mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Geweigerd!

Geweigerd!

Discriminatie in het uitgaanscentrum van Tilburg
door Edmé Declerq - 01.11.2000

Dossier: Goederen en diensten

Tags: antidiscriminatiebeleid, commissie gelijke behandeling, discriminatie ras, horeca, meldpunten, rechtspraak

Discriminatie in de horeca is een verschijnsel dat al jaren wordt gesignaleerd. Precieze cijfers hierover zijn moeilijk te geven omdat er niet eenduidig wordt geregistreerd door instanties waar deze klachten binnenkomen (zoals Antidiscriminatie Bureaus, politie, justitie). In Tilburg voert het Antidiscriminatie Bureau praktijktesten uit om zicht te krijgen op de omvang van discriminatie in de horeca. De uitkomsten van praktijktesten waren de basis voor gesprekken met de gemeente en de horeca-ondernemers. Naar aanleiding daarvan stelde de gemeente een Meldpunt Horeca in om klachten over het niet toelaten tot uitgaansgelegenheden aan te pakken. Edmé Declerq interviewt de coördinator van het ADB in Tilburg, Coby Katu Bin Mara.

‘Niet voor negers bedoeld’

Wie een indruk wil krijgen van de omvang van disriminatie in de horeca moet putten uit verschillende onvergelijkbare bronnen. Zoals bijvoorbeeld uit ‘Klachten in Beeld’, een rapport dat is gebaseerd op klachtenregistratie van Antidiscriminatie Bureaus die wel met één registratiemethodiek hebben gewerkt. Van de 1855 discriminatieklachten die in 1997 binnen kwamen bij de aan het onderzoek deelnemende ADB’s hebben 75 betrekking op de horeca, dat is 4 procent. Daarvan hadden 62 klachten betrekking op de weigering van de toegang bij discotheken en cafés.

Het is echter heel moeilijk om te bewijzen dat de selectie bij de deur gebaseerd is op kleur en etniciteit. Het is dus maar de vraag of je klacht ook tot iets leidt (bijvoorbeeld tot een veroordeling op grond van het strafrecht of een oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling). De redenen die worden gegeven om iemand niet binnen te laten variëren van "je voldoet niet aan onze kledingcode" tot "je bent geen lid". In ‘Klachten in Beeld’ wordt ook een minder verhullend voorbeeld genoemd: een man uit Zaïre meldde zich bij een discotheek, maar mocht niet naar binnen, want volgens de portier is "het hier niet voor negers bedoeld". Meestal is men echter niet zo ‘eerlijk’.

Praktijktesten

Een van de manieren waarop men probeert om het bewijs rond te krijgen is door het toepassen van praktijktesten. Een groep van allochtone en autochtone jongeren probeert afzonderlijk van elkaar de discotheek binnen te komen. Zij trekken dezelfde kleren aan zodat dat onderscheid in de test wordt geneutraliseerd. Vervolgens worden de reacties vergeleken. Als de allochtone jongeren worden geweigerd vanwege een zogenaamde kledingcode en de autochtone jongeren mogen wel naar binnen, dan is de zaak duidelijk. Toch wordt een dergelijke test niet altijd door de rechter geaccepteerd als bewijs. De praktijktest moet dan ook zeer zorgvuldig worden uitgevoerd, zodat de resultaten van de test echt als officieel bewijsstuk kunnen dienen in een rechtzaak. In 1997 werden vijf horecaklachten waarbij sprake was van weigering bij de deur beoordeeld door de Commissie Gelijke Behandeling. Drie oordelen pakten in het voordeel van de klager uit. In twee gevallen kreeg de klager geen gelijk. Uit de inhoud van deze specifieke zaken blijkt steeds dat een goed uitgevoerde praktijktest zwaar wordt meegewogen in het oordeel. Is de test niet goed of onvolledig uitgevoerd, en zijn er geen andere feiten of bewijzen die duiden op ongelijke behandeling, dan kun je de zaak verliezen. Ook als een zaak wordt opgepakt bij het openbaar Ministerie valt of staat het succes van de klager bij een waterdichte bewijsvoering. Naast de juridische aanpak, kan er ook bestuurlijk worden ingegrepen. De Burgemeester heeft de bevoegdheid om bijvoorbeeld de vergunning van een horecabedrijf in te trekken. Ook dan moet er uiteraard duidelijk sprake zijn van structurele discriminatie.

Gelijk krijgen is moeilijk

Coby Katu Bin Mara, coördinator van het Anti Discriminatie Bureau in Tilburg weet hoe moeilijk het is om als klager gelijk te krijgen. Zij denkt dan ook dat naast de juridische en bestuurlijke maatregelen, samenwerking met de horeca een belangrijke maatregel is tegen discriminatie in deze bedrijfstak. "Als je zicht wil krijgen op het deurbeleid van horecabedrijven, dan kun je het beste samenwerken met de horeca in je gemeente. Als ADB wil je die opgebouwde samenwerking vasthouden. Met een praktijktest kun je je gesprekspartners behoorlijk tegen de haren instrijken omdat zij dat als een motie van wantrouwen beschouwen. Het is geven en nemen. Je wilt als ADB zaken blootleggen maar praktijktesten en strafrechtzaken leveren vaak niet veel op voor de klager. In Tilburg is een samenwerkingsverband tot stand gekomen tussen de gemeente, het ADB, de politie en de plaatselijke horeca. Het balletje is gaan rollen naar aanleiding van signalen van jongeren zelf, die via de pers hun bezorgdheid naar voren brachten. Uit de klachtenregistratie van ADB’s komt duidelijk het beeld naar voren dat er in de horeca wordt gediscrimineerd. Daarom is het ADB verheugd dat de gemeente de signalen van de jongeren serieus neemt." Op verzoek van de verantwoordelijke wethouder heeft het ADB samen met de de JOD (Jongerengroep ‘Open Deur’) het zogenaamde Horecaconvenant bekeken dat in 1997 is afgesloten tussen de gemeente en de locale horeca en vervolgens heeft het ADB aan de wethouder een advies toegestuurd.

De gemeente organiseerde vervolgens een grote conferentie waar het advies is besproken. Het resultaat is dat de aanbevelingen worden verwerkt in het vernieuwde Horecaconvenant dat binnenkort wordt afgesloten en dat er een Meldpunt Horeca is opgericht waar stappers die worden geconfronteerd met discriminatie een klacht in kunnen dienen. Dit jaar is het nog een proef. Daarna wordt bekeken hoe het verder gaat. De initiatiefnemers willen via dit meldpunt en de klachtenregistratie zicht krijgen op het deurbeleid van de horeca. Het bijzondere is dat het meldpunt een samenwerkingsproject is van de gemeente, de politie, de horeca, het OM en het ADB. Het is midden in het uitgaanscentrum gevestigd en ondergebracht bij de toezichtspost. De toezichthouders (een soort stadswachten) informeren de jongeren over de doelstellingen van het meldpunt en helpen hen bij het invullen van het klachtenformulier. Het ADB Tilburg heeft speciale bijeenkomsten georganiseerd voor de toezichthouders om hen voor te bereiden op deze taak.

Zijn er al veel klachten binnengekomen?
"Vrijdag 31 maart 2000 werd het meldpunt Horeca officieel geopend door de Wethouder. De laatste tussenstand is verschenen op 18 september. Toen was de stand 26 klachten waarvan 5 niet gegrond zijn (3 klachten hadden betrekking op openingstijden en 2 hadden duidelijk geen discriminatoir karakter). De rest van de klachten is arbitrair. Het ging bijvoorbeeld om weigering wegens verkeerde kleding, waarbij toch sprake zou kunnen zijn van discriminatie. Opmerkelijk is trouwens dat acht klachten door allochtonen en achttien door autochtonen werden ingediend."

Acht allochtonen in een kleine zes maanden? Het valt dus wel mee met de horecadiscriminatie in Tilburg...
"Dat zou je kunnen zeggen. Maar er moet rekening mee worden gehouden dat men niet zo snel een klacht indient. Wat ook een vertekend beeld geeft is het volgende. Allochtonen die al eens vernederd zijn bij de deur van een discotheek komen daar niet meer terug, maar dienen vaak ook geen klacht in. Het aantal incidenten neemt af en het toch al lage aantal allochtonen dat klaagde wordt nog minder. Het feit dat er niet wordt geklaagd mag dan ook niet zomaar worden uitgelegd als een teken dat er niet wordt gediscrimineerd."

Waarom dienen jongeren dan geen klacht in? Op die manier krijg je toch nooit zicht op het probleem?
"Daar heb je gelijk in. Jongeren hebben een eigen verantwoordelijkheid en wij stimuleren hen dan ook om wel een klacht in te dienen of om aangifte te doen, zodat beleidsmakers meer inzicht krijgen in de praktijk. Of het wat oplevert voor de jongere zelf is echter maar de vraag. Jongeren hebben vaak het gevoel dat klagen toch niet helpt. Dat er toch niets met hun signaal wordt gedaan. Dat begrijp ik wel. Het wrange is dat zij in zekere zin ook wel gelijk hebben. Uitspraken pakken vaak in het nadeel van de klager uit wegens gebrek aan bewijs. Dan komen we weer terug bij de zeer lastige bewijsvoering. Daarom juich ik het toe dat de gemeente Tilburg de signalen serieus heeft genomen en deze vergaande maatregelen heeft genomen. Als jongeren gedemotiveerd raken houd ik ze dat ook voor: zie je wel, signalen van jongeren worden soms echt wel opgepakt. Toch kan ik niet ontkennen dat ik net als de allochtone stappers ook wel eens wat sceptisch ben. Als allochtone jongeren zich in bepaalde gelegenheden niet welkom voelen, zoeken zij hun eigen uitgaansplekken. Je ziet nu ook dat sommige discotheken populair zijn bij allochtonen, omdat ze daar zonder problemen binnenkomen. Ik roep wel eens tegen de politici en ambtenaren dat de bedoelingen wel goed zijn maar dat we door de werkelijkheid worden ingehaald. Het zou toch zonde zijn als er nu na de huisvesting en het onderwijs ook al segregatie ontstaat in het uitgaansleven. Daarom hoop ik dat het Tilburgse experiment slaagt en dat we met de maatregelen een positieve invloed kunnen uitoefenen op het deurbeleid van de Tilburgse horeca."

Uit het oordelenoverzicht van de Commissie Gelijke Behandeling:

Oordeel 1997-62:
Verzoekster heeft bij de wederpartij een praktijktest uitgevoerd waarbij een allochtone en een autochtone groep jongeren kort na elkaar hebben getracht toegang te krijgen tot de discotheek van de wederpartij. De allochtone jongeren werd de toegang geweigerd, omdat zij niet in het bezit waren van een ledenkaart. De groep autochtone jongeren heeft vervolgens niet meer getracht de toegang te verkrijgen. Omdat de portiers bij deze weigering niet hebben aangegeven hoe een ledenkaart verkregen kon worden, is volgens verzoekster onderscheid gemaakt op grond van ras. De Commissie oordeelt dat, nu de groep autochtone jongeren de praktijktest niet heeft uitgevoerd, niet vastgesteld kan worden of er daadwerkelijk sprake is van onderscheid op grond van ras. Verzoekster heeft kort voor de zitting aanvullend bewijs aangeboden op grond waarvan het onderzoek zal worden voortgezet.

Oordeel 1997-133:
Verzoekster heeft bij de wederpartij een praktijktest uitgevoerd waarbij een allochtone en een autochtone groep jongeren kort na elkaar hebben getracht toegang te krijgen tot de discotheek van de wederpartij. De leden van de allochtone groep werd de toegang geweigerd, omdat zij niet in het bezit waren van een lidmaatschapskaart. De leden van de autochtone groep werden zonder vertoon van een lidmaatschapskaart toegelaten. De Commissie stelt op grond van onweersproken verklaringen vast dat beide groepen wat betreft leeftijd, uiterlijk en houding vergelijkbaar waren. Voorts stelt de Commissie vast dat geen van beide groepen in het bezit waren van een lidmaatschapskaart, zodat lidmaatschap niet als selectiecriterium is gehanteerd. Aangezien de door de wederpartij aangevoerde reden geen verklaring oplevert voor het weigeren van de allochtone groep jongeren, oordeelt de Commissie dat de wederpartij een verboden onderscheid naar ras heeft gemaakt.

Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 0 / november 2000.

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires

Art.1 is onder meer verbonden aan: