Column in Contrast door Meindert Fennema
Hoe slecht was het Nederlandse minderhedenbeleid?
door Meindert Fennema
Activiteit: Anton de Kom-lezing
Twee jaar geleden gooide de in Duitsland werkzame Nederlandse politicoloog Ruud Koopmans een steen in de politieke vijver van Nederland door te beweren dat het goedbedoelde migrantenbeleid in Nederland de migranten alleen maar van de wal in de sloot had geholpen. "Zachte heelmeesters" schreef hij toen in het Tijdschrift voor Migrantenstudies. In reactie op een WRR rapport beweerde hij dat de allochtonen in Duitsland het veel beter doen dan de allochtonen in Nederland. Zij maken minder gebruik van de bijstand, zitten minder vaak in de gevangenis en verlaten de scholen veel vaker met een diploma op zak. In Duitsland is het werkloosheidspercentage slechts twee maal zo hoog als het werkloosheidspercentage onder autochtonen, terwijl dat percentage in Nederland vier keer zo hoog als onder autochtonen.
Er zijn destijds nogal wat reacties gekomen op dat artikel. Zelf schreef ik een stuk waarin ik beweerde dat het minderhedenbeleid in Nederland zich vooral op het terrein van het sociale beleid had afgespeeld. Dat minderhedenbeleid van "integratie met behoud van eigen cultuur" heeft de vorming van etnische gemeenschappen bevorderd. En uit het onderzoek dat ik met Jean Tillie heb opgezet blijkt dat goed georganiseerde etnische gemeenschap een positieve invloed op de politieke participatie en het politiek vertrouwen van haar leden. Sociaal beleid gericht op ondersteuning van de etnische gemeenschap versterkt het sociaal kapitaal van de groep. Een dergelijk sociaal beleid (door Koopmans als "verzuild denken" aangeduid) heeft dus op het terrein van de politieke integratie goede resultaten geboekt. In een recent artikel in het vakblad voor politicologen Acta Politica wordt dat nu ook door Koopmans toegegeven. Hij schrijft daarin, samen met Thom Duyvené de Wit: "Onze onderzoeksresultaten bevestigen de verwachting dat het Nederlandse en Britse burgerschapsmodel de politieke eisen van etnische minderheden duidelijker zichtbaar maakt en daardoor een matigende invloed heeft op hun politieke activiteiten. Bovendien worden door een pluralistisch minderhedenbeleid de politieke activiteiten van die minderheden meer op het land van vestiging gericht dan op het land van herkomst, zoals in Duitsland het geval is." Vooral interessant is de conclusie van Duyvené de Wit en Koopmans dat tussen 1992 en 1999 het geweldadig protest van etnische minderheden in Duitsland twee keer zo hoog is geweest als in Nederland, en in Engeland zelfs drie keer zo hoog.
In het debat over de vergelijking Duitsland Nederland dat op 22 mei jongstleden in het verzetsmuseum in Amsterdam is gehouden laat de Duitse migratiedeskundige Rudolf Leiprecht ook niet veel heel van de stelling dat migranten het op Duitse scholen beter doen dan op Nederlandse scholen. De gegevens die Koopmans gebruikte om zijn stelling te onderbouwen dat migranten het in Duitsland op school beter doen dan in Nederland ontleende hij aan een onderzoek uit 2000 waarvan de onderzoekers zelf beweren dat de Nederlandse steekproeftrekking onbetrouwbaar is geweest. Zo onbetrouwbaar zelfs dat Nederland in de vergelijkende studie uit 2000 is weggelaten. Een herhaling van die studie uit 2003, waarin de Nederlandse steekproef aanzienlijk verbeterd is, wijst in een heel andere richting. Weliswaar blijkt uit die studie dat migrantenjongeren als het gaat om wiskundige vaardigheden in alle landen lager scoren dan gemiddeld, maar Duitse migrantenjongeren zitten beduidend verder onder het gemiddelde dan Nederlandse migrantenjongeren.
Dat allochtonen in Nederland vaker in de gevangenis zitten dan in Duitsland heeft waarschijnlijk meer te maken met het feit dat Nederlands bij uitstek het drugsdoorvoerland van Europa is. 65 procent van de gevangenen in Nederland zijn veroordeeld voor aan de drugshandel gerelateerde misdaden. En allochtonen spelen in die drugshandel een grote rol.
Blijft het feit dat in Duitsland de werkloosheid onder migranten beduidend lager ligt dan in Nederland. Ligt dat dan aan het gevoerde migrantenbeleid? Dat is niet waarschijnlijk. Weliswaar wijst Koopmans op de Wet Evenredige Arbeidsparticipatie (SAMEN) uit 1994, maar die wet is nauwelijke toegepast en uiteindelijke ook afgeschaft. Het ligt veel meer voor de hand om de hoge werkloosheid onder migranten te verklaren door de economische herstructurering die in Nederland veel eerder is ingezet en die de industrieën waar veel migranten werkzaam waren onevenrechtig zwaar getroffen heeft. Maar die economische herstructurering staat nu ook Duitsland te wachten en de kans dat in de nabije toekomst de werkloosheid onder migranten in Duitsland sterk zal stijgen is daarom levensgroot.
Van Koopmans stelling dat het minderhedenbeleid in Nederland alleen maar averechtse effecten heeft gehad blijft dus niet veel over. Toch zal dat de huidige politici er niet van weerhouden dat "softe" minderhedenbeleid verder te ontmantelen. De nadelige effecten daarvan zullen we op termijn ervaren in de vorm van een grotere mate van geweld zowel van autochtone als van allochtone kant. Maar tegen die tijd zitten de huidige politici allang in een fijne wachtgeldregeling.






