mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / De strijd om ruimte

De strijd om ruimte

De motieven om te protesteren tegen de komst van een asielzoekerscentrum
door Gülay Çankaya - 01.03.2002

Dossier: Huisvesting en verhoudingen in de buurt

Tags: buurtconflicten, huisvesting, vluchtelingen

De vestiging van een asielzoekerscentrum (AZC) gaat vaak gepaard met veel protest. Denk aan de felle protesten tegen de vestiging van AZC's in Vught, Kollum en Stadskanaal. Nu zijn het niet alleen AZC's die beroering oproepen. De gemiddelde Nederlander is geneigd zich tegen elke vorm van verandering te verzetten. Toch nemen AZC's een aparte positie in. Het zijn voorzieningen voor niet-Nederlanders en dat speelt in het verzet een belangrijke rol. Ondanks het verzet tegen de komst van een AZC, zijn er ook plaatsen die hun AZC graag willen behouden. Wat zijn de motieven die mensen kunnen hebben wanneer zij tegen de vestiging van een AZC in hun omgeving zijn? In de brochure 'Maar niet in mijn achtertuin' wordt onder andere op deze vraag ingegaan. Gülay Çankaya kijkt aan de hand van deze brochure naar de situatie in Winterswijk en Den Ham.

Verschillende motieven
Als buurtbewoners protesteren tegen de komst van een AZC, doen ze dat niet altijd uit racistische overwegingen. Door verhuizingen, ouderdom en veranderingen in voorzieningen raken bewoners hun vertrouwde sociale buurtcontacten kwijt. Elke verandering in de bevolkingssamenstelling kan verzet oproepen. Vaak zijn mensen wel bereid om asielzoekers te huisvesten in hun buurt, maar ze willen niet hele grote aantallen opvangen. Grote aantallen schrikt mensen af, zeker als ze deel uitmaken van een kleine gemeenschap. Bewoners kunnen ook in opstand raken als ze het idee krijgen dat de vestiging al een uitgemaakte zaak is. Ze voelen zich aangetast in hun democratisch recht. Het draagvlak is dan ver te zoeken. Daarnaast betekent de komst van een AZC dat er ruimte gemaakt moet worden terwijl bewoners een heel andere wijkvoorziening in gedachten kunnen hebben.

Waarde
Een veel gehoord motief is de waardedaling van de huizen die in de nabijheid van een AZC staan. Dit motief lijkt vooral een 'self-fulfilling prophecy'. Dit motief gaat vaak gepaard met de opmerking: "we hebben niets tegen een AZC". Op het eerste gezicht lijkt het een redelijk argument waar bewoners zelf niets aan kunnen doen. Maar eigenlijk zeggen de bewoners die dit argument aandragen: "ík zou nooit een huis kopen in de buurt van een AZC". En aangezien mensen zichzelf als maatstaf zien, gaan ze ervan uit dat anderen ook zo redeneren. Zou iedereen zo redeneren, dan komt de voorspelling vanzelf uit.

Een aantal inwoners van de nieuwbouwwijk De Rikker in Winterswijk is ook bang voor waardedaling van hun huizen. In de woonwijk De Rikker zijn 80 wooneenheden voor asielzoekers gepland. Vanaf september van dit jaar zullen er asielzoekers in de wijk komen wonen. De protesterende buurtbewoners kunnen zich niet vinden in de conclusie van bouw- en vastgoedeconoom Marcel Theebe. Hij stelde onlangs vast dat de komst van een asielzoekerscentrum de waarde van de huizen eromheen niet aantast. Aanleiding voor zijn onderzoek was de actie van inwoners van Vught in 1998. Zij kochten het voormalig blindeninstituut De Steffenberg op om te voorkomen dat er een AZC in zou worden gevestigd. Eén van de argumenten van de bewoners was dat door de komst van de AZC de waarde van hun huizen zou gaan dalen.
Theebe onderzocht de verkoopprijs van 113.000 woningen in de provincies Noord - en Zuid-Holland en Utrecht in de periode van 1997-1999. Hij vergeleek de prijzen van huizen met en zonder asielzoekerscentra in de buurt. Woningen op andere punten bleken even duur te zijn. Huizen in de buurt van een AZC bleken ook niet langer te koop te staan dan normaal. De conclusies maken deel uit van een proefschrift waarin Theebe de verschillende factoren op huizenprijzen onderzoekt. Geluidsoverlast bijvoorbeeld bleek wel een negatieve invloed op de prijs van de woning te hebben.
In een krantenartikel in de Twentsche Courant Tubantia van 11 januari 2002 zegt een Rikker-bewoonster nog steeds overtuigd te zijn dat de huizen in waarde zijn gedaald. Ze is niet tegen een AZC, maar wel als die in haar woonwijk komt. Als ze voor de aankoop van haar woning had geweten van deze plannen, dan had ze het huis zeker niet gekocht. Ook de jurist die de bewoners juridisch bijstaat zegt in het krantenartikel dat de conclusie uit het proefschrift van Theebe "veel te kort door de bocht is" ondanks dat hij het proefschrift niet had gelezen.

