Asielzoekers niet meer hot?
Onjuiste beeldvorming door gebrek aan evenwichtige berichtgeving
door Marco Camphens - 02.11.2002
Dossier: Media en berichtgeving
Begin 2001 maakten politici en media zich druk over het uitgelekte rapport 'Asielzoekers crimineler?'. In dit rapport stelt de regiopolitie Groningen dat asielzoekers in Groningse AZC's vrijf keer crimineler zouden zijn dan de Groningers zelf. Inmiddels heeft nader onderzoek plaatsgevonden. In oktober 2002 verscheen 'Vreemd en verdacht. Een verkennend onderzoek naar criminaliteit in en om asielzoekerscentra' van de hoogleraar De Haan, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij meent dat het moeilijk is conclusies te trekken over het al dan niet crimineler zijn van asielzoekers, omdat de groep te divers is om een vergelijkbare groep te vinden. Bovendien is ook hun situatie niet te vergelijken met die van welke andere groep dan ook. Het oorspronkelijke Groningse rapport vraagt om verdere nuancering. Marco Camphens verbaast zich erover dat media en politiek aan het onderzoek van De Haan relatief weinig aandacht besteden. Hij meent dat dit wellicht veroorzaakt wordt door de strekking van het rapport, dat als te weinig sensationeel zou kunnen worden gezien. Dit veroorzaakt een onjuiste beeldvorming. Een evenwichtiger verdeling van de berichtgeving is gewenst.
De Nederlandse politici en media hebben het er maar druk mee tegenwoordig. Overal moet iets over worden gevonden en geschreven. Soms leidt dat tot goede discussies, soms ook tot proefballonnetjes. In die drukte kun je ook wel eens wat vergeten, het rapport over asielzoekers en criminaliteit van hoogleraar W. de Haan bijvoorbeeld. Vreemd, want asielzoekers en criminaliteit zijn toch juist hot items?
Tenminste, dat waren zij in januari 2001 toen via een brief van Wallage aan korpschef Welten het rapport Asielzoekers crimineler? uitlekte. In dit rapport stelt de regiopolitie Groningen dat asielzoekers in Groningse AZC's vijf keer crimineler zouden zijn dan de Groningers zelf. In de week die hierop volgt staan de kranten bol met artikelen waar de resultaten van het (niet openbare) onderzoek beschreven worden.
De Groninger burgemeester Wallage oppert de mogelijkheid om bij criminele asielzoekers de asielprocedure eerder te beëindigen en de criminelen het land uit te zetten. Dat dit in strijd is met internationale verdragen, schijnt hem niet veel uit te maken. Ook andere politici grijpen de kans aan om onderbuikgevoelens te uiten. Toch probeert Bert Middel (PvdA) het rapport openbaar te krijgen. Jacques Wallage (ook PvdA) gaat niet in op dit verzoek omdat het om 'vertrouwelijke informatie' zou gaan. Wijn (CDA) en Kamp (VVD) vinden, net als Wallage, dat criminele asielzoekers zo spoedig mogelijk door de procedure moeten (Kamp: met stoom en kokend water) en het land uitgezet moeten worden. D66-fractievoorzitter Slagter is kritischer: Ik heb de indruk dat ze alleen naar de postcodes van de asielzoekerscentra hebben gekeken en die hebben vergeleken met de Groningse bevolking. Jan de Wit (SP) ergert zich aan zijn collegas, zij brengen meningen naar voren zonder de inhoud van het rapport te kennen.
Dat geheimhouding de kwaliteit van de discussie niet ten goede komt, beseft staatssecretaris van Justitie Kalsbeek (PvdA) en zij maakt het rapport openbaar op 25 januari 2001. Dan blijkt dat het rapport gebaseerd is op ondeugdelijk onderzoek. Dagblad Trouw publiceert een dag na de openbaarmaking van het rapport een artikel waarin mr. Spijkerboer de methodologische missers van het onderzoek opsomt. Als eerste geeft hij aan dat de groepen niet met elkaar te vergelijken zijn. De groepen wijken sterk van elkaar af als gekeken wordt naar leeftijd, achtergrond en sociaal-economische positie. Tweede misser is dat asielzoekers mogelijk vaker worden opgespoord omdat ze in een overheidsinstituut wonen.
Politici vroegen om nader onderzoek en werden op hun wenken bediend. Anderhalf jaar later, in oktober 2002 verscheen Vreemd en verdacht. Een verkennend onderzoek naar criminaliteit in en om asielzoekerscentra een nieuw rapport over criminaliteit in en rond asielzoekerscentra. Het rapport is gebaseerd op een verkennend onderzoek van de hoogleraar De Haan, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze criminoloog wil geen uitspraken doen over het al dan niet crimineler zijn van asielzoekers dan niet-asielzoekers. De groep asielzoekers is te divers om een vergelijkbare groep te vinden. Verder is de situatie waarin de asielzoekers binnen de AZC's verkeren niet te vergelijken met de situatie van welke andere groep dan ook.
Conclusies waar De Haan op grond van het onderzoek toe komt, wijzen uit dat de conclusie van het rapport van Wallage om verdere nuancering vraagt. Misdrijven die door asielzoekers worden gepleegd zijn onder andere winkeldiefstal (van onderbroeken en tandpasta) en zwartrijden. Diefstal uit woningen komt zelden voor. Geweld en vernielingen vinden op kleine schaal plaats. Dit gebeurt doorgaans alleen in de asielzoekerscentra zelf. Over de landelijke situatie wil De Haan geen uitspraak doen, daarvoor is verder onderzoek nodig. Waar wel veel over bekend is, is de slechte situatie in asielzoekerscentra. Kleine ruimtes, weinig geld (voor kinderen is de toelage zelfs minder dan de helft van het bedrag dat volgens het NIBUD nodig is voor voeding) en wachten op oordelen over de asielaanvraag, is dagelijkse routine voor de asielzoekers. De Haan ziet de slechte woonsituatie als een van de grootste oorzaken voor de conflicten binnen de centra.
De dagbladen besteedden relatief weinig ruimte aan het onderzoek van De Haan, hoewel 'asielzoekers' en 'criminaliteit' nog steeds 'hot items' zijn in de media, zo blijkt uit het media-archief van VluchtelingenWerk Nederland. Over het eerste rapport (van de Groningse politie) verschenen in de grote bladen ruim tachtig artikelen, over het tweede rapport nog geen twintig. De artikelen die over het tweede rapport werden gepubliceerd werden vaak op dezelfde pagina gerelativeerd door een ander artikel waarin toch weer de conclusie van de Groningse politie werd herhaald. De Telegraaf berichtte in het geheel niet over het rapport van De Haan terwijl dit dagblad over het eerste rapport dertien artikelen publiceerde. Verder is op te merken dat de media over het rapport van De Haan wat argwanend berichtten. Misschien is het niet sensationeel genoeg dat asielzoekers niet crimineler zijn dan niet-asielzoekers. Een van de gevolgen van de onevenredige media-aandacht is dat het door Wallage en de Groningse politie gecreëerde beeld van asielzoekers niet gecorrigeerd is.
De scheve verhouding van de berichtgeving is uiterst opmerkelijk te noemen. Zeker nu de bladen bol staan met artikelen over veiligheid zouden de bladen ruimte op de pagina's moeten vinden voor dit rapport. Ook in de Kamer is er nauwelijks aandacht voor het onderzoek van De Haan. Opmerkelijk, in de partijprogramma's zijn integratie, criminaliteit en veiligheid toch ook hoofdstukken waar de partijen op proberen te scoren? Is het rapport misschien niet bevredigend genoeg voor de partijen? Zien media en politici te weinig sensatie en spektakel in de conclusies van De Haan? Het vermoeden bestaat dat als het rapport een andere conclusie gehad zou hebben, er meer aandacht aan zou worden gegeven. Een wat evenwichtiger verdeling van de berichtgeving is noodzakelijk voor de juiste beeldvorming bij publiek èn politici. Het mag niet zo zijn, dat als de strekking misschien niet helemaal aan de verwachting voldoet, het bericht liever wordt vergeten.
M. Camphens was stagiaire bij het LBR.






