Column Inçaf Boughaba: Marokkaanse bevrijders?
Ruim 70.000 man die kun je niet zomaar wegstoppen
Activiteit: Anton de Kom-lezing
Inçaf Boughaba vertelt waarom zij dit onbekende deel van de geschiedenis voor het voetlicht wil brengen.
Een paar jaar terug was ik op vakantie in Marokko. Op een binnenplaats sprak ik met een vriendin over Nederland. Vlak naast me hoorde ik een bejaarde man zuchtend zeggen oooh Hollanda. Ik vroeg hem of hij daar ooit was geweest. Ja zei hij, in de tijd van Hitler, ik vocht daar tegen de Duitsers. Met ongeloof hoorde ik zijn verhaal, ik was toen 18 jaar en zolang leefde ik in Nederland. Ik wist wat dodenherdenking was en wat bevrijdingsdag was, maar hoorde nooit iets over Marokkanen die mee hebben gevochten. Met trots sprak hij over zijn rol, en met triest denkend aan de mensen die hun leven hebben verloren, wat oorlog met zich meebrengt. Eén slachtoffer is al te veel, zei hij.
Door de drukke zomer had ik de neiging om zijn verhaal te vergeten, totdat ik vijf jaar later op het Franse nieuws zag hoe Marokkanen werden herdacht samen met de vrije Fransen destijds onder leiding van Charles de Gaulle. Ik liep er al een tijdje mee, maar laatst las ik een artikel over Marokkanen die begraven lagen in Kapelle, de militaire Franse begraafplaats. Een verslag dat een Marokkaan, dhr. Achahboun, schreef. Hij bezocht ook de begraafplaats, maar de aandacht die hij kreeg was gering. In mijn directe omgeving wist niemand hier wat van. Ik kon me ook niet herinneren dat ik informatie had doorgekregen in al de geschiedenislessen die ik op school kreeg. Ruim 70.000 mannen die kun je niet zomaar wegstoppen.
Ik ben geïnspireerd door dhr. Achahboun en ik voel het als een plicht om hen te herdenken die bijna vergeten zijn. Ik wil de Marokkaanse jongeren van het feit bewust maken en van het gezamenlijke dat we delen met Nederland. Ze ervan bewust maken dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, dat we met zijn allen de slachtoffers herdenken. Dat we best trots mogen zijn op de Marokkaanse geschiedenis, een volk dat weet hoe hij moet vechten voor zijn vrijheid en de vrijheid van anderen.
Inçaf Boughaba, 3 mei 2003