Volgens wethouder Sletering van de gemeente Winterswijk is zo'n twee jaar terug ook bezwaar en kritiek geweest tegen de plannen van het AZC in De Rikker. De bewoners hadden een gevoel van onzekerheid, maar nare tendensen bleven uit. Ondanks de bezwaren hadden zich bij de makelaars twee jaar terug al veel mensen gemeld met belangstelling. "Naar mijn mening hoeft niet gevreesd te worden voor een waardedaling van de woningen in De Rikker. Er is voldoende belangstelling voor de woningen, ik heb daarom ook geen argumenten om te bedenken dat het niet goed gaat met De Rikker. Wil men toch onderzoeken hoe het staat met de waarde van de woningen, dan is het verstandig dat te doen nadat de autochtonen en de asielzoekers een half jaar hebben samengewoond. Die conclusies zeggen veel meer met betrekking tot de waarde van de huizen. De woningen staan er nog niet, alleen de contouren zijn zichtbaar, daarom is het moeilijk om nu al uitspraken te doen", aldus de wethouder.

Niet-Nederlanders
Asielzoekers worden vaak gezien als een 'outgroup'. De lokale bevolking weet meestal niets van ze. Het zijn letterlijk vreemden. Bovendien hebben asielzoekers te kampen met een negatief imago. De media leveren hier ook een grote bijdrage aan. Een genuanceerd beeld over asielzoekers is veelal ver te zoeken. Media schenken met name aandacht aan asielzoekers als er problemen zijn. Berichtgeving over economische vluchtelingen, gelukszoekers, maar ook over de relatie tussen vluchtelingen en criminaliteit, maakt de acceptatie van asielzoekers niet makkelijker.

Protesten tegen een AZC spelen vooral een rol voorafgaand aan de vestiging. Is een AZC eenmaal gevestigd dan blijken de problemen in de praktijk over het algemeen mee te vallen. Protesten kunnen wel weer aanwakkeren als er veel criminaliteit in de omgeving is of als er een misdrijf is gepleegd. In het Friese plaatsje Kollum, een hechte plattelandsgemeenschap van Zwaagwesteinde, werd op 1 mei 1999 Marianne Vaatstra gevonden. Zij was verkracht en vermoord. Bewoners en familieleden van het slachtoffer zochten de dader in het Kollumer asielzoekerscentrum. Een Irakese bewoner van het AZC werd als verdachte aangewezen en opgespoord. Na DNA-onderzoek bleek hij echter niets met de zaak te maken te hebben. Tot nu toe is de dader niet opgepakt.

Protest tegen sluiting
Alhoewel negatieve berichten over AZC's de ronde doen, vinden er ook positieve ontwikkelingen plaats. Gelukkig is er in Nederland nog altijd een draagvlak voor de opvang van vluchtelingen. Zo ondernamen de inwoners van het Overijsselse dorpje Den Ham een handtekeningenactie voor het behoud van het asielzoekerscentrum. Het AZC dreigde zijn deuren te moeten sluiten omdat het vijfjarig contract tussen de gemeente Vriezenveen en het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA) op 1 december 2001 afliep. De handtekeningenactie heeft een positieve uitkomst, want de 130 asielzoekers mogen in het dorp blijven. De bewoners zullen in de tweede helft van dit jaar verhuizen naar een terrein dat aangeboden is door een manegehouder in Den Ham. Tot die tijd wordt het verblijf op de camping door de gemeente Vriezenveen gedoogd.

Op weg naar harmonie
Angst en onvrede zijn niet eenvoudig weg te nemen. Een kant en klare oplossing voor de totstandkoming van een AZC zonder problemen, bestaat helaas niet. De weg ernaar toe kan wel vergemakkelijkt worden door rekening te houden met een aantal factoren. Deze factoren hebben betrekking op het creëren of vergroten van een draagvlak. Zo richt het meeste verzet zich op de aantallen asielzoekers die het centrum moet opvangen. Opvangvoorzieningen op kleinere schaal kan een deel van de oplossing zijn. Dit lijkt eenvoudiger dan het is. De opvangcentra zijn meestal voor vijf jaar open. Daardoor is een opvangcentrum voor minder dan vierhonderd mensen niet rendabel genoeg. Bovendien is er volgens het COA capaciteitsnood waardoor het gedwongen is grotere centra te openen. Staatssecretaris Kalsbeek heeft in maart vorig jaar laten weten dat er gekeken wordt naar de mogelijkheid om opvangcentra twintig jaar open te houden. Voor zo'n periode zou de opvang van twee- tot vierhonderd mensen wel rendabel kunnen zijn.

Goede, zorgvuldige communicatie in het proces is ook een belangrijke factor. Dit geldt zowel voor het COA en de gemeenten, als de media. De informatievoorziening naar bewoners en betrokken partijen moet zo vroeg mogelijk starten. Mogelijke problemen moeten niet verdoezeld worden, maar open en eerlijk worden aangegeven, bekeken en besproken. Het moet ook duidelijk zijn waar mensen met vragen en klachten terecht kunnen. Dit geldt niet alleen tijdens het totstandkomen, maar ook in de jaren erna als het AZC een feit is. Met name de plaatselijke media kunnen worden ingezet bij de informatieverstrekking over de ontwikkelingen binnen het besluitvormingsproces. Het betrekken van de omgeving bij de totstandkoming van de voorziening is erg belangrijk. Ook na de vestiging van het AZC is het belangrijk de omgeving erbij te betrekken. Open dagen, bijeenkomsten en activiteiten waarbij zowel asielzoekers als buurtbewoners betrokken zijn, dragen bij tot een verdere acceptatie. Zoals het voorbeeld in Den Ham aangeeft kunnen ook bewoners in kleine gemeenschappen op een positieve manier samenleven met asielzoekers.

Gülay Çankaya was medewerker communicatie bij het LBR (thans Art.1).

Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 1 / maart 2002.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Mediatheek

De mediatheek van Art.1 is te bezoeken op afspraak.
Neem contact op via het contactformulier of tel. 010 - 201 02 01.


Art.1 is onder meer verbonden aan: