Continuïteit is essentieel bij de bestrijding van rassendiscriminatie
Soms is een poster belangrijker dan het hele documentatiecentrum van het LBR
door Igor Boog - 01.02.2005
Dossier: Art.1 en discriminatiebestrijding
Het bestrijden van discriminatie kan niet zonder een structurele voorziening, vindt Marcel Kreuger. En wetgeving alleen is niet genoeg. Ook het opbouwen en behouden van expertise, het ontwikkelen van onderwijsmateriaal en zelfs het verspreiden van posters is belangrijk. Kreuger is adjunct-directeur van het LBR (nu Art.1), en speelt al sinds 1987 een centrale rol in de bestrijding van rassendiscriminatie in Nederland.
Je zit nu meer dan 15 jaar in het vak. Vind je dat er veel bereikt is in de strijd tegen rassendiscriminatie?
"Je wordt wel eens ongeduldig in dit werk. We houden ons bijvoorbeeld al jaren bezig met het probleem van discriminatie op de arbeidsmarkt door werkgevers en door werknemers onderling. En nog steeds is dat probleem zeer groot.
"Maar er is wel degelijk vooruitgang zichtbaar. Zo heeft nu ook de overheid erkend dat discriminatie op de werkvloer een serieus probleem is dat aangepakt dient te worden. En in het algemeen realiseren mensen zich dat er, wil men discriminatie bestrijden, meer moet gebeuren dan gezellig samen eten. Er is veel meer belangstelling voor specifieke preventieve activiteiten, zoals trainingen en cursussen. Bijvoorbeeld trainingen interculturele communicatie, trainingen om beter te leren reageren op racistische uitlatingen, en cursussen over beeldvorming. Als je zon training 20 jaar geleden aangeboden zou hebben, zouden veel mensen gezegd hebben: 'Ja maar ik heb toch geen training nodig? Ik ben toch geen racist?'
"Aan die positieve ontwikkeling heeft de politiek veel bijgedragen. Anders dan in andere landen heeft de Nederlandse overheid haar nek uitgestoken door de strijd tegen rassendiscriminatie een zaak van iedereen te maken en niet te laten domineren door politieke tegenstellingen tussen links en rechts.
"Natuurlijk gebeuren er ook dingen die negatieve gevolgen hebben voor de relaties tussen de verschillende bevolkingsgroepen, zoals de moord op Theo van Gogh. Het is steeds twee stappen vooruit, en dan weer één stap terug."
Je hamert vaak op het belang van preventieve activiteiten om rassendiscriminatie te bestrijden. Waarom?
"Preventieve activiteiten tegen rassendiscriminatie zijn vaak niet of weinig zichtbaar. Een folder, een poster, een bibliotheek, en cursussen voor jongerenwerkers maken niet snel indruk op politici of subsidiegevers.
"Desondanks is preventie zeer belangrijk. Alleen het handhaven van de wet is niet genoeg. Wanneer mensen zich niet bewust zijn van de gevolgen van discriminerend gedrag bijvoorbeeld het vertellen van racistische moppen kan de sfeer op een school of in een bedrijf grondig verpest worden. Het is belangrijk dat slachtoffers aangifte kunnen doen, maar dat betekent niet dat daarna ook automatisch de relaties op het werk of op de school zullen verbeteren. Het is dus belangrijk om discriminatie zoveel mogelijk te voorkomen. Om afspraken te kunnen naleven moet men het ook zoveel mogelijk eens worden over de afspraken die men maakt.
"Veel scholen beseffen dat, en docenten zoeken lesmateriaal over vooroordelen en discriminatie. Het LBR kan dat materiaal leveren. Ook jongerenwerkers en bedrijven worden door het LBR ondersteund, onder andere met weerbaarheidstrainingen en voorlichtingsmateriaal. Docenten en jongerenwerkers lenen boeken en ander materiaal uit het documentatiecentrum van het LBR om daarmee projecten over racisme te kunnen opzetten.
"Vaak zijn het relatief kleine dingen die een verschil kunnen maken. Een klant belde ons en vertelde dat zijn Turkse buren zich gediscrimineerd voelden door mensen uit de wijk. Hij vroeg wat hij daar aan kon doen, maar zei dat hij 'niet zo'n lezer' was. Of we niet iets simpels hadden, 'een poster of zo'. Wij hebben inderdaad een collectie posters in huis en stuurden hem er eentje op. Een antiracismeposter voor het raam kan in zo'n geval belangrijker zijn dan het hele documentatiecentrum van het LBR. Met zo'n poster geef je potentiële daders een signaal, en steek je het Turkse gezin een hart onder de riem."
Onder subsidiegevers ontstaat langzaam maar zeker een voorkeur voor het subsidiëren van afzonderlijke projecten. Structurele bijdragen worden steeds zeldzamer. Wat vind je van die ontwikkeling?
"Het is een begrijpelijke ontwikkeling, want het is voor de subsidiegevers natuurlijk prettig als er een duidelijk begin en een duidelijk einde aan een activiteit zit. Op die manier wordt inzichtelijker wat er met het geld gebeurt.
"Maar het is ook verontrustend. Er moet continuïteit zitten in de bestrijding van rassendiscriminatie. Projecten moeten elkaar aanvullen en op elkaar aansluiten. Daartoe is er expertise nodig die alleen opgebouwd kan worden en behouden kan blijven als er een structurele voorziening is.
"Men zegt vaak dat producten tegen kostprijs moeten worden aangeboden. Begrijpelijk, maar niet realiseerbaar. Een groot deel van onze klanten kan geen reële vergoeding betalen. Zie je het LBR bijvoorbeeld 20 euro rekenen voor een informatiepakket voor een scholier? Ook is niet iedereen bij voorbaat van mening dat antidiscriminatie geld mag kosten. Uit een onderzoek (in opdracht van het ministerie van Onderwijs) bleek dat scholen niet bereid zijn vooraf via een soort abonnementsysteem de diensten van het LBR in te kopen.
"Bovendien moeten we ons realiseren dat mensen die op de bres gaan staan vaak eenlingen zijn die in hun omgeving een lans moeten breken. Die individuen zijn belangrijk, of het nu op de werkvloer is of op een verjaardagsfeestje. Voor die mensen is een structurele informatievoorziening nodig zoals het documentatiecentrum en de voorlichtingsactiviteiten van het LBR. Je kunt die mensen niet ondersteunen als er hoge kosten aan zijn verbonden. En een documentatiecentrum kun je niet projectmatig onderhouden.
"Het LBR streeft daarom naar het beste van twee werelden: sterke en duidelijk afgebakende projecten, en een structurele basis die ervoor zorgt dat ervaring kan worden bewaard, expertise kan worden opgebouwd en de continuïteit en kwaliteit van de projecten kan worden gewaarborgd.
De bestrijding van discriminatie kan niet zonder structurele voorzieningen, zoals een goed documentatiecentrum en gespecialiseerde juristen. De samenleving moet daar structureel iets voor over hebben."
Wat zie je als een uitdaging voor de toekomst?
"De samenwerking tussen het landelijke LBR en de lokale antidiscriminatiebureaus (ADB's). Ik zie een duidelijke meerwaarde. De ADB's weten wat er speelt in de regio. Ze hebben direct contact met slachtoffers van discriminatie, maken overzichten van de verschillende klachten en meldingen, en signaleren lokale trends en nieuwe ontwikkelingen. Het LBR kan expertise bundelen en vertalen naar de landelijke politiek. Andersom kunnen de ADB's landelijke tendensen vertalen naar de regionale setting.
"Daarnaast werken we samen met andere expertisebureaus om gezamenlijk discriminatie op verschillende gronden tegen te gaan. Een goed voorbeeld daarvan is de website discriminatie.nl, waarop beleidsmakers informatie kunnen vinden over discriminatie op alle gronden die in de wet genoemd staan."
Ben je optimistisch over de bestrijding van rassendiscriminatie?
"Ik kan het me niet veroorloven om pessimistisch te zijn. Ik denk dat wij ons dat niet kunnen veroorloven. We kunnen niet bij de pakken neerzitten en accepteren dat onze vrienden en onze kinderen zich niet kunnen ontplooien zoals ze willen omdat ze gediscrimineerd worden. In dit werk kom je veel ellende tegen, en dat is soms moeilijk. Maar je werkt samen met mensen die het gevoel delen dat je wel optimistisch moet zijn. En dat maakt dit werk zo bijzonder."
Drs. I. Boog is redacteur van Zebra Magazine






