mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Activiteiten / Apprendre à vivre ensemble.. / Schrijvertje ontmoet..

Schrijvertje ontmoet schrijver

Mijmeringen en grootse verwachtingen
door Said El Haji

Activiteit: Anton de Kom-lezing

De jaarlijke LBR-lezing op 1 juli werd dit jaar gegeven door de Marokkaans-Franse schrijver Tahar Ben Jelloun. Zebra Magazine vroeg de Marokkaans-Nederlandse schrijver Said el Haji zijn indrukken van de lezing en van zijn ontmoeting met Ben Jelloun weer te geven. ‘Toen de heuglijke dag daar was, zinderend van beloftes, was ik zo blij als een kind op zijn eindelijk aangebroken verjaardag’.

Ontzag voor de schrijver heb ik altijd als iets verachtelijks gevonden. Het verandert de mens in een meelijwekkend schepsel; en de schrijver wordt onwel van zoveel eer. Ik wil een trotse eenling zijn, als mens zowel als schrijver, een einzelgänger pur-sang, idolaat van niemand. Fans, discipelen, epigonen – allemaal idioten, als u het mij vraagt. Mulisch heb ik gezien en gesproken, maar van ontzag was geen sprake. Althans, niet van mijn kant. Coetzee deed mij niets. Rushdie trotseerde ik als koude kak. Homerus, Shakespeare en Dostojevski zijn allemaal overleden, maar al zouden ze op miraculeuze wijze herrijzen en ik krijg ze te ontmoeten, onverlet wat ik van hun werk vind, ik zou ze hooguit een hand schudden.
Maar toch. Toen mij door het LBR gevraagd werd van deze nog nader te noemen schrijver de 1 juli-lezing 2001 in het Wereldmuseum bij te wonen, sprong ik een gat in de lucht. De eer hem te ontmoeten en te mogen spreken, deed mij zweven in mijmeringen en grootse verwachtingen. Opgewonden als ik was, kon ik in de nacht voorafgaande aan de bijzondere gebeurtenis, de slaap niet vatten. Ik heb alleen maar liggen woelen met in mijn hoofd talloze scenario's van hoe onze ontmoeting zou gaan, en hoe daaruit fenomenale dialogen zouden ontstaan. Toen de heuglijke dag daar was, zinderend van beloftes, was ik zo blij als een kind op zijn eindelijk aangebroken verjaardag. Ik, de trotse eenling, de einzelgänger pur-sang, was in zwijm.

Eigenlijk zou het niet nodig hoeven zijn om de met o.a. de Franse Le Prix Goncourt (1987) en de Marokkaanse Le Prix Maghreb (1994) beloonde, productiefste (maar liefst twintig boeken, twee toneelstukken en drie poëziebundels in dertig jaar), francofone, postkoloniale schrijver te introduceren met een dergelijke adjectivische opsomming, die nog uitgebreid zou kunnen worden met feiten als de eerste Afrikaanse Arabier beloond met zus andere prijzen, wiens werken, sommige verfilmd, vertaald zijn in zoveel landen, en wiens artikelen en essays gepubliceerd worden in deze en gene gerenommeerde Franse, Italiaanse en Spaanse kranten. Dat zou te weinig eer zijn aan zijn persoon en werk; ten slotte zou iedereen hem moeten kennen. Ware het niet dat in Nederland, hoe eigenaardig ook, weinig over de auteur bekend is. Dat een groot deel van u, de lezers, nog niet weet over wie ik het heb, mag daarvoor als illustratief gelden. Ik heb het over Tahar Ben Jelloun (Marokko, 1944).

De Perzische schrijver Kader Abdolah ziet in Ben Jelloun 'iemand die goed luistert naar de verhalen van de ontwortelde mensen. Hij is de stem van de minderheden in Europa.' Ben Jelloun zelf zegt in zijn werk als een woordvoerder recht te willen doen aan de vele immigranten in de wereld, maar ook aan vrouwen en kinderen. Hij heeft een bewonderenswaardige afkeer tegen welke vorm van intolerantie of onderdrukking dan ook, en doet dat met een duidelijk voelbare doch door diepzinnigheid ingehouden passie. Overigens, de genoemde aversie verklaart waarom hij eind jaren'60 zijn vaderland verliet en in Frankrijk is gaan wonen. Als student filosofie in Rabat, halverwege de zestiger jaren, betrok hij zichzelf in een opstand tegen veranderingen in de lesstof: van overheidswege mochten de studenten geen Nietzsche en Marx meer leren. Om deze studentenopstand de kop in te drukken werden de leden van hogerhand, bij wijze van disciplinaire straf, opgepakt en achttien maanden in het leger geplaatst. Hier begon Ben Jelloun poëzie te schrijven – clandestien, om uiting te geven aan zijn intellectuele behoeften, aan kritiek en dialoog, aan individueel denken; aldus een stil protest tegen het totalitaire denken, de monoloog van de macht.

Twee van Ben Jelloun's schrijnendste en mooiste boeken vind ik L'enfant de Sable (1985) en de met de Prix Goncourt geprezen opvolger La nuit sacrée (1987). Hierin neemt Ben Jelloun op zijn kenmerkende poëtische, beeldrijke en surrealistische wijze de thema's van geslachtsidentiteit en een mannelijk gedomineerde islamitische maatschappij onder de loep. Een bescheiden analyse:
De hoofdfiguur, Achmed, is de achtste dochter van een man zonder erfgenaam. Opgevoed als jongen beseft Achmed uiteindelijk dat ze een meisje is. Maar eenmaal gewend aan de status van macht die mannen boven de vrouwen hebben in de Arabische wereld, besluit zij man te blijven en trouwt zij zelfs met haar verre nicht Fatima. In La nuit sacrée wordt het verhaal van de vrouw verder verteld. Als vrouw Zahra genaamd, ontdekt Achmed haar ware seksualiteit en identiteit. Zahra's transformatie wordt compleet wanneer zij in de blinde man Consul haar levensgezel vindt. In beide boeken legt Ben Jelloun de viriliteit van de Arabische man, wat, mijns inziens, wellicht bijdraagt aan zijn onverdraagzaamheid en angst t.o.v. homoseksualiteit, bloot. Ook doorbreekt hij het taboe op de verlangens van de Arabische vrouw, die veelal verborgen blijven omdat ze het eergevoel van de trotse man zouden kunnen schaden. Wie een beetje maatschappelijk bewust is, ziet hoe buitengewoon actueel dit is in de westerse wereld, blijkens de vele debatten over de pluriforme samenleving en de integratie van de moslimcultuur daarin. Sommige critici menen dat het werk van Ben Jelloun alleen inzicht biedt in de Arabische cultuur en niet in de zgn. condition humaine. Dat is kortzichtig. Seksualiteit en identiteit, onverdraagzaamheid en onderdrukking zijn evengoed menselijke condities als liefde, haat, jaloezie en vriendschap. En welke reden(en) de intolerante of onderdrukkende instantie daarvoor ook aandraagt (traditionele, religieuze, pseudo-wetenschappelijke), het is vaak niets anders dan onwetendheid, een menselijk gebrek dat terugkomt in Ben Jelloun's laatst verschenen werk Le Racisme expliqué a ma fille (bij uitgeverij De Geus vertaald: Papa, wat is een vreemdeling?).

Hoe Ben Jelloun over onwetendheid als kiem van racisme denkt, laat hij al te goed zien in dit in Nederland misschien wel bekendste werk van hem. Het is een ongecompliceerde maar bijna hartstochtelijke dialoog tussen de auteur, symbool van de wetende wereld, en zijn tienjarige dochter, symbool van onwetendheid. De schrijver onthult hierin het gezicht van racisme en het hartzeer van de vreemdeling, die 'geen liefde of vriendschap eist, maar respect'. Dat Ben Jelloun aan zijn 1 juli-lezing de titel ‘Apprendre à vivre ensemble’ (Leren samen te leven) heeft gegeven, is sprekend, getuige het volgende citaat uit Papa, wat is een vreemdeling? 'Racisme bestaat overal waar mensen leven. Er is niet één land dat kan beweren dat het geen racisten heeft. Racisme maakt deel uit van de geschiedenis van de mensheid. Het is als een ziekte. (…) Je kunt vechten tegen het racisme door te leren samen te leven.' Daarom roept hij op tot gastvrijheid, nieuwsgierigheid, reislust en humor, de fundamentele aspecten van beschaving, als wapens tegen de onwetendheid die onze angst voor het vreemde sinds mensenheugenis aanwakkert tot verderfelijke uitwassen zoals kolonialisme en slavernij. Hij herinnert de lezer aan het wonder der menselijke verscheidenheid verenigd in wat hij noemt 'het mensengeslacht', en niet onderverdeeld in rassen. Hij concludeert: 'Alle uitdrukkingen die verkeerde, verderfelijke gedachten bevatten moeten uit ons vocabulaire worden geschrapt. De strijd tegen het racisme begint met het letten op je taalgebruik.' Ben Jelloun acht het hiervoor verstandiger bij kinderen dan bij volwassenen te beginnen. Immers, 'je kunt de strepen van een zebra niet veranderen (…) Maar een kind is nog toegankelijk, staat nog open voor ontwikkeling.'

Vijftig minuten duurde de lezing in het Wereldmuseum; inhoudelijk was het veel minder. Ten eerste, omdat het Frans van de auteur voor mensen zoals ik, die geen woord Frans spreken, vertaald moest worden en daardoor de tijd met de helft verminderd werd. Ten tweede, omdat de steeds nogal samenvattende vertalingen van de vertaalster, die ook de werken van Ben Jelloun naar het Nederlands vertaalt, de ongetwijfeld mooie gedachten van de schrijver iets minder mooi onder woorden bracht. Zo werd mijn perceptie van de auteur onbewust gekleurd door de ietwat grove vertaling van de vertaalster, zodat ik haast ging denken dat hij niet zoveel bijzonders te melden had over slavernij en hedendaags racisme, het onderwerp van de lezing. Dat vond ik jammer. Het is mijn eigen schuld, dat ontken ik zeker niet: dan had ik maar Frans moeten beheersen, nietwaar?
Gelukkig had ik de kans naderhand met hem van gedachten te wisselen. Maar mijn Arabisch is ook al niet meer wat het is geweest. Of hij Berbers sprak, was dus mijn eerste vraag. Ik wist dat zijn vrouw Berbers was, dus ik hoopte dat hij dat ook kon. Maar nee, hij sprak het niet, geen woord. En daarbij bleef het. Totdat ik na het eten een tweede poging waagde, nu met een vertaler aan mijn zijde. Het gesprek verliep ditmaal spontaan, voor zover dat mogelijk is met een vertaler ertussen. Ben Jelloun was kameraadschappelijk en zachtmoedig. Ik was vooral geïnteresseerd in de situatie van Noord-Afrikaanse schrijvers en intellectuelen in Frankrijk, aangezien dat land tamelijk racistisch is, ook al kennen de Fransen een lange traditie ertegen. Terwijl hij een ongelooflijk dikke sigaar rookte, ging hij in op mijn vragen en wilde hij ook het een en ander weten over mij. Ik vertelde echter weinig, want ik wilde niet over mezelf praten. Op een of andere manier vond ik dat ongepast. Ach, wie hou ik voor de gek?! Ik had gewoon zoveel ontzag voor de man dat ik mezelf maar onbenullig vond en ik het idee had niets interessants te melden te hebben. Ik voelde mij, inderdaad, een meelijwekkend schepsel. Maar Ben Jelloun werd er niet onwel van, misschien omdat ik het niet liet zien. Waarom weet ik niet, maar hij moest steeds om mij lachen. Ik was blij, lachte van oor tot oor toen ons gesprek eindigde en ik dankbaar zijn hand schudde.

Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 3 / september 2001

NB Het LBR heet sinds 23 april 2007 Art.1. De LBR-lezing heet nu Anton de Kom-lezing.

<hr>

Said El Haji (1976) is geboren in Isoefajen, Marokko, en groeide op in Berkel en Rodenrijs. Hij studeert Nederlands in Leiden en won in 2000 de El Hizjra-aanmoedigingsprijs voor het korte verhaal ‘De kleine Hamid’. De dagen van Sjaitan (Vassalucci, 2000) is zijn debuutroman.

Meer lezen van Tahar Ben Jelloun?

Bibliografie:
1973 – Harrouda–roman
1976 – La réclusion solitaire–roman
1976 – Les amandiers sont morts de leurs blessures–gedichten
1976 – La mémoire future-anthologie
1977 – La plus haute des solitudes
1978 – Moha le fou, Moha le sage–roman– Moha de gek, Moha de wijze-1984
1980 – A l’insu du souvenir–gedichten
1981 – La prière de l’absent–roman – Gebed voor de afwezige-1984
1983 – Lécrivain public–verhaal–De schrijver-1990
1984 – L’hospitalité française–Gastvrijheid–1986 *
1984 – La fiancée de l’eau–toneelstuk
1985 – L’enfant de sable–roman
1987 – La nuit sacrée–Gewijde nacht–1988 *
1990 – Jour de silence à Tanger–verhaal–Stilte over Tanger-1990
1991 – Les yeux baissés–roman–Met neergeslagen ogen-1992
1991 – La remontée des cendres–gedicht–De as komt weer naar boven-1991
1992 – L’ange aveugle–novelles–De blinde engel-1993
1994 – L’homme rompu–roman–Een gebroken man-1995
1994 – La soudure fraternelle
1995 – Poésie complète
1995 – Le premier amour est toujours le dernier – novelles – De eerste liefde is altijd de laatste – 1997 *
1996 – Les raisins de la galère – roman
1997 – La nuit de l’erreur – roman
1998 – Le racisme expliqué à ma fille–Papa, wat is een vreemdeling? –2000 *
1999 – L’auberge des pauvres–roman–Herberg der armen-2000
2001–Cette aveuglante absence de lumière–roman

De met een * gemerkte titels zijn te leen in de Art.1-bibliotheek

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: