mail a friend

english flag  german flag  french flag  spanish flag

Activiteiten / Marokkanen in de Tweede.. / Tekst lezing Mohamed..

Tekst lezing Mohamed Achahboun

Activiteit: Anton de Kom-lezing

Tags: etnische minderheden, tweede wereldoorlog

Mohamed Achahboun - Marokkanen in de Tweede Wereldoorlog

3 mei 2003
Laurenskerk Rotterdam

Dames en heren, goedemiddag.

Ook dit jaar herdenken wij, Nederlanders de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Dat doen wij in Nederland ieder jaar op 4 mei. Dan herdenken wij de Tweede Wereldoorlog die 58 jaar geleden is afgelopen en die aan meer dan 57 miljoen mensen het leven heeft gekost. In bijna alle landen van de wereld was het conflict voelbaar.

Overmorgen, 5 mei is de dag van de bevrijding. Deze dag wordt uitbundig gevierd.

Maar nu is het tijd bij het verleden stil te staan. Bij een minder bekend onderdeel; de rol van de Marokkanen in de Tweede Wereldoorlog, want ook Marokkanen hebben gevochten voor de bevrijding van Europa.

Weinig mensen weten dat op verschillende plaatsen in Nederland, met name op de Franse militaire begraafplaats in Kapelle Biezelinge te Zeeland een aantal in de tweede wereldoorlog gesneuvelde Marokkaanse militairen liggen begraven. Bij het herdenken van de slachtoffers en bij het vieren van de bevrijding is het goed aandacht aan de rol van de Marokkaanse soldaten te besteden.

Marokko heeft op twee manieren bijgedragen aan de strijd tegen het Nazi-regime.

Marokkaanse soldaten hebben meegevochten in het Franse leger.
Churchil en Eisenhower hebben op de Anfa-conferentie in Casablanca in 1943 Sultan Mohamed V gevraagd om zijn speciale eenheid van soldaten ter beschikking te stellen aan de geallieerde strijdkrachten. Deze speciaal getrainde troepen konden ongezien en ongehoord in een vijandelijk gebied binnendringen. Zij waren ook gespecialiseerd in gevechten in de bergen. Deze speciale eenheid bleek later nodig te zijn bij de gevechten rondom het Monte Cassino-gebergte.
Ik zal beginnen met de rol van de Marokkaanse soldaten in het Franse leger.

Het is een historisch feit dat Marokkanen hebben meegevochten voor de bevrijding van Europa en dus ook voor de bevrijding van Nederland in 1945. In de Nederlandse, Europese en Marokkaanse geschiedschrijving staat weinig vermeld over het aandeel van de Marokkanen in de Tweede Wereldoorlog. Een mogelijke verklaring geeft Wim Klinkert. Hij schrijft "Lange tijd is de geschiedschrijving van enerzijds de oorlog in Europa nadrukkelijk bepaald door Europeanen en Amerikanen terwijl anderzijds de geschiedschrijving van Marokko in het teken stond van de onafhankelijkheidsstrijd. De inzet van de Marokkanen in Europa viel zodoende tussen wal en schip."

Marokko had in de periode van de Tweede Wereldoorlog een protectoraatsverdrag met Frankrijk. Door dit verdrag bleven de reguliere Marokkaanse strijdkrachten onder het formeel bevel van Sultan Mohammed V. De generaalsrangen werden echter bekleed door officieren met de Franse nationaliteit. De Marokkaanse eenheden vielen onder Franse gezagsvoering en werden daardoor gezien als onderdeel van het Franse leger.

Een goed voorbeeld is het bijzondere verhaal van Moughit Ben Daoud. Moughit Ben Daoud is een Marokkaanse oorlogsveteraan die ook in Nederland heeft gevochten. Hij is in 1921 in de provincie Taza in het Noorden van Marokko geboren. Hij is nu 82 jaar oud.

