mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Dossiers / Kies voor kwaliteit in..

Kies voor kwaliteit in plaats van onderscheid

Advies Onderwijsraad juridisch niet sluitend
door Marjan Möhle en Joost van der Vlist - 18.05.2005

Dossier: Onderwijs

Tags: discriminatie ras, onderwijs, schoolkeuze, segregatie, spreidingsbeleid

Scholen en gemeenten zijn op zoek naar mogelijkheden om segregatie in het onderwijs en achterstanden bij leerlingen tegen te gaan. De Onderwijsraad probeert in het advies aan de regering "Bakens voor spreiding en integratie" deze zaken te koppelen. In het advies staan zinnige beschouwingen over het tegengaan van segregatie en achterstand. Maar om effectief beleid te ontwikkelen en discriminatie van individuele leerlingen en ouders te voorkomen moeten er heldere en duidelijke keuzes worden gemaakt. Daarin schiet het rapport naar mening van het LBR (nu Art.1) tekort.

De Onderwijsraad maakt zonder voorbehoud duidelijk dat het maken van direct onderscheid op grond van afkomst of etniciteit juridisch onhoudbaar is, ook wanneer het gaat om maatregelen die bedoeld zijn om onderwijssegregatie tegen te gaan. De Onderwijsraad prijst om die reden terecht maatregelen aan die gericht zijn op het ondersteunen van vrijwillige initiatieven van allochtone én autochtone ouders die hun kinderen gezamenlijk op een witte, respectievelijk zwarte, school aanmelden. Goed is ook dat de Onderwijsraad pleit voor het stoppen van de groei van witte scholen, en voor een inperking van wachtlijsten door het instellen van een minimumleeftijd waarop leerlingen ingeschreven kunnen worden. Het is jammer dat de Onderwijsraad het LBR-advies voor een maximum hoogte van schoolgelden niet heeft overgenomen.

De Onderwijsraad wijst direct onderscheid op grond van afkomst of etniciteit af maar ziet wel mogelijkheden voor het spreiden van leerlingen, autochtoon én allochtoon, op basis van (taal)achterstand indien daar een wettelijk kader voor geschapen is. Het LBR (nu Art.1) vindt het zinvol om het belangrijke criterium van onderwijsachterstand in de discussie te betrekken, maar plaatst vraagtekens bij de wijze waarop de Onderwijsraad dat doet. Zo worden factoren die voor het tegengaan van onderwijsachterstand vele malen belangrijker zijn dan de samenstelling van de klas (leermethodes, gemotiveerd personeel, kwaliteit van het onderwijs) niet genoemd. Daarnaast doet de manier waarop de Raad spreiding op grond van achterstand wil uitvoeren, namelijk op basis van de gewichtenregeling, onvoldoende recht aan de individuele kwaliteiten van leerlingen en de gezinnen waaruit zij afkomstig zijn.

Onderscheid

Het spreiden van leerlingen op grond van (taal)achterstand zoals voorgesteld door de Onderwijsraad leidt tot ongeoorloofd onderscheid. De maatregel treft namelijk met name allochtonen, omdat in de huidige gewichtenregeling (op basis waarvan achterstand wordt vastgesteld) onder meer onderscheid wordt gemaakt naar etniciteit (direct onderscheid).
Door zich met name te richten op begrippen die verwijzen naar etniciteit, komt naar voren dat de eigenlijke doelstelling van het beleid niet achterstandsbestrijding is maar een integratie c.q. desegregatiebeleid. Daarnaast kan gesteld worden dat als men achterstandsbestrijding wel als de doelstelling ziet –maar geen gebruik maakt van de huidige gewichtenregeling- de maatregel niet passend en noodzakelijk is (zie toelichting) en zodoende niet toegepast kan worden in het geval deze tot indirect onderscheid leidt.

Conclusie

De Onderwijsraad heeft terecht duidelijk gemaakt dat het maken van onderscheid op grond van afkomst om segregatie tegen te gaan juridisch niet houdbaar is. Door echter nog wel de mogelijkheid open te houden voor spreidingsbeleid op basis van (taal)achterstanden geeft de Raad scholen en gemeenten de ruimte om te gaan experimenteren met spreidingsbeleid terwijl er weinig bekend is over de effectiviteit van dit beleid. Door gebruik te maken van een gewichtenregeling die verwijst naar etniciteit is er zelfs sprake van direct onderscheid. Volgens het LBR is dit beleid juridisch niet haalbaar en leidt daarnaast tot bureaucratie en onnodige generalisatie. Zowel voor het bestrijden van achterstanden als voor het tegengaan van segregatie zijn er alternatieve maatregelen waarbij er geen onderscheid gemaakt wordt. Een aantal hiervan (minimumleeftijd voor inschrijving, beperking groei witte scholen, ondersteunen van vrijwillige initiatieven) wordt door de Onderwijsraad zelf genoemd. Daarnaast vindt het LBR het van belang dat er een maximum hoogte van de ouderbijdrage is.
Uiteindelijk zou één factor doorslaggevend moeten zijn, zowel bij het effectief bestrijden van achterstanden als bij het overtuigen van ouders om voor een bepaalde school te kiezen, en dat is kwaliteit!

Voor meer informatie:
Art.1, Marjan Möhle tel. 010-2010201 of e-mail.

Marjan Möhle is beleidsadviseur onderwijs bij Art.1.
Joost van der Vlist was juridisch beleidsadviseur bij het LBR (nu Art.1).

Toelichting bij onderscheid

Er zijn twee vormen van onderscheid: Deze zijn direct en indirect onderscheid. Elke vorm van direct onderscheid is op grond van de Nederlandse wetgeving verboden. Ingevolge de gelijkebehandelingswetgeving kan het maken van indirect onderscheid onder omstandigheden wel zijn gerechtvaardigd. In dat geval dient de partij die mogelijk onderscheid heeft gemaakt feiten aan te dragen ter rechtvaardiging hiervan. Of in een concreet geval sprake is van objectieve rechtvaardiging moet worden nagegaan aan de hand van een beoordeling van het doel en het middel dat voor het bereiken van dit doel is ingezet.
Het doel dient legitiem te zijn, in de zin van voldoende zwaarwegend dan wel te beantwoorden aan een werkelijke behoefte. Een legitiem doel vereist voorts dat er geen sprake is van een discriminerend oogmerk.
Het middel dat wordt gehanteerd moet passend en noodzakelijk zijn. Een middel is passend indien het geschikt is om het beoogde doel te bereiken. Het middel is noodzakelijk indien het doel niet kan worden bereikt met een middel dat niet leidt tot onderscheid, althans minder bezwaarlijk is, en het middel in evenredige verhouding staat tot het doel.
Pas als aan al deze voorwaarden is voldaan levert indirect onderscheid geen strijd op met de gelijkebehandelingswetgeving.

De Onderwijsraad geeft in haar rapport aan dat er weinig onderzoek is dat aantoont dat bepaalde spreidingsmaatregelen een bijdrage leveren aan integratie of aan het verbeteren van onderwijsprestaties van minderheden en achterstandsleerlingen (niet passend).
Het is daarom jammer dat de Raad geen aandacht heeft voor factoren die wel aantoonbaar invloed hebben op de onderwijsontwikkeling van leerlingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om zaken als de kwaliteit en het gemotiveerd zijn van directie en leraren, bepaalde (taal)lesmethodes die goede resultaten bereiken en de grootte van de klassen. Daarnaast zijn er ook nog mechanismen in het onderwijs werkzaam die bijdragen aan segregatie, zoals bijvoorbeeld hoge ouderbijdragen, en wachtlijsten op witte scholen door vroege inschrijvingen. Het is pas mogelijk om maatregelen te treffen die tot (indirect) onderscheid leiden, als is aangetoond dat de maatregelen die niet tot (indirect) onderscheid leiden, geen effect hebben (niet noodzakelijk).

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 zoekt stagiaires

Art.1 is onder meer verbonden aan: