, onderzoek naar discriminatie te doen en sancties op te leggen aan overtreders van de wet, zowel waar het overheidsorganen als de private sector betreft. Deze laatste bevoegdheid is vergelijkbaar met de Arbeidsinspectie in Nederland.
In het kader van de naleving van de wet heeft de NCCD sinds zijn oprichting een reeks van zaken behandeld en in veel gevallen als sanctie een geldboete opgelegd.
De NCCD vroeg in 2002 aan Nederland om ondersteuning in de opbouw van de organisatie, het trainen van de medewerkers en andere betrokkenen, het doorlichten van de bestaande wetgeving en te helpen bij het opzetten van een documentatiecentrum.
Het Nederlandse Ministerie van Justitie heeft in samenwerking met de NCCD een project opgezet dat aan de Roemeense wensen voldoet. De EU betaalt het grootste deel van de kosten.
Het ministerie heeft het LBR gevraagd om een deel van de activiteiten voor zijn rekening te nemen. Het LBR verzorgt in samenwerking met het Meldpunt Discriminatie Amsterdam een deel van de trainingen, helpt bij het opzetten van een informatiesysteem en draagt bij aan de opzet van het documentatiecentrum. Andere organisaties die aan het project meedoen zijn de Commissie Gelijke Behandeling, de Rijksvoorlichtingsdienst, het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en onderdelen van het Ministerie van Justitie.
Het project is op 1 februari 2005 van start gegaan en duurt tot september 2006.
Neem voor meer informatie contact op met Dick Houtzager, tel. 010-2010201 of e-mail.
SOLID
In 2003 moesten de lidstaten van de EU hun wetgeving hebben aangepast aan de non-discriminatierichtlijnen van de Unie. Veel landen hebben hun wetgeving inmiddels aangepast, andere niet. In de meeste lidstaten geldt, dat de nieuwe wetgeving wel op papier bestaat, maar dat niet duidelijk is hoe die kan worden toegepast en hoe de regels moeten worden uitgelegd. Het SOLID-project geeft trainingen aan medewerkers van NGOs met het doel om ze voldoende kennis te geven om met succes een beroep te doen op de nieuwe wetgeving. De training schenkt ook aandacht aan het voorbereiden en voeren van proefprocessen.
Het LBR neemt deel aan het project SOLID (Strategies on litigation tackling discrimination in EU Member States). SOLID is er op gericht om in alle 25 EU-lidstaten een aantal medewerkers van non-gouvernementele organisaties te trainen, die in staat zijn om de nieuwe wetgeving over gelijke behandeling toe te passen. Mensen die gediscrimineerd of uitgesloten worden, moeten voor bijstand bij de afhandeling van hun klacht bij gespecialiseerde instellingen terechtkunnen. Die instellingen moeten slachtoffers kunnen bijstaan en als het nodig is gerechtelijke procedures kunnen aanspannen.
In de trainingen die SOLID aanbiedt, krijgen groepen informatie over de inhoud van de EU-regels inzake gelijke behandeling en over de toepassing ervan in hun eigen land. De trainers schenken speciale aandacht aan het voeren van proefprocessen, om door middel van rechterlijke uitspraken meer duidelijkheid te krijgen over de toepassing van de regels.
Bovendien wordt van de deelnemers aan de trainingen gevraagd een landelijk actieplan op te stellen waarin afgesproken wordt welke activiteiten op dit gebied zullen worden uitgevoerd.
Het SOLID-project duurt twee jaar en is 1 december 2004 gestart. De projectleiding is in handen van de Noord-Ierse Raad voor etnische minderheden (NICEM). Het LBR is vertegenwoordigd in de werkgroep van experts en zal een deel van de training voor zijn rekening nemen.
GET in
Het GET in-project (Guide to Equal Treatment in the Private Sector) richt zich op discriminatie bij openbaar aangeboden goederen en diensten in voornamelijk de particuliere sector en concentreert zich op de detailhandel en de financiële dienstverlening. GET in wordt evenals het SOLID-project financieel gesteund door de Europese Commissie in het kader van Community Action Program to Combat Discrimination 2001-2006.
Het project richt zich onder meer op ongelijke behandeling tijdens verkoopgesprekken, bij consumentendiensten, of bij het sluiten van contracten, redlining (de praktijk van het niet of slechts tegen hogere kosten verlenen van diensten, zoals verzekeringen, aan inwoners van bepaalde stadswijken) en het zonder geldige reden controleren van de inhoud van tassen in winkels.
Het doel van het project is het ontwikkelen van indicatoren voor het vaststellen van discriminatie overeenkomstig Europese richtlijnen. Vervolgens worden hiermee richtlijnen opgesteld waarmee consumenten kunnen worden gestimuleerd om indien zij zijn gediscrimineerd hiervan melding te maken waardoor deze zaken (juridisch) kunnen worden aangepakt.
GET in informeert medewerkers van bijvoorbeeld antidiscriminatiebureaus, adviescentra voor migranten en consumentenorganisaties over de politieke en juridische gevolgen van het gelijke behandelingsbeleid van de EU en over de (juridische) maatregelen die kunnen worden genomen in geval van discriminatie.
Tegelijkertijd richt het project zich op het stimuleren van zelfregulering in het bedrijfsleven. In nauwe samenwerking met de aanbieders van goederen en diensten zullen aanbevelingen worden ontwikkeld voor het omgaan met klanten zonder te discrimineren. Doel hiervan is het ontwikkelen van gedragscodes door het bedrijfsleven conform de voorwaarden van de EU richtlijnen voor gelijke behandeling.
Het project is ontwikkeld door organisaties uit Duitsland, Polen en Nederland. Het LBR is de Nederlandse partner, de coördinatie van het project is in handen van het Deutscher Caritasverband. Het project is 1 december 2004 van start gegaan en duurt twee jaar.
Meer informatie over GET in is te vinden op www.getin-online.net.
Integration@school
Het LBR neemt deel aan het Europese project Integration@school. In dit project worden scholen gestimuleerd goede praktijkvoorbeelden uit te wisselen op het gebied van sociale integratie en intercultureel onderwijs. Het project vindt tegelijkertijd plaats in Oostenrijk, Denemarken, Duitsland en Nederland
In de afgelopen maanden hebben alle basisscholen in Nederland via de post de uitgave Winnen met engagement van de Duitse uitgeverij Zeitbild ontvangen. Hierin worden scholen uitgenodigd om mee te dingen naar de prijs Integration@school. Scholen kunnen met hun projecten een kunstwerk van Claudia Ammann en een geldprijs van maximaal 3.000,- winnen. De winnaars worden op een internationale conferentie in maart 2005 in Berlijn onderscheiden.
Met behulp van schriftelijke verslagen, videomateriaal en dvds maken scholen duidelijk op welke manier zij zich actief inzetten voor integratie en interculturalisatie.
Uiteindelijk zullen alle ingezonden projecten verzameld worden op een CD-ROM die verspreid zal worden over basisscholen in de gehele Europese Unie. Op deze manier worden ervaringen gedeeld en worden scholen geïnspireerd om zich actief in te zetten voor het bevorderen van gelijke kansen voor alle leerlingen en een positief leefklimaat op scholen met respect voor diversiteit.
De sluitingsdatum voor het inzenden van voorbeeldprojecten is 31 januari 2005. Meer informatie over dit project is te vinden op www.integration-at-school.net. Medio 2005 worden de resultaten van dit eenjarige project bekend gemaakt.