Op 19-jarige leeftijd werd hij beroepsmilitair in het Franse leger. Hij heeft twee keer aan de oorlog deelgenomen. Eerst in het begin van de oorlog in 1939 onder andere in Zeeland en daarna van 1943 tot het einde van de oorlog in Tunesië Sicilië, Etna, Elba, Corsica, Normandië, Franse vasteland en in Duitsland. Ben Daoud was sergeant in één van de drie divisies, waarin in totaal 30.000 man zaten die allemaal van Marokkaanse afkomst waren. Deze drie divisies hebben in Zeeland in de vuurlinie tegen de Duitsers hebben gevochten.
Ben Daoud woont in zijn geboortestad Taza in Marokko. In 2002 heeft hij een bezoek gebracht aan Nederland gebracht, toen heeft hij deelgenomen aan de dodenherdenking op 4 mei.

Moughit Ben Daoud groeide op in een gezin dat bestond uit vader, moeder, vier jongens en vier meisjes. Hij was 19 jaar oud toen hij beroepsmilitair werd. In die tijd stond Marokko onder protectoraat van Frankrijk. Sultan Mohammed V kreeg van Frankrijk het verzoek om zoveel mogelijk Marokkanen te laten toetreden tot het Franse leger. Als tegenprestatie beloofde Frankrijk, dat Marokko na de oorlog onafhankelijk zou worden. Dit laatste was voor vele Marokkanen, zo ook voor Ben Daoud, een belangrijke reden om beroepsmilitair te worden. Een andere reden was dat hij op deze wijze een bijdrage kon leveren aan het inkomen van zijn familie. Omdat zijn oudste broer ziek was, nam hij als tweede zoon de rol van de oudste zoon over. Maar wat hem tijdens de oorlog vooral op de been hield was de beloofde onafhankelijkheid van Marokko.

De strijd bij Duinkerken
In 1938 kreeg Ben Daoud en met hem duizenden landgenoten een korte militaire training in Taza, in het noorden van Marokko. Hij werd sergeant en kreeg de leiding over 34 soldaten. Na zes maanden vertrok hij met zijn eenheid naar Frankrijk, waar ze twee maanden in Lyon verbleven. Na de inval in Oostenrijk in 1938 stationeerde Frankrijk een grote troepenmacht bij Duinkerken. Deze troepenmacht bestond uit in 30.000 Marokkanen. Zij werden bij Duinkerken in de vuurlinie gelegerd om de opmars van de Duitsers richting Belgie en Frankrijk tegen te houden. Omdat zij veel te licht bewapend waren werden zij verrast door de sterk bewapende Duitse militairen. Duinkerken werd vanuit de lucht gebombardeerd. De Duitsers richtten vervolgens met tanks een slachting aan. Ook werd in verschillende dorpen van man tot man gevochten, onder andere in Kapelle in Zeeland. De Franse generaals gaven de militairen één opdracht: zorg dat je je leven redt.

12 mensen van de eenheid van Ben Daoud vonden de dood. Zij zijn begraven op de Franse begraafplaats in Kapelle Bieselingen te Zeeland.

In Zeeland zijn nog enkele overlevenden die de oorlog, en de aanwezigheid van Marokkanen hebben meegemaakt. De heer Ganseman, nu 83 is een van hen. Hij heeft als vrijwilliger samen met een aantal anderen na de oorlog verschillende massagraven opgegraven. In één van deze massagraven lagen 63 soldaten, allemaal van Marokkaanse afkomst. De heer Ganseman en zijn vrijwilligers hebben 19 soldaten kunnen identificeren. Zij hebben hen op de oorlogsbegraafplaats in Kapelle Bieselingen op islamitische wijze begraven. De niet-geïdentificeerde soldaten zijn door de Fransen naar een onbekende bestemming gebracht.

Acht soldaten van de eenheid van Ben Daoud werden krijgsgevangen genomen. In de hier aanwezige tentoonstelling kunt u foto’s zien van enkelen van hen. De lokale bevolking bewaart nog goede herinneringen aan hen.

