Strijd tegen racisme kent geen vrije dagen
Interview met Tahar Ben Jelloun
Activiteit: Anton de Kom-lezing
Op 1 juli, de dag waarop de afschaffing van de slavernij in Nederland wordt herdacht, gaf de Marokkaanse schrijver Tahar Ben Jelloun de LBR-lezing over 'Leren samen leven'. Na de lezing ging het publiek met hem daarover in discussie. Na afloop interviewde Kees van der Does de schrijver over zijn ideeën.
In de zaaldiscussie na Tahar Ben Jelloun's 1-juli lezing Apprendre à vivre ensemble (Leren samen leven), ontstond een levendige uitwisseling van gedachten en ervaringen tussen de schrijver en migranten in Nederland. Het publiek bij de lezing bestond voor een groot deel uit (jonge) Marokkanen en Turken, die actief deelnamen aan het debat. Het feit dat iemand 'van buiten' met hetzelfde verhaal kwam als datgene wat de in Nederland wonende 'specialisten' altijd zeggen, kon maar één ding betekenen: racisme bestaat en moet met alle kracht bestreden worden. Een van de conclusies uit Ben Jelloun's lezing was, dat we ons in Nederland gelukkig kunnen prijzen, omdat hier meer bestrijdingsmogelijkheden zijn dan in Frankrijk en omdat de acceptatie van migranten hier groter is. Ben Jelloun's belangrijkste advies was: gebruik het onderwijs, zowel thuis als op school, om racisme tegen te gaan.
Er is nog slavernij omdat de mens dat wil
In zijn lezing ging Ben Jelloun in op de geschiedenis van de slavernij, van de oorsprong van de mens tot nu toe. De mens wil de ander overheersen, stelde Ben Jelloun. Nu de slavernij officieel is afgeschaft moet men erkennen dat deze wens nog altijd bestaat, en dat men attent moet blijven op tekenen ervan. Wat is de tegenwoordige mensensmokkel anders dan de slavenhandel van Afrika naar Amerika in de zeventiende eeuw? Er is nog slavernij omdat de mens dat wil.
Zo kun je ook zeggen dat racisme nog bestaat omdat de mens dat wil. Racisme wordt gevoed door de ongelijkheid die door mensen wordt geschapen. En als het eenmaal ontstaat, vindt het redenen genoeg om zich te ontwikkelen en verspreiden.
Racisme komt voort uit onwetendheid. Daarom moeten we, zonder ophouden, elke dag opnieuw de vormen waarin het racisme zich manifesteert herkennen en bestrijden.
Pseudo-integratie
In de zaaldiscussie na de lezing sprak Ben Jelloun vanuit zijn ervaringen in Frankrijk, soms ook over zijn persoonlijke ervaringen. In Frankrijk was de aanwezigheid van immigranten lange tijd een onbesproken onderwerp. Pas vanaf 1975 ontwikkelde de regering een immigratiebeleid. Vervolgens werden de immigranten getolereerd, maar niet geaccepteerd door de Franse samenleving. Ze woonden in Frankrijk, maar letterlijk en figuurlijk aan de rand van de maatschappij. Er werd niet gesproken over immigratie, inburgering of integratie. Het feit dat, als iemand de Franse nationaliteit verkrijgt, hij tevens als Fransman wordt beschouwd, droeg misschien hiertoe bij. Daardoor was het officieel niet meer nodig zich met integratie te bemoeien. Maar het is een pseudo-integratie, want als een migrant Fransman wordt, moet hij de Franse cultuur accepteren, alsof hij daarvoor geen cultuur had. Dit riekt naar assimilatie: het ontkennen van de eigen wortels om in een gekozen maatschappij te integreren.
Volgens Ben Jelloun wordt in Engeland, Duitsland en Nederland een andere politiek gevolgd. Daar wordt de immigrant als individu erkend en blijft hij deel uitmaken van zijn gemeenschap: de Indiase, de Turkse of de Marokkaanse. De regeringen van deze landen hebben ook een officiële immigratiepolitiek ontwikkeld.
Reacties na 11 september
Volgens een enquête van het Europees Waarnemingscentrum tegen Racisme in Wenen waren er in Frankrijk naar aanleiding van 11 september veel minder reacties tegen migranten in Nederland. Bent u het daarmee eens?
Hoewel de islam de tweede godsdienst in Frankrijk is, ontmoeten moslims veel vooroordelen. Op straat, in cafés en in het publieke debat worden zij constant met de vinger nagewezen. Dat is sinds de aanslagen niet verergerd. Maar dat jonge Algerijnen tijdens de wedstrijd Frankrijk - Algerije het Franse volkslied overstemden is een teken dat de integratie niet gelukt is.
U vertelde dat er weinig journalisten afkomstig uit migrantengroepen in Frankrijk actief zijn. Heeft dat invloed gehad op de berichtgeving over de gevolgen van de aanslagen?
De journalisten in Frankrijk hebben geprobeerd de gebeurtenissen en hun gevolgen voor de migrantengemeenschap te begrijpen. Daarbij is duidelijk onderscheid gemaakt tussen migranten en terroristen, ondanks het feit dat Bin Laden volgelingen in Frankrijk heeft gerekruteerd. En moslims hebben op radio en televisie gesproken om angst weg te nemen.
Voor een geslaagde integratie zou zowel aan de migranten als aan het ontvangende land een inspanning moeten worden gevraagd. Wat zijn daarvoor de gevolgen van 11 september?
Samen leven of samenleven is een programma voor het leven. Wat er ook gebeurt, we zijn er allemaal bij betrokken en moeten tot wederzijds begrip komen. Daarvoor moeten dialogen gestart worden en moet een nieuw beleid komen voor de migranten en hun kinderen, die geen migrant meer zijn. Europa zal geen wit werelddeel zijn, maar min of meer gekleurd. Deze realiteit moet worden erkend, en de beste maatregelen moeten worden getroffen om hiernaar te leven.
Alert blijven
Wat denkt u van tolerantie?
Je kunt gemakkelijk zeggen dat je tolerant moet zijn. Passieve tolerantie is fout. Tolerantie betekent alert blijven. Het betekent accepteren dat de ander anders is en hem toch respecteren. Maar je moet niet alles accepteren. Als iemand neonazi is, moet hij bestreden worden. Intolerantie van racisme en fascisme is noodzakelijk. We moeten ons beraden bij ons geweten: dat is de maat voor tolerantie en intolerantie.
In Nederland zijn er op dit moment geen rechts-extreme partijen actief in de politiek. Maar het lijkt alsof hun ideeëngoed en de slogans door andere partijen worden overgenomen. Wat denkt u daarvan?
Extreemrechts probeert zijn racistische ideeën tot gemeengoed te laten worden en andere partijen voor zijn karretje te spannen. De rechtse partijen zoeken soms hun ideeën in de extreemrechtse hoek, vooral als het gaat om immigratie.
U was journalist voor Le Monde, en u legt de nadruk op het belang van de media voor de integratie van de immigranten. Zijn er in de redacties van de grote landelijke bladen in Frankrijk journalisten, die afkomstig zijn uit de immigrantengroepen?
Ik was de eerste Arabier, en in ieder geval de eerste Noord-Afrikaan, die in Le Monde heeft geschreven. Vanaf 1973 heb ik veel, en in volkomen vrijheid kunnen schrijven. Maar de laatste jaren is de situatie veranderd. In de redactie van de grote kranten zijn geen immigrantenjournalisten, in ieder geval niet op belangrijke plaatsen. Bij France 2, de publieke televisie is er slechts één Arabische journalist, Rachid Ahrab, die politieke programma's mag doen. Maar hij is een uitzondering.
U heeft hier journalisten en ook schrijvers ontmoet die afkomstig zijn uit de immigrantengroepen. Hoe belangrijk is het hen te stimuleren om te schrijven? En bestaan er mogelijkheden voor deze journalisten en schrijvers om met collega's in andere landen ervaringen uit te wisselen?
Doorgaan met schrijven en uitwisselen van ideeën zijn belangrijke zaken. Maar er is in Europa geen immigrantenlobby, geen pressiegroep bestaande uit intellectuelen, schrijvers en journalisten afkomstig uit migrantengroepen.
Strijd tegen racisme kent geen vrije dagen
Belangrijk, ook voor u, is het onderwijs. Hoe herken je discriminatie en racisme, en hoe kun je dat bestrijden. U zegt nadrukkelijk dat je geen aparte lessen racismebestrijding moet geven, maar dat het bestrijden van racisme in alle lessen moet gebeuren.
Onderwijs is de basis. Lesgeven in omgangsregels moet normaal zijn, dat gaat alle lessen aan. Het bestrijden van discriminatie moet voortdurend op het lesrooster staan. We moeten ons deze strijd eigen maken en op die manier leven. We moeten dat elke dag aan onze kinderen vertellen en uitleggen. Het uitleggen begint op school, wordt voortgezet in het gezin en verder in de media. De strijd tegen het racisme kent geen rust, vrije dagen of vakantie. Het moet een reflex worden.
In Nederland bestaat het beleid van het Onderwijs in Allochtone Levende Talen vanaf het basisonderwijs. Een goed idee, maar dat in de praktijk veel problemen oplevert, omdat er te weinig leraren zijn.
Onderwijs in de moedertaal is noodzakelijk. In Frankrijk beklaagt men zich ook over de bestaande grote achterstand. Het inlopen daarvan gaat te langzaam, omdat er te weinig leraren zijn, maar ook te weinig goede wil en geen pedagogie. Er is hier nog veel te doen.
Immigranten zijn in Nederland vrij om culturele of religieuze verenigingen op te richten, en om deel te nemen in de politiek. Voor sommigen betekent dit een soort afscheiding door de migrantengemeenschappen, een in-zichzelf-keren, en het zou een beperking betekenen voor hun integratie. Wat denkt u daarvan?
Zich verenigen om zichzelf beter te leren kennen is een goede zaak. Vrij te zijn om verenigingen op te richten is belangrijk, want men moet zijn oorsprong niet vergeten of verdoezelen. Wat gevaarlijk is, is zich vervolgens te isoleren van de maatschappij. De weg van de integratie is en blijft lang.
Maar aan de andere kant moeten de Europese burgers de aanwezigheid van immigranten accepteren. Je mag niet alle inspanning vragen aan immigranten, en niets aan hen die immigranten ontvangen.
Het uiteindelijke doel is tenslotte te komen tot een maatschappij die het resultaat is van een vermenging van verschillende culturele identiteiten. Daarom moet zij openstaan voor de ideeën van anderen. En de mensen in die maatschappij moeten met de ander willen leven, ofwel willen leren samen te leven.
Drs. K. van der Does is documentalist bij het LBR (nu Art.1)
<hr>
Tahar Ben Jelloun werd geboren in Marokko en gaat in Fez naar school. In 1971 vertrekt hij wegens de politieke toestand in Marokko naar Parijs om daar zijn studie af te maken. Ben Jelloun werkt daar als journalist en analyseert de situatie van de immigranten in Frankrijk. Hij schrijft ook gedichten, en in 1973 verschijnt zijn eerste roman, Harrouda. Deze heeft, net als de daarop volgenden, succes bij het grote publiek. In 1987 wint Ben Jelloun de prestigieuze Prix Goncourt.
In 1997 doet hij mee aan een demonstratie tegen de wet Debré die de komst van immigranten en hun familie naar Frankrijk aan banden moest leggen. Daarop besluit hij een boek over racisme te schrijven, dat voor iedereen begrijpelijk moet zijn. Hij schrijft het voor zijn dochter Mériem, die toen 10 jaar oud was. Dit boekje 'Le racisme expliqué à ma fille' kende een groot succes in Frankrijk en werd in veel talen vertaald. Ook in het Nederlands, onder de titel 'Pappa, wat is een vreemdeling?' (Uitgeverij De Geus, 2000).
Sindsdien reist de schrijver door Frankrijk en de wereld om met jongeren te praten over wat zij van het boekje denken, en om ervaringen te delen. Deze discussies zijn in een annex van de latere drukken bijgevoegd. Jammer genoeg niet in de Nederlandse uitgave.
<hr>
Dit artikel is verschenen in Zebra-Magazine 4/ december 2001
Zie ook:






