mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Voer voor psychologen:..

Voer voor psychologen: testpraktijk onwrikbaar

Tien jaar later nog niets veranderd
door Anette de Ruiter - 01.12.2001

Dossier: Arbeid

Tags: discriminatie ras, etnische minderheden, psychologische tests, werving en selectie

De in Nederland gebruikte psychologische tests kunnen voor sollicitanten discriminerend uitpakken. Veel tests bevatten cultureel bepaalde onderdelen, die door mensen uit etnische minderheden anders begrepen worden dan door Nederlanders. Het probleem werd tien jaar geleden al gesignaleerd door het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) en het LBR (nu Art.1). Er is nog niet veel veranderd, werd geconstateerd op het congres 'Psychologische tests en diagnostiek bij allochtonen' dat NIP en LBR in september 2001 organiseerden. Anette de Ruiter was erbij.

In maart 2000 solliciteerde Jamal Hassan naar een baan als consultant bij een groot Nederlands bedrijf. In het afrondingstraject van zijn studie werd hij uitgenodigd voor een assessment. Hem was verteld dat een psychologische test onderdeel van de sollicitatieprocedure zou kunnen zijn. Hij werd echter niet voorbereid op de inhoud van de psychologische test. Op grond van de testuitslag werd hij niet toegelaten tot het verdere selectieproces. Ten onrechte, meent Hassan: "Een psychologische test is geen instrument om vaardigheden te meten. In mijn geval was het een cultuurgebonden screening met als doel mijn niveau van taalbeheersing te bepalen. Veel vragen met een dubbele ontkenning of items die zo vaak herhaald werden dat ik ging twijfelen of ik de voorafgaande vragen wel goed beantwoord had. Ik wist dat ik geschikt was voor de functie en ik vind dat deze test geen goed beeld gaf van mijn functioneren. Natuurlijk heb ik na afloop van de procedure geïnformeerd wat de reden was voor mijn afwijzing. De psychologe van het desbetreffende bureau gaf aan dat de test in mijn geval geen voorspelling gaf van mijn functioneren. Zij wist niet wat ze met mijn testscore moest doen en gaf haar gebrek aan ervaring in het werken met allochtonen toe. Ik heb geprobeerd om sommige vraagstellingen bespreekbaar te maken maar volgens haar had discussiëren over testresultaten geen zin."
"De problematiek rondom diagnostiek bij allochtonen moet meer bekendheid krijgen. Dan kunnen wij vaardigheden ontwikkelen om op betrouwbare wijze mensen met een niet-Nederlandse achtergrond aan een baan te helpen," zei de psychologe ter afsluiting van het gesprek.
De afwijzing van Jamal is een voorbeeld van hoe het gebruik van ongeschikte testen en het gebrek aan deskundigheid bij psychologen uitsluiting van allochtonen tot gevolg kunnen hebben.

Voorspelbare testuitslagen

Een psychologische test is één van de manieren om een voorspelling te geven van de manier waarop iemand in een bepaalde functie zal functioneren. In het onderwijs en de geestelijke gezondheidzorg en bij studie- en beroepskeuzes, sollicitaties en veranderingen van functie wordt daarom regelmatig gebruik gemaakt van psychologische onderzoeksmethoden. Het werken met psychologische tests biedt verschillende voordelen. Volgens het gros van de werving- en selectiebureaus in Nederland zijn psychologische tests effectief en objectief. Effectief omdat ze helpen zinvolle uitspraken te doen over het toekomstig functioneren van kandidaten. Objectief omdat, als een testafname zorgvuldig geschiedt, een test voor iedereen gelijk is. Iedere kandidaat krijgt bij een test dezelfde mogelijkheden om zich te presenteren en elke kandidaat wordt op dezelfde aspecten beoordeeld.
In de praktijk valt er echter veel af te dingen op de objectiviteit van de gebruikte testen.
In Nederland worden dezelfde testen en beoordelingsinstrumenten gebruikt bij personen met een Nederlandse of een niet-Nederlandse achtergrond. Bestaande tests blijken echter niet toegesneden te zijn op verschillen in achtergrond. Daardoor kunnen allochtone cliënten en sollicitanten de dupe worden van testmethoden. Want, op basis van afkomst, produceren testen voorspelbare afwijkingen in testresultaten.

Kritiek op etnocentrische elementen

Bedrijven, de geestelijke gezondheidzorg en scholen moeten de vraag beantwoorden of - en hoe ze allochtonen kunnen testen. Ten minste, wanneer ze mensen ongeacht hun afkomst gelijke kansen willen geven. De eerste te beantwoorden vraag is dan natuurlijk: zijn er geschikte testen? De meningen hierover zijn verdeeld. Uit onderzoeken van Van Leest (1997) en Te Nijenhuis (1997) zou kunnen worden opgemaakt dat tests wel te gebruiken zijn, als er goede voorwaarden voor afname gecreëerd worden. Bij het begeleiden van allochtonen moet maatwerk geleverd worden. Als men net zolang oefent en uitlegt totdat helemaal duidelijk is wat van een allochtone kandidaat verwacht wordt, kan de onderzoeker daarmee problemen voorkomen.
Coördinator intercultureel management bij Altrecht in Utrecht, Ronald May, is het met die conclusie niet eens: "Meer dan tien jaar na de verschijning van het rapport-Hofstee, waarin aangetoond werd dat alle twintig onderzochte tests etnocentrische elementen bevatten en in feite ongeschikt zijn voor gebruik bij allochtonen, worden deze testen nog steeds op grote schaal gebruik. Dat noem ik een vorm van institutioneel racisme. Het invullen van vragenlijsten, als onderdeel van persoonlijkheidsonderzoek, doet een groot beroep op taalvaardigheid en begrip van de dominante cultuur. Ik zal voorbeelden geven van twee klinische vragenlijsten, specifiek voor het onderzoek van allochtonen, die mij onlangs werden toegestuurd. In één test, bestemd voor afname bij laagopgeleide Marokkaanse jongeren met psychotische stoornissen, staat de vraag 'Heeft u wel eens het gevoel dat mensen toespelingen op u maken of dubbelzinnige opmerkingen over u maken?'. Een vraag waar ik zelf erg lang over na zou moeten denken. Of in een andere test: 'Als mensen onverwachts bij u voor de deur staan, wat doet u dan?'. Terwijl het voor veel allochtonen helemaal niet ongewoon is, wanneer mensen onverwacht aan de deur staan. En, als laatste voorbeeld, in een zeer vaak gebruikte intelligentietest voor kinderen (WISC-R: Wechsler Intelligence Scale for Children - Revised) staat de vraag 'Waarvan wordt spek gemaakt?'. Kinderen die vanuit religieuze overtuiging geen varkensvlees eten, zullen eerder moeite hebben met deze vraag."
F. Benaissa heeft geprobeerd aan bezwaren tegen testen tegemoet te komen. Hij is als orthopedagoog werkzaam bij een schoolbegeleidingsdienst en heeft een Arabische vertaling gemaakt van de WISC-R omdat hij geen ander geschikt testinstrument kon vinden. De vertaalde intelligentietest levert bij allochtone kinderen andere resultaten op dan afname van de Nederlandse versie van de test. Benaissa: "Het vertalen van testen, zonder enige research naar betrouwbaarheid, validiteit en normering, is een hachelijk punt, maar als de huidige testen culturele misperceptie, beperkingen door de invloed van taal en lagere scores tot gevolg hebben, heb ik geen andere keus."

Weerbarstige testpraktijk veranderen

Najat Bochhah beaamt dat de bestaande testpraktijk gebreken toont. De bij het LBR werkzame juriste werkte mee aan het rapport 'Deskundigen over het testen van etnische minderheden' en was medeorganisator van het congres 'Psychologische Tests en Diagnostiek bij Allochtonen'. Zij vindt dat de bestaande richtlijnen van de COTAN (Commissie TestAangelegenheden) bijgesteld moeten worden. "Nieuwe criteria voor de bruikbaarheid van testen voor allochtonen zijn noodzakelijk, met bijvoorbeeld richtlijnen voor de complexiteit van de gebruikte taal. Zeker zo belangrijk is zorgen voor bredere bekendheid van de problematiek bij psychologen. Een kwaliteitssysteem voor de bruikbaarheid van psychologische tests in de multiculturele samenleving, zou een stap in de goede richting zijn."
Fons van de Vijver, werkzaam bij de Katholieke Universiteit Brabant, bevestigt haar zienswijze: "Het gaat niet alleen om de testinstrumenten, maar ook over het op een hoger plan tillen van de professionele deskundigheid van psychologen. Zoals training in het werken met cliënten met een niet-autochtone achtergrond of in interculturele interviewtechnieken. Volgens de geïnterviewden voor het rapport 'deskundigen over het testen van etnische minderheden' wordt er op dit moment zelden met specifieke deskundigheid gewerkt. Niet bij de instellingen en bedrijven waar men zelf werkt, noch elders. Er zijn ook zeer weinig deskundigen om op terug te vallen."
Bevordering van deskundigheid aangaande het testen van allochtonen is ook nodig om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Bochhah: "Het LBR signaleert een zorgwekkende trend waarbij werving en selectiebureaus, bij gebrek aan geschikte instrumenten en duidelijke criteria en richtlijnen, hun eigen selectiemethodes ontwikkelen. Ook waarschuwen we voor de subjectieve handeling van beroepskrachten die, bij gebrek aan alternatieven en door tekortkomingen van de huidige tests, de scores bij allochtonen manipuleren. Wellicht goed bedoeld, maar ongewenst. Zo neem je mensen niet serieus."
Reden te meer om na een decennium stilstand, actie te ondernemen. Het NIP, het LBR en de deskundigen in het rapport pleiten voor een permanent orgaan, met als taken: het uitbreiden van de criteria voor het gebruik van psychologische tests en de evaluatie en bewaking van instrumenten en professionaliteit.

Drs. Anette de Ruiter is oud-medewerker van het LBR en was coördinator van het project 'School Zonder Racisme'

Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 4 / december 2001.

Psychologische Tests en Diagnostiek bij Allochtonen
Al aan het eind van de jaren tachtig vroegen het LBR en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) aan psycholoog professor Hofstee van de Rijksuniversiteit Groningen om na te gaan of veelgebruikte psychologische tests eigenlijk wel geschikt waren voor toepassing bij allochtonen. De door Hofstee ingestelde commissie kwam met forse kritiek. Bestaande tests mochten dan wel geen racistische testinhoud hebben, goed bruikbaar voor allochtonen waren ze allerminst. Het moeilijke taalgebruik van veel tests en de veelvuldige verwijzingen naar elementen van de Nederlandse cultuur vormden forse bedreigingen voor een adequaat testgebruik bij allochtonen.
In de afgelopen tien jaar is het aandeel van etnische minderheden in Nederland toegenomen. Een gevolg daarvan is bijvoorbeeld dat de vraag naar psychologische expertise ten behoeve van vluchtelingen duidelijk gegroeid is. Hoewel er geen exacte cijfers over zijn, valt aan te nemen dat het aantal allochtonen dat in het onderwijs, bedrijfsleven en de gezondheidszorg jaarlijks een psychologische test ondergaat, nog steeds toeneemt. De maatschappelijke relevantie van de beschikbaarheid van goede tests is dus niet minder geworden.
Om de stand van zaken in 2001 te toetsen, organiseerden LBR en NIP op 28 september het congres Psychologische tests en diagnostiek bij allochtonen. Aan de orde kwam de vraag of de tests die nu gebruikt worden, beter geschikt zijn om de capaciteiten van mensen met een allochtone afkomst te meten. De conclusie was dat er weinig ten goede veranderd is.
Nederland, anno 2001, is een multiculturele samenleving. Toch is er in Nederland weinig specifieke kennis over de toepasbaarheid van tests voor allochtonen. Chan Choenni, momenteel werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en in 1987 medeorganisator van het symposium: "Psychologen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Het ontwikkelen van psychologische tests is een deskundige, ingewikkelde materie. Er moet expertise worden gemobiliseerd. Men moet werken aan het professionaliseren van multiculturele diagnostiek."

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires


Art.1 is onder meer verbonden aan: