Journalistieke berichtgeving over etnische minderheden
Objectiviteit bestaat niet maar het kan altijd beter
door Ellen Biersteker
Dossier: Media en berichtgeving
Journalistieke berichtgeving over etnische minderheden
De huidige journalistieke verslaggeving in Nederland kan ik niet anders kwalificeren dan borreltafeljournalistiek. Er worden sterke verhalen verteld die weinig met de waarheid te maken hebben. Wasif Shadid, hoogleraar interculturele communicatie, is niet erg te spreken over de huidige berichtgeving over etnische minderheden.
De discussie over de kwaliteit van de media wordt al langer gevoerd, maar gaat nu meer dan ooit over hoe de media zouden moeten omgaan met berichtgeving over de multiculturele samenleving. Anders dan bij veel andere onderwerpen kan berichtgeving over etnische minderheden directe negatieve gevolgen hebben voor de betreffende groep. Onderzoek heeft uitgewezen dat de media direct of indirect een rol spelen bij het creëren en in stand houden van vooroordelen over etnische minderheden.
Structurele problemen
Het blijkt echter niet zo eenvoudig om de media verwijten te maken. Zoals Jaap van Ginneken beschrijft: Nieuwsberichtgeving is niet objectief, en kan dat ook niet zijn. Het is noodzakelijk de mythe los te laten dat journalisten een soort Kuifjes zijn: die met onbeperkte tijd en middelen achter de feiten aanjagen, net zolang tot ze de onderste steen boven hebben gebracht en de echte waarheid kunnen onthullen. De alledaagse waarheid is oneindig veel prozaïscher.
Journalisten hebben niet alleen gebrek aan tijd en middelen. Shadid beschrijft in zijn boek Grondslagen van interculturele communicatie ook een aantal andere factoren die leiden tot de verspreiding en instandhouding van vooroordelen over etnische minderheden.
Ten eerste zijn journalisten zelf bevooroordeeld. Deze vooroordelen leiden ertoe dat de berichtgeving niet objectief is. Daarnaast zal de journalist minder geneigd zijn om dieper op de zaak in te gaan wanneer het nieuws zijn vooroordelen bevestigt.
Nieuwswaarde is een tweede factor die een rol speelt bij negatieve berichtgeving. Om een bericht meer nieuwswaarde te geven wordt in de media meer dan nodig nadruk gelegd op de verschillen tussen autochtonen en allochtonen.
Ook het sociale gewicht telt mee in de nieuwswaarde. Het sociale gewicht is de mate waarin mensen het idee hebben dat het bericht hen persoonlijk aangaat. Om een bericht meer sociaal gewicht te geven wordt afwijkend gedrag van minderheden vaak gekenmerkt als relevant voor iedereen in de samenleving.
In de derde plaats hebben journalisten vaak weinig specifieke kennis van andere culturen. Hierdoor weten zij vaak niet de meest geschikte deskundige te vinden of de juiste bronnen te raadplegen. Ook kan de journalist door dit gebrek aan kennis geen evenwichtig commentaar leveren op de verkregen informatie. De al eerder genoemde tijdsdruk is een van de oorzaken waardoor journalisten terugvallen op de meest toegankelijke, meestal secundaire bronnen die al door vooroordelen gekleurd zijn.
Deze problemen lijken structureel te zijn. Alle mensen ook journalisten hebben vooroordelen, en tijd en middelen zijn niet onbeperkt.
Verbeteren van berichtgeving
Journalisten kunnen hun berichtgeving verbeteren wanneer ze zich bewust worden van de hierboven genoemde factoren en proberen hun kennis van andere cultuurelementen te vergroten.
De werkgroep Migranten en Media probeerde de discussie over de kwaliteit van de berichtgeving over de multiculturele samenleving te stimuleren. Journalist Bart Top: De werkgroep werd midden jaren tachtig in het leven geroepen door een groep aankomend journalisten, waaronder ikzelf. Wij maakten ons zorgen over de opkomst van de Centrumpartij van Janmaat en waren bang dat de media een te makkelijke spreekbuis zou vormen van de gevoelens die de partij verwoordde.
Geïnspireerd door de Code of Journalism, van de Black Workers van de Engelse journalistenvakbond, formuleerde de werkgroep in 1989 een vijftal aanbevelingen voor berichtgeving over de multiculturele samenleving. Top: We wisten dat een rigide code als de Code of Journalism in Nederland niet aan zou slaan, daarom spraken we over aanbevelingen.
De brochure met de vijf aanbevelingen werd verspreid onder alle 7000 leden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Drie jaar later werd er een zesde aanbeveling toegevoegd en begonnen de aanbevelingen veel draagvlak te krijgen. Top: Het leek erop dat we een model hadden ontwikkeld om de media kritisch te houden over de eigen berichtgeving.
Het is de vraag of de aanbevelingen het gewenste effect hebben gehad. Kustaw Bessems, journalist bij het dagblad Trouw en winnaar van de ASN Bank Mediaprijs (Zilveren Zebra) in 2004: Ik heb de aanbevelingen ooit op de redactie ontvangen, maar ik heb er verder nooit wat mee gedaan. Maar veel van de aanbevelingen vallen onder de basisprincipes van de journalistiek, die gelden niet alleen voor berichtgeving over de multiculturele samenleving.
Volgens publicist Mohammed Benzakour zijn de aanbevelingen inderdaad grotendeels basisregels, maar dat betekent niet dat elke journalist zich daar aan houdt. Er worden heel wat fouten gemaakt.
Zo wordt er door journalisten niet altijd op de juiste manier omgegaan met sociale verantwoordelijkheden. Mark Deuze concludeert in zijn onderzoek Multiculturaliteit en journalistiek in Nederland dat de Nederlandse journalisten een dubbele pet dragen: ze zijn zowel bezig met kritisch uitleggen als met afstandelijk informeren. Aan de ene kant gaat men ervan uit dat de gemiddelde Nederlander onwetend is ten opzichte van andere culturen en dat daarom alles uitgelegd moet worden. Aan de andere kant vindt men dat een journalist vooral niet al te moeilijk moet doen en dat het werk onafhankelijk is van de samenstelling van de samenstelling van bevolking.
Deuze: Beide rolpercepties hebben problematische kenmerken in het kader van de multiculturele samenleving en de berichtgeving daarover. Kritisch uitleggen kan leiden tot het ontstaan en in stand houden van vooroordelen doordat de verschillen en problemen worden benadrukt. Afstandelijk informeren kan ertoe leiden dat men de ogen sluit voor sociale ongelijkheid in de samenleving. Volgens Deuze lijkt het daarom aanbevelenswaardig om de media te stimuleren (nog meer) de mengvorm tussen beiden typen journalistiek op te zoeken om zo tegemoet te komen aan de pluriforme invulling van de functie van de media in de Nederlandse democratie.
Deuze wil hiermee niet zeggen dat de verschillende redacties op dit gebied niks doen: Uit ons en ander onderzoek blijkt dat er wel degelijk sprake is van een bewustwordingsproces. Te verwachten valt dat in de (nabije) toekomst veranderingen zullen plaatsvinden. Hier kunnen verder onderzoek en publiek debat een bijdrage aan leveren.
E. Biersteker studeert sociale psychologie in Amsterdam
Dit artikel verscheen eerder in Zebra Magazine / februari 2005.






