mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / World Conference Against.. / Nederlands..

Nederlands slavernijverleden eindelijk bespreekbaar

Reconstructie en ‘reparations’ als sluitstukken
door Henry G. Dors - 01.09.2001

Dossiers: Art.1 en discriminatiebestrijding, Durban Review 2009

Tags: antidiscriminatiebeleid, antidiscriminatieorganisaties, discriminatie ras, slavernij, verenigde naties

Een van de hete hangijzers op de Wereldconferentie tegen racisme in Durban is compensatie voor de slavernij en de slavenhandel. Nederlandse organisaties zullen in Durban minder vergaande eisen stellen dan sommige Amerikaanse en Afrikaanse organisaties. Henry G. Dors belicht de Nederlandse context en geeft aan hoe rechtsherstel of ‘reparations’ in ons land vorm kunnen krijgen.

‘1600: Slag bij Nieuwpoort’. ‘1619: Van Oldenbarnevelt onthoofd’. Die jaartallen en de daarachter genoemde feiten vergeet je nooit meer, dankzij de geschiedenislessen uit je lagere-schoolperiode. Wat de vaderlandse geschiedenisboeken bij het laatste jaartal hebben weggelaten is het feit dat toen een Nederlands schip de eerste slaven afleverde in het Amerikaanse Virginia, de toenmalige Britse kolonie Jamestown. Zo waren het Nederlanders die in 1619 de slavernij in Noord-Amerika introduceerden. Honderden jaren lang heeft de slavernij de economische machtsrelatie en – ook nu nog – de raciale verhoudingen tussen Afrikaanse Amerikanen en witte Amerikanen bepaald. Geen onbekend feit! Zeker niet wat betreft de gevolgen voor het zwarte deel van de Amerikaanse bevolking.

Rechtsherstel op Wereldconferentie

Dit artikel gaat niet zozeer over de slavernij zelf en het daarmee samenhangende ‘anti-zwart’ racisme, maar meer over de roep om reconstructie en ‘reparations’, ingrediënten die beide in bovenstaand verhaaltje over het jaartal 1619 terug zijn te vinden. Ingrediënten die ook een rol spelen bij een van de thema’s van de begin september in Durban (Zuid-Afrika) te houden VN-Wereldconferentie tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante vormen van onverdraagzaamheid, de WCAR.
Het bedoelde thema van de WCAR betreft onder meer voorzieningen voor effectief rechtsherstel, compenserend herstel en andere maatregelen op nationaal, regionaal en internationaal niveau. De conferentie is bedoeld voor lidstaten van de VN. Niet-goevermentele organisaties (NGO’s) zijn aangemoedigd om zowel vóór als gedurende de voorbereidingen van de conferentie een forum te houden. De NGO’s hebben de moeilijke taak lobbyend hun standpunten aan de regeringsdelegaties te verkopen. In dit verband hebben ook de Nederlandse NGO’s een position paper opgesteld waarin standpunten worden ingenomen ten aanzien van vrijwel alle thema’s van de WCAR-conferentie, zoals institutioneel racisme, meervoudige discriminatie, arbeidsmigratie en globalisering, restrictief vreemdelingenbeleid en racisme, slavernij, slavenhandel en ‘reparations’. De Nederlandse NGO-position paper is langs de weg van de gebruikelijke compromissen geschreven en door de NGO’s als gezamenlijk stuk aanvaard. Met dit artikel over reconstructie en reparations wil ik een bijdrage leveren aan de te verwachten discussie omtrent de verdere afhandeling van het Nederlandse ‘slavernijdossier’.

Slavernij mede oorzaak van huidige achterstelling

De menselijke waardigheid is ten tijde van de transatlantische slavenhandel en de slavernij op onaanvaardbare wijze aangetast, ook wat betreft het Nederlandse aandeel in de instandhouding van het mensonterende systeem. Daar mag niet aan worden getwijfeld, gezien de historische feiten die ons bekend zijn. De tot slaaf gemaakte Afrikaan was in de meest letterlijke zin eigendom van de meester. Lange tijd werden slaven dan ook als voorwerpen bij de rest van de inventaris opgeteld. Een reeks van repressieve maatregelen moest het machtsverschil tussen zwart en wit bevestigen en bestendigen. Racistische bejegeningen, gepaard gaande met zweepslagen, verkrachtingen, verminkingen en erger waren eerder regel dan uitzondering. En om niet te praten over de overtocht van Afrika naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Een groot deel van de slaven heeft die tocht niet overleefd! De tot slaaf gemaakte Afrikaan heette voortaan ‘neger’ en zijn taal en cultuur werden als inferieur gezien en behandeld. Omdat hij naar de Amerika’s was overgebracht om de plantage-economie van de blanken te dienen, werd hem de ruimte ontnomen om zijn eigen mogelijkheden op dit terrein verder te ontwikkelen. De structurele ongelijkheid tussen wit en zwart en de daarmee samenhangende consequenties hebben zich na de officiële afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 voortgezet. En wel in die zin, dat de doorwerking ervan naar de nazaten toe mede oorzaak is van de huidige structurele achterstelling op basis van etnische afkomst. In dit verband lijkt het onvermijdelijk dat ook in ons land de roep om reconstructie en ‘reparations’ steeds luider zal klinken. Beide concepten zijn uit de Verenigde Staten komen overwaaien en spelen bij de Nederlanders van Afro-Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse en Afrikaanse afkomst een belangrijke rol in de discussie omtrent de verwerking van het Nederlandse slavernijverleden. En nu de concepten zelf. Waar gaat het om bij ‘reconstructie’ en ‘reparations’?