Veertien soldaten hebben de slachting overleefd. Zij zijn op de vlucht geslagen,in ondergoed, want in uniform was het te gevaarlijk, langs de Schelde. Op een gegeven moment hebben zij 25 kilometer door de Schelde gezwommen, tot zij uiteindelijk door een Nederlander uit het water zijn gehaald. Hij bracht hen naar zijn huis en heeft hen droge kleren en onderdak geboden. Ben Daoud weet niet meer op welke plaats dit was. Na drie dagen onvergetelijke gastvrijheid van deze Nederlander keerde Ben Daoud met het restant van zijn eenheid terug naar België. Vanuit België wisten zij Frankrijk te bereiken.

Ben Daoud heeft daar 9 maanden ondergedoken gezeten bij een boer. Wat Ben Daoud vooral is bijgebleven, is de rol van de Franse vrouwen in het verzet. Met gevaar voor eigen leven stelden zij alles in het werk om mensen te helpen onderduiken. Ook de omstandigheden waaronder de mensen tijdens het bewind van Hitler moesten leven hebben veel indruk gemaakt. Mensen waren gedwongen in armoede te leven.

Veel mensen zijn gemarteld, naar concentratiekampen afgevoerd en vermoord. Steden en dorpen werden vernietigd.

De strijd in Tunesië, de woestijnoorlog
Op initiatief van het Franse verzet verzamelden Marokkaanse soldaten zich in 1941 in het geheim om zich voor de volgende strijd voor te bereiden. Na een paar maanden staken zij vanuit Marseille de zee over naar Algerije en vandaaruit gingen zij naar Marokko. Marokko was inmiddels door de Duitsers bezet. Begin ’42 hebben deze Marokkaanse militairen met vele anderen in het diepste geheim een training gevolgd, weer in Taza.

In stampvolle treinen vol soldaten en paarden zijn zij naar Tunesië gegaan om de opmars van de Duitsers tegen te houden. Onderweg werd één van de treinen door de Duitsers ontdekt. Een hele divisie, 10.000 man, is gebombardeerd. Velen van hen zijn omgekomen. De tweede en derde divisie wisten aan de Duitsers te ontsnappen, maar niet lang daarna stonden de Duitsers plotseling voor hen.

Toen volgde een verbeten strijd op Tunesisch grondgebied. De Duitse overmacht was groot en de Duitsers probeerden de soldaten uit te hongeren. De Franse generaals gaven de soldaten het advies om te vluchten of zich over te geven. Maar de Marokkanen, Algerijnen en Tunesiërs groeven zich in, in de Sahara. Via de radio probeerden zij hulp van de geallieerden te krijgen. De Amerikanen zaten al in Casablanca en de Britten in Algerije. Op een nacht wist Ben Daoud als enige contact te leggen met de Britten en Amerikanen via de radio. Hij vernam dat de Amerikanen en Britten onderweg waren. Toen hij dit melde aan zijn Franse bevelhebbers geloofden ze hem niet. Achteraf bleek dat hij gelijk had. Inmiddels was de toestand zo nijpend geworden dat besloten werd, dat ze uiterlijk tot de volgende morgen 8 uur zouden wachten om te zien of er inderdaad hulp kwam. Zo niet, dan zouden zij zich overgeven. Om precies 7 uur kwam hulp van geallieerde vliegtuigen. Een grote strijd ontbrandde, waarbij de geallieerden de Duitse stellingen bombardeerden. Uiteindelijk werden de Duitsers verslagen.

Italië, Normandië en de opmars naar Duitsland
In de periode die daarop volgde ging Ben Daoud naar Italië: Sicilië, Etna, Elba, Corsica. In 1944 vertrok hij – op één van de in totaal 5500 schepen naar Normandië. ‘s Avonds om 8 uur landden ze, om 10 uur kwamen de Duitsers, tot 12 uur ‘s ochtends is er strijd geleverd.[1]

De Marokkaanse soldaten liepen over land naast de geallieerde soldaten naar Avignon en van daar naar Lyon, Dijon, Besancon, Valle d’Agove, Belfort, Elzas-Strassbourg. De bevrijding van deze steden werd groots gevierd. Er was grote broederschap tussen de geallieerde soldaten en de burgers. Ieder individu voelde zich één van het geheel, geen onderscheid tussen ras, kleur, afkomst of religie. Zowel burgers als militairen omhelsden elkaar en niemand wilde de overeind gebleven huizen binnengaan, iedereen wilde de overwinning en bevrijding meevieren. Overal waar de geallieerden kwamen, werden ze als helden ontvangen!

Daarna staken zij de rivier over naar de Duitse stad Baden Baden, Lindau, Constance, om uiteindelijk in Berlijn te eindigen. En het einde van de Tweede Wereld was een feit.

Er zaten zo’n 20.000 Marokkanen in Berlijn. Berlijn werd opgesplitst en Ben Daoud kwam in Baden Baden terecht met een aantal Fransen. Op 20 juni 1945 ging hij voor korte tijd naar Frankrijk om daar deel te nemen aan de Grote Parade, waar hij een onderscheiding van het Franse leger kreeg.

Daarna ging Ben Daoud met zijn divisie weer naar Duitsland terug.

In 1954 keerde hij terug naar Marokko. Daar trof hij zijn familie in trieste omstandigheden aan, want de oorlog in Marokko was nog niet afgelopen. De Fransen waren hun belofte dat Marokko na de oorlog zijn onafhankelijkheid zou krijgen, niet nagekomen. Zijn vader was door de Fransen gevangen genomen omdat hij in het verzet tegen de Fransen zat. De rest van de familie leefde in angst en kon moeilijk aan eten komen. Niemand mocht zijn land bewerken of zich buiten zijn stad of dorp begeven. Ben Daoud vond dit zeer onrechtvaardig. Daarom ging hij in het verzet tegen de Fransen om alsnog onafhankelijkheid voor Marokko te verkrijgen. In 1956 werd Marokko eindelijk onafhankelijk.

Nog steeds heeft de oorlog grote invloed op het leven van Ben Daoud en andere Marokkanen die in die tijd gevochten hadden of familieleden hebben verloren, sommigen verbieden hun kinderen in dienst te gaan of militair te zijn. Vorig jaar bracht Ben Daoud een bezoek aan Nederland en toen heeft hij de graven van zijn gesneuvelde collega’s in Bieselingen bezocht.

Ik zal nu ingaan op de bijdrage van de Marokkaanse soldaten in het Monte Cassino gebergte in Italië in 1944.

De Duitse opperbevelhebber luchtmaarschalk Kesselring constateerde op 17 juni 1944 in een telegram aan Hitler, dat het onmogelijke was gebeurd. De Gustaf- linie, een fort die door de Duitsers en Italianen onneembaar geacht werd, was door de Arabische strijdkrachten doorbroken!!!. Een Britse generaal noemde de Marokkaanse soldaten "Gum". Dit is later een engels werkwoord geworden: Gum betekent verder komen dan je verwacht had, namelijk wat in een vele maanden durende bloedige strijd tussen de geallieerden en de Duitsers en Italiaanse troepen met inzet van veel materieel en soldaten niets opleverde, lukte de Marokkaanse bergdivisie wel.

Nadat de Gustaf-linie was doorbroken konden de Amerikanen en Canadezen Rome bevrijden. De Marokkaanse soldaten sloten zich aan bij de geallieerden en rukten op via Frankrijk, België, Nederland en Duitsland.

Generaal de Gaulle sprak op 20 juni 1945 bij de overwinningsparade in Parijs, tot de sultan Mohammed V "Majesteit, via u wil ik het dappere Marokkaanse volk danken voor de trouw, loyaliteit en de bloedige offers door uw volk gebracht gedurende de tweede wereldoorlog, in het bijzonder gedenken wij de heldenmoed en doodsverachting van uw soldaten, betoond bij de verovering van de Monte Cassino, waardoor niet alleen mijn land maar geheel West - Europa kon worden bevrijd".

Het precieze aantal Marokkanen dat gedurende de Tweede Wereldoorlog is gesneuveld is onbekend. Ruim 77.000 Marokkanen hebben in de strijd meegevochten. Duizenden zijn er gesneuveld en vermist.

Ondanks de belofte dat Marokko na het einde van de Tweede Wereld oorlog onafhankelijkheid zou krijgen, moest Marokko 11 jaar na de bevrijding van Europa voor zijn eigen onafhankelijkheid vechten.

Slechts weinig Nederlanders weten van deze bijzondere bijdrage aan de bevrijding van Europa, ondanks de instroom van Marokkaanse gastarbeiders in de jaren zestig en hun onafgebroken aanwezigheid hier in Nederland.

Zelf ontdekte ik pas in 1985, samen met een aantal landgenoten, dat er in Zeeland Marokkanen lagen begraven die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld.

Op de middelbare School in Marokko had ik wel over de Tweede Wereldoorlog geleerd, maar niets over de rol van mijn landgenoten die bijgedragen hebben tot de uiteindelijke bevrijding van Europa. Ik hoorde in mijn dorp, in Taza, wel verhalen over mensen vermist die sinds de oorlog tussen 1940 en 1945 vermist zijn. Ook zijn er verhalen van mensen die de oorlog hebben overleefd.

In 1988 hebben Marokkanen, die in de Stichting "Samenwerkende Haagse Marokkaanse Organisaties" participeerden een initiatief genomen om bij het College van Burgemeester en wethouders van Den Haag aan te dringen voor oprichting van een monument. Het monument dient als eerbetoon aan hen die voor de vrijheid van West Europa en dus ook voor Nederland sneuvelden.

Een achterliggend doel van het monument is de Nederlandse samenleving voor te lichten over de bevrijdingsbijdrage van de Marokkanen. Door deze bijdrage werden Europa en Nederland bevrijd en kon herstel van de vrijheid en welvaart beginnen. Deze vrijheid en welvaart wordt vandaag de dag ook gedeeld door mensen van Marokkaanse afkomst. Ook zij maken aanspraak op erkentelijkheid en een gedenkteken ter nagedachtenis aan de ouders, familieleden en landgenoten die sneuvelden voor deze vrijheid.

Het initiatief concrete plannen te maken voor een monument wordt door Marokkanen en Nederlanders bijzonder op prijs gesteld. Maar het nog niet zover.

Wel is er in Bieselingen jaarlijks op 4 mei een herdenking. Diverse Marokkaanse en andere groeperingen gaan hier dan naar toe. Ik ben van mening dat dit een goede ontwikkeling is want ik denk dat een herdenkingsmonument en het beleven van een gezamenlijke oorlogsgeschiedenis kan bijdragen tot de verdere integratie van Marokkanen in Nederland.

Mohamed Achahboun

<small/>
1 In de oorspronkelijke tekst van het verslag stond hier een passage over ‘het gevangennemen van generaal Himmler’. Heinrich Himmler, Reichsführer SS en Reichsinnenminister, en een van de grootste misdadigers van de Tweede Wereldoorlog, is echter pas na de oorlog door Britse soldaten gevangengenomen (en heeft op 23 mei 1945 zelfmoord gepleegd, nadat zijn identiteit was vastgesteld).
</small>

Gerelateerde artikelen

 

 

> zoek

Discriminatie? Vind een meldpunt in uw buurt of BelGelijk 0900 - 2 354 354

 

Volg Art.1

Art.1 is onder meer verbonden aan: