Nederland Integratieland?
Meningen over Van Boxtel verdeeld
door Jeroen Visser - 03.03.2002
Dossier: Overheden en politieke ontwikkelingen
In 1998 introduceerde het tweede Paarse kabinet de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid. Roger van Boxtel gaf na zijn benoeming vorm aan dit ministerschap, zonder ministerie, maar met een missie. Vooruitlopend op de verkiezingen zijn er weinig partijen die inzetten op een vervolg van Paars, maar moeten we doorgaan met het Ministerie voor Grote Steden- en Integratiebeleid? Jeroen Visser geeft het woord aan drie leden van de nu nog grootste Tweede Kamerfracties. Twee zijn lid van een regeringsfractie, één behoort tot de oppositie.
De vraag of er in het volgende kabinet een Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid moet komen, kan VVD Tweede Kamerlid Jan Rijpstra, gemakkelijk beantwoorden.
Het Grote Stedenbeleid kan prima bij het ministerie van VROM worden ondergebracht, daar komt toch het meeste geld vandaan, en integratie valt onder Binnenlandse Zaken. De VVD wil in de komende kabinetsperiode een kernkabinet met minder ministers en meer staatssecretarissen. Vier jaar geleden was de vorming van dit ministerie vooral de wens van D66. Niet van PvdA en VVD. Het opheffen van deze ministerspost is dus geen commentaar op de minister en het door de regering gevolgde beleid. Over het beleid van Van Boxtel ben ik tevreden. Dat kan worden voortgezet. Het gaat tenslotte om een liberaal beleid. Niet alleen de overheid, maar ook de mensen zelf moeten investeren in hun toekomst.
Maar is het beleid voortzetten niet problematisch, heeft het integratiebeleid niet te lijden onder het negatieve imago van de multiculturele samenleving?
Dat de multiculturele samenleving een negatief imago heeft, is zeker niet mijn stelling. Mensen wonen, werken en leven in Nederland, ongeacht hun afkomst. Dat is verder niet zo interessant. Aan de multiculturele samenleving wordt wel een negatieve invulling gegeven, door deze te associëren met problemen, de invalshoek van het multiculturele drama. Maar we moeten niet met de waan van de dag meegaan en de agenda niet laten bepalen door gekleurde verhalen in de media. Wanneer in een zwembad Marokkaanse jongens voor overlast zorgen, hoef je dat Marokkaans zijn niet breed uit te meten. Dat leidt alleen tot stigmatisering en brengt een oplossing niet dichterbij. Je moet het probleem aanpakken. Kijken om wat voor jongeren het precies gaat en de overlast die zij veroorzaken moet je bestrijden.
U wijst naar de media, maar politici spelen toch ook een rol in de beeldvorming?
'Ja, politici proberen met uitspraken op dit terrein de kiezers te behagen. CDA-leider Balkenende pretendeert bijvoorbeeld met nieuwe opmerkingen te komen maar komt met dingen waarover al twintig jaar wordt gedebatteerd. We moeten niet meedoen met Zwarte Pieten bij allerlei minderheden leggen. Vooral niet omdat het meestal gaat om een kleine groep die het voor de massa verziekt. Het gaat dus niet om de Marokkanen, daar doe ik niet aan mee. Naar mijn mening kom je verder wanneer je deze problemen bekijkt vanuit een sociaal-economische invalshoek, dan met de benadering dat het om etnische problematiek gaat. Het gaat om individuen aan de onderkant van de maatschappij, die niet zijn ingebed in de samenleving. Je moet heel precies kijken wat je daaraan kan doen en dan snel handelen, zodat mensen die de overlast ervaren resultaat zien.
In tegenstelling tot Rijpstra, ziet Judith Belinfante, Tweede Kamerlid voor de PvdA, in het volgende kabinet wel degelijk graag een ministerspost als die van Van Boxtel. Hoe lastig zon coördinerende post ook is, het werkt goed dat er een aanwijsbaar bewindspersoon is die zich met deze zaken bemoeit. Door de minister en door druk uit de kamer zijn de taalcursussen bij de inburgeringtrajecten verbeterd en is er meer geld gekomen voor de oudkomer trajecten. Met de notitie van de minister in het kader van de immigratiesamenleving is nu ook erkend dat Nederland een immigratieland is.
Heeft het beleid van de minister te lijden gehad onder het huidige negatieve imago van de multiculturele samenleving?
Als nieuwkomers en oudkomers, waarvan sommigen al tientallen jaren in Nederland wonen, voortdurend te horen krijgen dat het allemaal niet goed loopt dan is dat vervelend. Niet alleen voor hen, maar ook maatschappelijk gezien. Van Boxtel heeft naar mijn mening zijn best gedaan hier op te reageren door contacten in de samenleving te onderhouden en aan dit beeld te werken. Kijk, de multiculturele samenleving die is er gewoon, die kun je niet afschaffen. Net zoals we de zon niet kunnen uitdraaien. Dus is de islam gewoon een bij Nederland horende godsdienst. Dat is een feit. Je kunt er vervolgens wel over nadenken hoe je daarmee omgaat. Het woord allochtoon wil ik echter niet meer gebruiken. Dat heb ik ook in de kamer aan de orde gesteld. Wanneer je de definitie voor het woord allochtoon volgt, kom je op 2,4 miljoen mensen uit. Waarvan 50% afkomstig is uit industrielanden en 50% uit wat niet-westerse landen wordt genoemd. Daarmee is allochtoon een leeg begrip geworden dat alleen een scheiding teweegbrengt tussen wij en zij. Het brengt alleen maar tegenstellingen in de samenleving teweeg. Daar moet je niet aan meedoen. Als je voor onderzoek of beleid, of welke reden ook, mensen wilt benoemen, moet je het preciezer doen. In de Verenigde Staten gebruiken ze de koppelteken-nationaliteit. Zo kunnen we hier ook etnische afkomst benoemen. Iemand is dan bijvoorbeeld Turks-Nederlands of joods-Nederlands. Tweederde van de allochtonen is tenslotte ook Nederlander.
Wat kan er verder aan het beleid verbeterd worden?
Bij de nieuwe immigranten moeten we beter letten op twee processen die bij migratie spelen. Het eerste proces is het integreren van de migrant in de nieuwe samenleving. Het tweede proces is het ontwortelen van de oude samenleving. Wanneer er problemen ontstaan hebben die vaak met ontworteling te maken. Met name de eerste generatie kan daardoor zonder zelfvertrouwen in de maatschappij komen te staan en moeite hebben met het vinden van de juiste vorm voor de opvoeding van hun kinderen. Problemen van de tweede generatie kunnen hiermee te maken hebben. Dat ontwortelingsproces moeten we daarom verder onderzoeken en de resultaten van het onderzoek gebruiken voor verbetering van het integratieproces.
Net als Judith Belinfante is CDA Tweede Kamerlid Gerda Verburg voor handhaving van het ministerie voor Grote Steden- en Integratiebeleid. Anders dan Rijpstra en Belinfante vindt oppositielid Verburg dat Van Boxtel veel kansen heeft laten liggen.
Deze minster heeft helaas te weinig gebruik gemaakt van zijn status en positie. Hij heeft de kans gemist om het kader neer te zetten waarmee wij in Nederland in staat kunnen zijn de immigranten, jaarlijks honderdduizend met name vluchtelingen die een status krijgen en gezinsherenigers, op te vangen. Denk aan opvang, begeleiding en coaching die leidt tot Nederlands burgerschap. Nu blijven mensen vaak teveel hangen tussen twee nationaliteiten. Maar mensen blijven geen gast in deze samenleving. Zij worden burgers die meedraaien, meedoen en mee vormgeven aan Nederland. Via werk, scholing, sport, vrijwilligerswerk en participatie. De overheid hoeft dat niet af te dwingen, maar moet kaders scheppen. En de zelforganisaties erbij betrekken waarmee de banden nu doorgesneden zijn. Nu is er alleen de directeur van FORUM, die een soort allochtonenpaus aan het worden is.
Maar heeft CDA-leider Balkenende niet aangegeven dat hij weinig vertrouwen in de zelforganisaties heeft?
Dat heeft hij absoluut niet gezegd. Hij wil mensen en hun organisaties aanspreken. De eenzijdige verantwoordelijkheid bij gemeenten moet worden weggenomen. Zelforganisaties kunnen een gidsrol op zich nemen, onder voorwaarde dat zij een wettelijk vastgestelde kader willen volgen. Die gidsrol willen ze dolgraag op zich nemen. Ze vinden de huidige uitvoering te ambtelijk en teveel door onderwijs- en welzijnsinstellingen bepaald. Daar hebben ze een punt.
Maar er zijn toch verbeteringen ingezet?
Het Paarse excuus bij alle problemen, zoals de zorg en het onderwijs, is dat er meer geld aan is uitgegeven. Maar beleid maak je niet alleen met geld. Je moet zorgdragen voor regelgeving waarmee uitvoerders aan de slag kunnen. Ondanks 3,5 jaar Wet Integratie Nieuwkomers hebben gemeenten nog te weinig concrete afspraken met de ROCs (Regionaal Onderwijs Centrum red.) gemaakt, is er geen verzuimbeleid, wordt er te weinig uitgegaan van de duale weg van leren en werken, is er geen aansluiting op de arbeidsmarkt en geen inzicht waar afhakers en mensen die de cursussen wel afmaakten, naar toe gaan.
Heeft de minister geen last gehad van het negatieve imago van de multiculturele samenleving?
De volgende minister heeft een prachtige kans om een positieve connotatie aan het immigratiebeleid te koppelen. Het is leuk en plezierig mensen kansen te bieden. We moeten niet uitgaan van wij-zij verhoudingen. Ik houd minister Van Boxtel niet medeverantwoordelijk voor de huidige negatieve beeldvorming. Er zijn anderen die die trom momenteel bespelen. Maar hij heeft dit probleem wel onderschat, te gemakkelijk gedacht dat het wel goed komt, en kansen gemist. Van Boxtel heeft vastgesteld dat Nederland een immigratieland is. Maar voor de volgende minister blijft de opdracht om van Nederland een integratieland te maken. De werkloosheid onder allochtonen is ondanks de werkgelegenheidsgroei nog steeds te groot. Van de erkende vluchtelingen heeft minder dan 70% werk. Dat is een maatschappelijk drama. Hot issue is nu de WAO, met meer dan 950.000 WAO-ers. Maar uit statistisch onderzoek komt de schatting voort dat 954.000 allochtonen onvoldoende Nederlands spreken om zichzelf te kunnen redden. Denk eens in wat dat teweegbrengt aan eenzaamheid, isolement, taalachterstanden bij kinderen, problemen bij het zoeken van werk of gewoon gebrek aan contact met de buurman. Nee, Nederland is nog geen integratieland.
Jeroen Visser was beleidsmedewerker communicatie bij het LBR (nu Art.1).
Dit artikel verscheen eerder in Zebra-Magazine nr.1 / maart 2002