Opheffen van ‘disempowerment’

Reconstructie verwijst naar een reeks van structurele maatregelen die de vanuit het slavernijverleden geconstrueerde ’zwarte’ werkelijkheid waarin zelfbeeld, zelfvertrouwen en trots lijken te zijn aangetast, moeten ontmantelen (deconstructie) en adequaat vervangen (de reconstructie zelf). Het uiteindelijke doel is:opheffing van de situatie van ‘disempowerment’ van de zwarte gemeenschap. In concreto kan reconstructie (‘Black Reconstruction’) betrekking hebben op linguïstische operaties ter vervanging van witte concepten met een racistische connotatie, zoals ‘neger’ en ‘allochtoon’. Het toenemende verzet van etnische minderheden tegen dit soort concepten die hen buiten de Nederlandse samenleving plaatsen, protesten tegen de weglating in het curriculum van zwarte mensen en relevante ‘zwarte’ bijdragen, het verzet tegen de domme zwarte knecht van ene bisschop uit Spanje, het zijn allemaal signalen die duiden op de roep om reconstructie.
In het kader van reconstructie dient het verhaal over het Nederlandse slavernijverleden in zijn volheid terug te vinden te zijn in de schoolboeken; zonder vervalsingen, zonder leugens. Het Nederlandse aandeel in de transatlantische slavenhandel en de slavernij dient als onderdeel van de nationale geschiedenis te worden gepresenteerd. Immers, de slavernij speelde zich af overzee, maar werd hier in Nederland georganiseerd en gelegitimeerd.

Staat moet slavernij-misdaad publiekelijk betreuren

De erkenning van het gedeelde verleden door middel van een Nationaal Monument Slavernijverleden is een belangrijke vorm van reconstructie. Naar mijn mening dient de Nederlandse regering bij de onthulling van het monument ondubbelzinnig te verklaren dat zij de begane misdaad tegen de menselijkheid betreurt. Dit is niet te veel gevraagd, daar de slavernij een zaak was van de Nederlandse staat, en wel vanaf 1795, toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd omgevormd tot een eenheidsstaat. In de discussie over de afhandeling van het ‘slavernijdossier’ wordt wel eens om ‘spijtbetuiging’ geroepen. Ik ben echter van mening dat je niet van mensen die niet direct betrokken waren bij de slavenhandel en de slavernij (simpelweg omdat ze toen nog niet leefden) kunt vragen spijt te betuigen over de door hun voorouders begane misdaad. Wel dienen ze publiekelijk de gebeurtenis te betreuren! Het is de Nederlandse staat die dit hoort te doen.

Reparations: herstellen van materiële en immateriële gevolgen

Hoe zit het nu met het concept ‘Reparations’? Het woordenboek geeft als vertaling aan: ‘herstelbetalingen’, hetgeen het beeld oproept van (soms moeilijk te identificeren) nazaten van de slaven, die individueel een bepaald bedrag ontvangen voor het leed dat hun voorouders is aangedaan. Het is wellicht deze ‘primitieve’ verenging van het concept dat ertoe geleid heeft dat de kranten op 9 juli 2001 over een rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) kopten met ‘Raad tegen vergoeden slavernij’ (AD) en met ‘Geen geld voor leed slavernij’ (NRC). Het op verzoek van minister van Aartsen uitgebrachte rapport, ‘De wereldconferentie tegen racisme en de problematiek van rechtsherstel’ (juni 2001) geeft een genuanceerder advies. De AIV staat vooral open voor ‘niet-financiële modaliteiten’ om het historisch onrecht van slavernij en kolonialisme te redresseren. Daarbij denkt de AIV onder andere aan: erkenning van het gedeelde slavenverleden, accurate geschiedschrijving en historisch onderzoek, herdenking van het onrecht door middel van monumenten, maar ook structurele beleidsmaatregelen die de sociaal-economische achterstandspositie van de nazaten van de slachtoffers ten goede moeten veranderen. Dit alles kost geld. Er is dus wel geld voor herstel van het historisch raciaal onrecht dat in het verleden is aangedaan. Trouwens, ook de Nederlandse NGO-position paper gaat van een ruimere definitie van ‘reparations’ uit waarbij (financiële) herstelbetalingen als een aspect van ‘reparations’ worden gezien. Overigens gaat de concept-slotverklaring van de NGO’s rondom Durban, de ‘NGO Forum draft declaration’, op dit punt veel verder dan de Nederlandse NGO-Position Paper: ‘…and that the African and African descendants reserve the right to determine the form and manner of reparations’.
Hoe dan ook, het concept reparations (‘Black Reparations’) betreft in feite het structureel herstellen van de materiële en immateriële consequenties van de door slavernij (en kolonialisme) ontstane relatie tussen de nazaten van de slaven en die van de slavenbezitters.

Uitwerking in Nederland

Issues genoeg, als het om operationalisering van het concept gaat. Ik noem enkele die vanuit de Nederlandse situatie zijn bedacht:

  • de voortschrijdende etnische segregatie in het onderwijs: de etnische segregatie in het onderwijs, het fenomeen van ‘zwarte’ en ‘witte’ scholen is zowel intellectueel als sociaal schadelijk voor zwarte kinderen die opgroeien in een multi-etnische samenleving waarin ‘wit’ dominant is. Ontmanteling van die segregatie en het opzetten van scholen met een zekere ‘etnische balans’ zijn van fundamenteel belang voor de toekomst van zwarte. ‘Desegregatie en kwalitatieve integratie’ luidt hier het reparations-antwoord.
  • gemeenschapsvorming: het zich kunnen manifesteren als etnische belangengroep, die vanuit dezelfde 'roots' en vanuit een gemeenschappelijke werkelijkheid perspectieven ontwikkelt om het voortbestaan van de groep te garanderen. Gemeenschapsvorming, zonder dat dit leidt tot segregatie, is voor zowel het individu als de groep van bijzonder belang om adequaat te kunnen emanciperen en participeren binnen de multi-etnisch geworden Nederlandse samenleving.
  • participatie in de economie, de arbeidsmarkt en andere strategische terreinen binnen de Nederlandse samenleving. Integratie, de instrumentele toerusting om je thuis te voelen en thuis te zijn, vraagt om het opheffen van mogelijke belemmeringen daartoe en het scheppen van voorwaarden om op genoemde terreinen te kunnen participeren.
  • de ontwikkeling van ‘grass-root’ leiderschap: slavernij en kolonialisme, gekenmerkt als zij waren door een strategie van ‘verdeel en heers’ hebben ongetwijfeld de ontwikkeling van etnisch leiderschap, leiderschap aan de basis, gefrustreerd.
  • de bestrijding van racisme, zowel institutioneel als interactioneel: het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) is daartoe een uitstekend instrument.
  • het deel uitmaken van de natie (de Nederlandse natie): In feite kan niet alleen omtrent het slavernijverleden van een ‘gedeeld’ verleden worden gesproken. Ook het heden, het deel uitmaken van één en dezelfde natie, is een gegeven dat de nazaten van slaven en die van de slavenhouders gemeen hebben. Zolang dit gegeven niet operationeel en procesmatig wordt uitgewerkt, zal het zwarte deel van het Nederlandse volk de loyaliteiten met Zwarten buiten ons eigen land steeds meer diepgang geven dan in het kader van natievorming wenselijk is. ‘Hersteloperaties’, dus de ontkrachting van vervreemdende mechanismen en de ontwikkeling van het inclusief (= multi-etnisch) denken en voelen, zijn dan ook dringend gewenst.
  • een instituut ter bevordering van ontwikkelingen die samenhangen met reconstructie en ‘reparations’. Hier wordt bedoeld: het dynamische aspect van het Nationaal Monument Slavernijverleden. Het Landelijk Platform Slavernijverleden heeft in dit verband een projectplan "Van droom naar daad. Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis" ontwikkeld (Rotterdam, juli 2001).

Tenslotte

Dit artikel is geschreven vanuit het perspectief van de nazaten van de slaven, voor zover zij deel uitmaken van de Nederlandse natie. Uiteraard kunnen ook anderen, vanuit hun perspectieven, reconstructie en ‘reparations’ eisen. De tot slaaf gemaakte (‘enslaved’) mannen en vrouwen werden immers ergens vandaan gehaald (West-Afrika) om vervolgens op de Nederlandse Antillen, Aruba en Suriname het aan boord begonnen bestaan als slaaf voort te zetten. Ook de nakomelingen in genoemde landen zouden zich als slachtoffers van slavernij en kolonialisme kunnen presenteren en eisen opstellen met betrekking tot reconstructie en ‘reparations’, maar dan elk vanuit de eigen specifieke situatie. Het zou van naïviteit getuigen te denken dat dit niet zal gebeuren.

Dr. Henry G. Dors is sociaal wetenschapper, gespecialiseerd op het terrein van onderwijs, opvoeding en etnische vraagstukken.

Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 3 / september 2001

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Mediatheek

De mediatheek van Art.1 is te bezoeken op afspraak.
Neem contact op via het contactformulier of tel. 010 - 201 02 01.


Art.1 is onder meer verbonden aan: